Vlieg met me mee #eswatiniblog-1

16 jun

“Vlieg met me mee naar de regenboog, rainbow. Ik houd alleen van jou,” zong Paul de Leeuw in de jaren ’90. Cornelis en ik zongen het vaak mee. We wilden het laten horen tijdens ons bruiloftsfeest, maar de cd was zoek. Eenmaal gevonden namen we de cd wel mee naar Afrika. Tijdens lange autoritten lieten we de echte leeuwen schrikken met een flinke draai aan de volumeknop.

Nu ik alleen op Heathrow zit te wachten op de volgende vlucht, moet ik er aan denken. En aan Cornelis. Vanmorgen lag ik nog met hem in bed, we ontbeten samen en dronken met Wiebe en Tjeerd nog een kopje koffie op Schiphol. Vanmorgen dacht ik nog dat ik zou gaan huilen op Schiphol. Het gebeurde niet. Hij vliegt gewoon met me mee, altijd.

Paul de Leeuw zong ooit een ander lied: “Jij bent de vleugels van mijn vlucht.” Zo zit het eigenlijk. Daarom kan ik alleen naar eSwatini en kan Cornelis wel even zonder mij. Daarom kan ik nu de tijd nemen wat te tikken, een tekeningetje te maken en anders op reis gaan dan samen. Daarom kan ik nu gewoon vooruit kijken. Over anderhalf uur vlieg ik verder. Ik kan bijna niet wachten tot morgen! Dan word ik wakker boven Afrika, ontmoet ik na heel lang onze lieve vriendin uit eSwatini, rijd ik links, smeer ik zonnebrand, pak ik mijn koffer uit, enz., enz., enz….

En Cornelis? Die werd net door onze zonen getrakteerd op het beste vaderdagcadeau ever: friet en hamburger. Daar willen mijn mannen helemaal geen echtgenote en moeder bij hebben;-)

Advertenties

School #eswatiniblog-2

15 jun

Vandaag was mijn laatste schooldag voor vertrek. Natuurlijk zie ik het nut wel van deze opleiding tot docent creatief schrijven, maar ik had natuurlijk helemaal geen zin. Op de dag voor vertrek had ik liever tijd doorgebracht met Cornelis en mijn koffer nog eens gepakt. Maar goed, ik heb geen klagen. Ik koos er zelf voor nog een opleiding te doen en kan het me veroorloven. Niet iedereen heeft dat geluk.

In eSwatini is eindelijk het onderwijs vrij toegankelijk voor alle kinderen. Dat was in de jaren ’90 wel anders. Ouders en de kinderen zelf moesten hard werken om school te kunnen betalen.

Ik durf het bijna niet te vertellen, maar wij hadden een 13-jarige tuinman. Kinderarbeid deugt niet natuurlijk, maar anders ging hij niet naar school. We betaalden hem, op de dagen dat hij bij ons werkte kreeg hij eten en had hij ook tijd om te spelen. De hark fungeerde regelmatig als microfoon, hij droomde vast van een heel ander leven.

Onze schoonmaakster Samaria werkte zes dagen in de week om zichzelf, haar zoon en haar dochter te onderhouden én naar school te laten gaan. Het schoolgeld had ze bij elkaar gespaard. Ik herinner me nog goed hoe trots ze was toen haar zesjarige dochter in het schooluniform meenam. Een veel te groot en schattig jurkje met blauwe blokjes. Samaria had dromen voor haar dochter.

Ik gaf les aan meisjes of jonge vrouwen in een project. Door geldgebrek en/of zwangerschap konden zij niet meer naar school. In het project leerden ze naaien, koken, kinderen verzorgen en werden er zelfs stages geregeld bij mensen thuis of in fabrieken.

Toen ik contact zocht met de organisatie, die dit project in de jaren ’90 deed, werd me verteld dat veel onderwijsprojecten gestopt zijn vanwege de invoering van de ‘free primary education’ vanaf 2011. Goede zaak!

Onze tuinjongen en de dochter van Samaria hadden dat geluk niet. Ik ben benieuwd of hun dromen zijn uitgekomen. Tijdens mijn schoolvakantie ga ik op zoek.

Dag vader en dag moeder #eswatiniblog-3

14 jun

In 1993 lieten we familie en vrienden achter om in Swaziland te gaan wonen. We hadden er zin in, maar tijdens het afscheidsfeestje en net voor vertrek kwamen de tranen nog. We waren begin twintig en vroegen onze ouders vaak om advies. Vanaf dat moment konden we alleen maar via blauwe airmailbrieven, en via de fax communiceren.

In Swaziland hadden we de eerste weken, misschien wel maanden geen telefoonaansluiting. Bovendien was bellen kostbaar.

De afstand heeft ons ook goed gedaan. Cornelis en ik waren op elkaar aangewezen en we hebben er – ook wel met wat ruzies😉 – de basis gelegd voor ons huwelijk. De keerzijde is dat we soms laat werden geïnformeerd. Een tante van Cornelis was al begraven toen we bericht van overlijden kregen.

Nu is dat allemaal anders. De wifi werkt min of meer wereldwijd, we kunnen bellen, appen en skypen. En…ik ben nu maar voor zes weken weg. Da’s best te overzien.

Vandaag ging ik lunchen met mijn moeder, en nog even bij mijn vader langs. Ook dat is anders dan bij ons vertrek 25 jaar geleden: ze zijn 25 jaar ouder. Moeder kwakkelt soms. En twee jaar geleden gingen wij maar 10 dagen op vakantie omdat het niet goed ging met mijn vader. Zes weken weg gaan doe ik met gemengde gevoelens.

Dag vader. Dag moeder. Ik app snel.

Long time, no see #eswatiniblog-4

13 jun

Anderhalf jaar geleden stapte ik na twintig jaar weer in het huis van oude vrienden in Swaziland. Zij wonen op een heuvel in agrarisch gebied. Ik herinner me tomaten en mais langs de dirtroad die naar hun huis leidde. Dit keer leek de dirtroad korter, wat ook echt zo was. Dit was een andere weg en we benaderden het huis van de andere kant. Langs de weg groeiden ananasplanten. Het leek anders, maar minder anders dan ik verwacht had. Een geasfalteerde weg zou toch veel praktischer zijn!

Een hond liep ons tegemoet, onze vriend omarmde ons als vanouds en liet ons binnen. De vriend praatte nog net zo veel, stelde nog net zo veel vragen als vroeger en was onverminderd enthousiast over echt alles. Hij leidde ons door het huis, waar onze oudste twee kinderen met hun kinderen speelden. Het huis voelde nu wat leeg, alleen de vriend was thuis. Onze vriendin was op vakantie met hun dochter, de zonen woonden elders. In de keuken voelde ik haar aanwezigheid; de vele opbergbakjes op het aanrecht en potten met vitamines! In de ontbijthoek – ja zo groot is het huis;-) – stond een kast, die ik daar niet eerder zag.

Onze kast. Onze servieskast met een schuine deur, die we lieten maken bij St. Josephs Mission. Ik had niet gedacht die ooit terug te zien! We haalden herinneringen op aan St. Josephs Mission, waar een timmermansopleiding was. De kast was zo gemaakt, de kinderstoel die we daar bestelden was meer werk. De ene keer paste er met geen mogelijkheid een kind in, de volgende keer was het zo groot dat Evert er in verdween. Na vele bezoeken en overleggen werd het toch een stoel waar we tevreden over waren. Een grappige herinnering, die we met onze vriend konden delen.

We verbleven een paar dagen bij onze vriend. Hij en wij gingen overdag onze eigen gang. ’s Avonds kookten wij voor hem. Hij bakte ’s ochtends American Pancakes, die alleen hij zo lekker kan maken. Wat voelden we ons thuis!

Bij echte vrienden kun je – zelfs na jaren – gewoon weer thuiskomen. Omdat je herinneringen deelt. Omdat je dingen samen hebt gedaan, hebt meegemaakt. Omdat je elkaar kent en niet alles hoeft uit te leggen. Ik kijk er naar uit om onze vrienden in Eswatini weer te ontmoeten en de draad weer op te pakken.

Dat kan namelijk met echte vrienden en dat is goed om te weten! De afgelopen twee weken sprak ik af met vrienden die ik de komende zes weken ga missen. Nog meer vrienden sprak ik niet. Op zich niet bijzonder, door allerlei bezigheden komt het er wel vaker niet van. ‘Long time, no see’ kan zelfs zonder lange vakantie. Maar over zeven weken ben ik jarig en weer terug……lieve vrienden: bij deze uitgenodigd!

Krullenbol #eswatiniblog-5

12 jun

Vandaag lunch ik met Evert, onze oudste zoon. Pas over drie weken zien we elkaar weer, in zijn geboorteland Swaziland. Anderhalf jaar geleden bezocht ik voor het eerst na zijn geboorte het ziekenhuis in Mbabane waar hij ter wereld kwam. Een emotioneel bezoek, niet alleen vanwege zijn geboorte.

Emotioneel, omdat ik dacht dat we toen ons kind zouden verliezen. Toen er na een aantal uren thuis puffen en persen nog geen kind was, reden we naar het ziekenhuis. Daar aangekomen werd ik aangesloten op allerlei apparatuur en konden we het hartje horen, dat maar met zestig slagen of minder per minuut klopte. Voor een baby veel te weinig, wist ik en nam in gedachten al afscheid. Pas na zo’n drie kwartier kwam de gynaecoloog samen met een bevriende Zuidafrikaanse gynaecoloog, die toevallig op bezoek was. Terwijl Cornelis bij de receptie de rekening al betaalde, werd ik de operatiekamer ingereden. Ik had geen enkele verwachting meer en vroeg mijn moeder voor Cornelis te zorgen. Ik voelde mezelf steeds wegzakken. Gek genoeg weet ik nog heel goed dat de zusters met mijn bed alle deurkozijnen wisten te raken. De mijn bekende gynaecoloog streek over mijn haar en zei: “We’re gonna help you, girl.” Ik probeerde tot 10 te tellen en gleed weg.

“Ellis, Ellis,” hoorde ik mijn moeder zeggen. Ik deed mijn ogen open en zag haar en Cornelis. Zij aaide over mijn hoofd, Cornelis hield mijn hand vast. “Het is een jongetje,” zei één van hen. “Evert,” zuchtte ik opgelucht.

Het jongetje dat er tussen uit dreigde te piepen, was een gelukkig een flinke baby van acht pond. Hij kon tegen een stootje en liet nog veel van zich horen. Hij huilde elke dag van vijf uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds, tot hij kon lopen.

Inmiddels is hij 24, loopt en doet wel meer zelfstandig. Hij heeft geen enkele bewuste herinnering aan Swaziland en zeker niet aan zijn geboorte in dat ziekenhuis. En niets aan hem doet denken aan Swaziland. Alhoewel…

Op zijn hoofd zit een grote bos haar, met fijne kleine krulletjes. Dat heeft ie zeker niet van Cornelis. En ook niet van mij, mijn krullen zijn meer grove slagen. Regelmatig worden we ter verantwoording geroepen met de vraag: “Hoe komt hij toch aan zo’n krullenbol?”

Het is ook wel een beetje gek. Zijn drie broertjes hebben het haar van hun vader, steil. Wij hebben er geen goede verklaring voor. Mijn moeder wel: “Dat komt doordat hij in Afrika geboren is.” Ook niet logisch, maar leuk is het wel.

Over drieënhalve week komt hij naar Swaziland, dat nu Eswatini heet. Zullen ze elkaar herkennen?

Alleen? #eswatiniblog-6

11 jun

Tsja. Ik houd niet zo van reisverhalen en – blogs. Maar ineens realiseerde ik me dat ik er in elk geval één gelezen heb. Een paar jaar geleden las ik het boek ‘Eat, pray, love’ van Elizabeth Gilbert over een vrouw, die op wereldreis ging om zichzelf te (her)ontdekken. Er is me niet veel bijgebleven van het verhaal zelf. Was het autobiografisch? Ik herinner me wel dat de hoofdpersoon in drie verschillende landen een aantal maanden verbleef. Voor langere tijd je in je eentje onderdompelen in een ander land en in een andere cultuur leek mij ook wel wat. Maar hoe? Zo’n wereldreis was voor mij niet weggelegd, dacht ik toen om verschillende redenen:

1 – Mijn schrijfcarrière verliep niet zo voorspoedig dat een uitgever mij een voorschot geeft. Sterker nog, ik had geen uitgever.

2 – Onze kinderen waren te jong om zo lang alleen te laten.

3 – Ik was niet gescheiden.

Nu ga ik niet een jaar weg, maar wel zes weken waarvan drie weken alleen. Dat had ik, toen ik het boek las, niet voor mogelijk gehouden. Het kan toch! Onze kinderen zijn volwassen en kunnen wel even zonder moeder. Doordat zij bijna afgestudeerd zijn en/of geld verdienen, is er meer financiële ruimte en is een voorschot van een uitgever overbodig. Cornelis wilde niet zolang op één plek op vakantie, en zeker niet om te schrijven en te tekenen. We waren het er al gauw over eens dat ik alleen moest gaan. Een echtscheiding bleek overbodig.

In november bestelde ik tickets, regelde een onderkomen en een auto. Alles goed geregeld. Toen ik onze zoons over mijn plan vertelde kreeg ik van alle vier wel de vraag: “Alleen?” De oudste twee vonden het wel cool, de derde reageerde nauwelijks, de jongste liet de meeste emotie zien. “Zes weken. En papa dan?”, vroeg hij bedeesd. Pas toen Cornelis er enthousiast over was, kon hij weer lachen. “Ik dacht echt dat jullie zouden gaan scheiden!” zei hij.

Of het daardoor kwam, weet ik niet. Maar vlak daarna besloot Cornelis de laatste drie weken aan te sluiten. Ook gezellig!

Sawubona, sissy #eswatiniblog-7

9 jun

Tsja. Reisverhalen of -blogs, ik lees ze bijna nooit. Al die verhalen over plaatsen, waar je naar toe wilt en misschien wel nooit zult komen, overtreffen de gemiddelde reisgids niet. Alleen als de foto’s goed zijn; dan kijk ik en fantaseer ik er zelf wel een reisverhaal bij. Je eigen unieke belevenissen, je eigen ervaringen zijn toch wat een reis jouw reis maakt. Die ervaringen zijn niet in foto’s te vangen, maar misschien wel in verhalen of blogs. Dat ga ik proberen.

Mijn reis gaat zes weken duren, maar begon al in 1993. Cornelis kon gaan werken in Swaziland. Een kans die we na wat wikken en wegen aanpakten. Als pasgetrouwd stel leerden we elkaar daar goed kennen en kregen we onze twee oudste kinderen. In 1997 liep het contract af, wij gingen terug naar Nederland. Een verstandige keuze, vanwege pensioen, carrièreperspectieven enzo. Voor mij een hartverscheurende keuze; ik was van het land, van de mensen, van ons leven daar – met onze twee kinderen – gaan houden. Hoe tevreden ik ook ben met ons leven van vandaag, die pijn van vertrek uit Swaziland brengt me nog steeds in tranen.

Ik ben gek op Cornelis, maar dat neem ik hem nog steeds kwalijk. Of mezelf. Misschien had ik toen… Maar dan… Het zou… Mezelf afvragen hoe het leven was gelopen zonder dat vertrek heeft geen zin, we maakten die keuze. Samen. En samen zijn we nog steeds, en gelukkig ook! We hebben vier prachtige volwassen zonen, hebben fijne vrienden, wonen op een heerlijke plek in Nederland, kunnen werk doen waar we van houden en komen niets te kort. Er komt in ons leven meer ruimte voor elkaar én voor reizen.

In 2017 waren we 25 jaar getrouwd en maakten we samen een reis naar Zuid Afrika en Swaziland. Cornelis was al eerder eens terug geweest, voor mij was het de eerste keer na twintig jaar. Zuid Afrika was prachtig, Swaziland bracht me in tranen. Bij ons oude huis rook ik de eucalyptus en kriebelde het droge gras als twintig jaar geleden. Ik zag mijn tweede zoon weer dribbelen op het pad in de tuin, droeg mijn oudste kind weer op mijn rug. We ontmoetten oude bekenden. Rekenden traag af in de supermarkt na de bekende beleefde frases: ‘Sawubona, sissy. How are you?’

Met mij ging het goed. Na twintig jaar was er veel veranderd, maar in dit land herkende ik een oude liefde en iets van mijzelf, van ons. Of ik er weer zou willen wonen, weet ik niet. Ik wil wel het land en de mensen weer leren kennen, en misschien ook een vergeten stukje van mezelf.

Dus. Ga ik. Eerst drie weken alleen naar Eswatini – zo heet Swaziland nu. Daarna sluiten Cornelis en onze twee oudste zonen – die daar hun eerste stappen hebben gezet – aan. Over 7 dagen zet ik mijn voeten op Afrikaanse grond.

%d bloggers liken dit: