Kerstdromen

26 dec

Volgend jaar kerst in eSwatini! Niet omdat kerst daar nou zo bijzonder is en ook niet omdat kerst hier niet leuk is. Ik geniet van deze dagen. Kerst is van kalkoen, knalgroene nagellak, Kolonisten van Catan, kaartspelen, kerstfilms en onze kinderen.

Alle bedden in ons huis waren bezet, de stoelen werden van boven gehaald, de schalen met eten gingen van hand tot hand aan de lange tafel, de borden werden gevuld, en toen zei ik het: ‘Volgend jaar vieren we kerst in eSwatini.’

              ‘Komen jullie ook?’ zei mijn lief. Iedereen kauwde door, alsof we niets gezegd hadden. De kinderen waren druk met zichzelf, blij elkaar te zien. Daar genoot ik van, maar voelde me ook wat overbodig.

              Tjeerd was de enige die reageerde. ‘Hebben ze er wel kerstbomen?’ Lief en ik vertelden hem over kerst in zuidelijk Afrika, en na twee zinnen alleen aan elkaar. Ik prikte nog een stukje kalkoen van het skelet en luisterde verder alleen maar.

              ‘Daar moeten we straks heen, daar is de fissa,’ schreeuwt Sytze en wijst naar de stad verderop. Het getrommel is duidelijk te horen. Wiebe en Tjeerd dansen naast hem en maken wilde handgebaren. Evert tilt de koeltas uit de jeep, Lora en Maria gooien het tafellaken over de picknicktafel, lief en ik genieten van het uitzicht; bergen, overal bergen. En vooral: thuis. Lora en Tjeerd wandelen hand in hand de natuur in. Ik zie hoe ze met haar andere hand over de oranje papagaaienbloemen strijkt. Hij geeft haar een kus op de wang. Ik stel me voor hoe ze hier paardrijden, hoe ze zich hier thuis kunnen voelen. Lief heeft inmiddels het vuur aan, en Evert hangt de maiskolven er in. Maria schenkt drankjes, Wiebe en Sytze schieten een balletje over op de maat van de steeds harder wordende muziek. Lief spant een doek tussen de kale bomen voor de hoognodige schaduw. Het is 35 graden, en gelukkig droog.

Terwijl we eten komt de stofwolk steeds dichterbij en wordt het getrommel oorverdovend. Mannen met ontblote bovenlijven gooien hun benen omhoog en nodigen ons uit mee te dansen. Lora en Evert blijven verlegen zitten. Maria laat haar Afrikaanse roots uit de kast komen en swingt het hardste mee. Ik kan niet achterblijven, ik heb die roots niet maar wel Afrikaanse billen. Wiebe heeft een trommel in handen geduwd gekregen en verandert het ritme. Sytze, Tjeerd en lief klappen in hun handen.

In het stof verschijnt een rode gloed, een silhouet wordt zichtbaar en een reus stapt naar voren. ‘HOHOHOHO!’ roept hij. Voor hem schiet een kudde impala’s met belletjes aan hun staarten over de weg. De reus gooit een rode zak op de picknicktafel en loopt dansend de weg weer op. De massa dansende mannen volgt hem. Wij kijken ze na en zien ze verdwijnen in de stofwolk. Wiebe kijkt naar de trommel in zijn handen, naar ons en naar de stofwolk in de verte. Even lijkt het alsof hij iets wil zeggen, maar hij haalt alleen verontschuldigend zijn schouders op en zet het op een lopen. De stoet achterna.

              ‘Nou, komen julllie? De mais is wel klaar,’ moppert Evert ongeduldig. Of hongerig. Als we aan tafel zitten en maiskolven knagen, vragen we ons af wat er in de rode zak zit.

              ‘Cadeautjes, natuurlijk,’ zegt Lora met een hoge stem.

              ‘Dit was toch zeker Sinterklaas niet,’ grapt lief en pakt de zak. Hij trekt de strik los en een stroom koude lucht stijgt op vanuit de zak. Ineens valt er een schaduw over onze tafel. We kijken naar boven. Een wolk. Sneeuwvlokken. Hele grote.

              ‘Net als vroeger in Groningen,’ roept een oudere dame, die op een slee langs glijdt. Evert, Maria en Lora rollen ballen tot sneeuwmannen. Sytze, Tjeerd en lief starten een sneeuwballengevecht. Eén landt midden in mijn gezicht. Ik scheld, veeg de koude restanten van mijn wangen, en realiseer me dat ik hier niet op gekleed ben.

Ik rol me steviger in mijn dekbed, en voel nog een sneeuwbal. Tegen mijn schouder dit keer. Hier heb ik zo’n hekel aan, en ik draai me woest om. ‘Nu ophouden!’

Lief kijkt verschrikt op. ‘Wat is er?’ zegt hij en strijkt over mijn haar. ‘We kunnen lekker uitslapen.’ Hij sluit zijn ogen en slaapt weer verder. Ik ben klaarwakker en weet één ding zeker: we keken te veel kerstfilms. Ik ben klaarwakker en ben onzeker over waar we volgend jaar kerst vieren.

Kristallnacht

10 nov

Meer dan glas

De angst tussen haar tanden

knarst harder dan het glas

onder haar voeten

In de koude hand van moeder

balt zij haar drijvende knuist

De kinderen waar ze gisteren mee speelde:

vandaag vreemden

En op straat klinkt een lied dat

zij niet mee kan zingen,

niet kan overstemmen

Geluidsgolven breken tegen haar borst

Hartslag ontregelt. De wereld. Chaos,

waarin het ritme van de marcheerders

met onverwachte precisie

het kind tussen de ogen raakt

met scherpe messen

Waar licht aan het plafond hing,

gaapt nu een gat naar boven:

grauwe sterrenhemel,

zonder slaap, zonder dromen

Matrassen met ruggen tegen de muur

Gesloten ogen. Het kind ruikt rook

Vuur

Overal vuur

Het smeult na waar wetteloze wolven

hun vette vingers drukten op Thora-rollen

Herschreven boeken slaan

de grond weg onder haar voeten

Het kind is offer, lam voor de slacht

Melk wordt met haar bloed opgedronken

Druiven worden gebroken voor zure wijn

Onder de stampende laarzen

breekt meer dan glas

Op het perron staat een moeder

met lege handen

De trein rijdt

Het kind zwaait en vangt scherven

©ellis van atten

Jasmijn

31 okt

Mijmeren aan de Middellandse Zee….

Brandende handen in de winter

14 okt

Hoera voor de boerka!

1 aug
Gerelateerde afbeelding

Hoera voor de boerka! Laten we die allemaal eens aantrekken, en dan niet met een gazen doek voor de ogen. Gewoon, helemaal dicht zodat we eens naar onszelf kunnen kijken.

Eerlijk is eerlijk. Een boerka, en ook een nikab, lijkt mij persoonlijk helemaal niks. Ik houd van de frisse lucht die langs mijn huid strijkt. Zodra de temperaturen hoger worden, leg ik nog meer huid bloot. Heerlijk. Mijn verbazing over de huidbedekking is de reden waarom ik mensen in een nikab of een boerka – als ik ze al tegenkom – nakijk. In onze wijk zie ik slechts een enkele keer iemand in een boerka. In de krant is geen vermelding van duidelijke cijfers over hoeveel vrouwen nikabs of boerka’s dragen, maar maximaal een paar honderd op zo’n 16 miljoen inwoners lijkt mij heel weinig. Tijdens een reis van Zuidelijk Afrika naar Nederland, die ik onlangs maakte, kwam ik wel een aantal vrouwen in nikab tegen op de vliegvelden. Ze leken zich vrij te bewegen, praatten druk met medereizigers en douanebeambten, hielden hun eigen paspoorten in de hand en speelden met hun kinderen. Nu vind ik het jammer als ik mensen niet in de ogen kan kijken en geen gezichtsuitdrukking kan zien, maar in de bewegingen van deze vrouwen herkende ik mezelf. Bovendien zijn er wel meer dingen die we niet zien, waarvan we wel weten dat ze er zijn.

Sterren bijvoorbeeld. In ons land is het zo licht, dat we hier minder sterren zien dan in minder dichtbevolkte gebieden. In de krant lees ik dat vanuit de ruimte Europa, en daarbinnen weer Nederland, opvalt als een helverlichte vlek. Aanleiding voor het artikel is het besluit om een aantal snelwegen opnieuw ’s nachts te verlichten. In het artikel voor- en tegengeluiden, maar feit is dat onze zichtbaarheid ons eigen zicht beperkt.

We wanen ons veilig onder onze boerka van licht en vertrouwen niet meer op de sterren, die van oudsher de weg wijzen. We vertrouwen niet meer op de natuur, niet op mensen. En hebben we vertrouwen in onszelf?

Laten we een boerka aantrekken. Zonder kijkgaas en zo donker mogelijk. Dan zien we vast helderder en kunnen we ons druk maken om belangrijke dingen. De lichtvervuiling bijvoorbeeld.

Reizen naar thuis! #eswatiniblog 20

28 jul

Een pleister trek je het liefste snel van de huid af. Pijnloos kan niet, dus dan maar snel. Reizen doe ik het liefste ook zo snel mogelijk. Grote afstanden zijn vervelend en saai, dus dan maar zo snel mogelijk – en daar betaal ik soms met liefde extra voor. Behalve deze keer. Deze reis was al duur genoeg, dus ik koos de goedkoopste optie zonder de vluchtdetails te bestuderen. Gelukkig kwam ik er voor de terugreis achter dat ik vanuit Heathrow eerst naar Gatwick moet om naar Amsterdam terug te vliegen. Ik probeerde het nog om te boeken, maar dat was nog duurder dan het retourtje Johannesburg. Echt belachtelijk! Maar goed: eigen schuld, dikke bult. De pleister moet er langzaam af.

Dus zit ik hier. Op Heathrow. In mijn eentje. Mijn lief en twee zonen lazen de vluchtdetails wel en zitten inmiddels in de trein van Schiphol naar Zaandam. Ik wacht op mijn bus naar Gatwick, lees de krant, heb mijn OV chipkaart alvast opgezocht, heb de randen en de emalangeni in mijn portemonnee vervangen door de paar euro’s die ik nog had, heb mijn agenda bekeken en al wat afspraken gemaakt. Ik ben klaar voor Nederland, voor thuis, zou je denken. Ik voel het niet. De pleister zit nog muurvast.

Ik zit hier. Nog steeds op Heathrow. In mijn eentje. In de aankomsthal. Waar een moeder haar dochter van kleuterleeftijd niet kan tegenhouden als ze op opa af rent. Waar een vrouw hard praat aan de telefoon en ineens ophoudt als ze op de schouder wordt geklopt door haar jongere evenbeeld. Ze vallen elkaar in de armen. Druppelsgewijs komen er steeds meer mensen door de deuren van de aankomsthal, en scannen met grote ogen of ze bekenden zien. Met verlangen. Dat herken ik wel. De pleister laat los, de randen jeuken.

Ik zit hier. Op Gatwick. In mijn eentje. In de vertrekhal. Ik probeer iets met woorden in mijn kladboekje, teken wat koffers en kinderen, laat mijn ogen glijden door een boek, en app. Mijn lief en twee oudste zonen zijn al thuis. De jongste zoon is onderweg naar huis om ze te begroeten. De andere zoon en zijn vriendin komen zo terug van de sportschool en haken dan ook aan. Er zijn plannen voor een braai in de achtertuin. Net voor het vliegtuig vertrekt naar Amsterdam krijg ik een bericht van mijn lief dat hij me wel op komt halen van Schiphol.

Ik zit hier. In het vliegtuig. Ik zie bekende stranden, een overweldigend groene lapjesdeken en de flat waar mijn moeder woont is duidelijk te zien. Ik buig me over de twee medepassagiers heen om het beter te zien en wijs. “Kijk, daar woont mijn moeder en vijfhonderd meter verderop wonen wij!”, zeg ik. Tien minuten voor de landing komt er een gesprek los. Eén dame is wel eens in Amsterdam geweest, de andere heeft meer Nederlandse steden gezien dan ik. Ze maken foto’s van het havengebied, van de windmolens, van de wolkenlucht. Ik krab aan mijn linkeronderarm, het voelt alsof er een lijmlaag zit van een net losgelaten pleister.

Bij aankomst zie ik onze jongste zoon en sluit hem in mijn armen. Of hij mij, eigenlijk. Was hij al zo groot? Hij drukt me tegen zich aan en begint meteen te vertellen over zijn werk, zijn sport en zijn vakantieplannen.”Kom. We gaan naar huis,” zegt mijn lief en pakt mijn koffer. Ik lach, ik ben er al.

Waar de pleister zat, is de huid gaaf.

Het meervoud van thuis #eswatinblog 19

26 jul

De bergen hier in zuidelijk Afrika zijn hoog, de afgronden diep; het zelfvertrouwen van onze tweede zoon is groter. Als een gazelle klimt en springt hij van rots naar rots. Ontspannen gaat hij op nog geen 10 centimeter van de rand zitten. Hij heeft vertrouwen in zijn eigen vermogen die balans vast te houden. Mijn buik keert zich om als ik er naar kijk en mijn moederinstinct wil hem van die rots aftrekken. Ik houd me in, hij is volwassen.Hij is niet meer het jongetje van 18 maanden, dat we 22 jaar geleden met zijn broer uit dit land mee terug namen naar Nederland. Zijn broer is niet meer drie.

Mijn lief, ik en onze twee oudste volwassen zonen zijn op vakantie in eSwatini in zuidelijk Afrika, waar we ooit als jong gezin woonden. Het is gek om in deze gezinssamenstelling op vakantie te zijn, de zonen zijn volwassen mannen van 24 en 23 jaar en gaan al jaren niet meer met ons mee. We proberen rekening te houden met hun wensen, en zij met die van ons. We zoeken een balans en dat lukt wonderbaarlijk goed.

Het is bijzonder en ontroerend ze het land te laten zien waar ze hun eerste stappen zetten. Het land waar ze geen herinneringen aan hebben en ik des te meer. Het is dit land waar ik moeder werd, waar ik me thuis voelde, waar mijn lief en ik de basis legden voor onze liefde en ons gezin. Het is dit land waar ik jarenlang heimwee naar had. Het is dit land waar ik me ook nu weer thuis voel.

Twee dagen voor we weer vertrekken naar ons thuis in Nederland, heb ik dat weeïge gevoel in mijn buik weer. Net als van de week in de bergen, toen mijn zoon aan de rand van de afgrond ging zitten. Net als 22 jaar geleden, toen we ons gezin uit de grond van eSwatini plukten en verplaatsten naar Nederland. Nederland was toen wel het thuis van mijn lief en van mij; nog niet van ons gezin, nog niet van onze kinderen. Nu is het wel anders. In Nederland heeft ons – inmiddels flink uitgebreide – gezin een stevige en liefdevolle basis, waar we ons allemaal thuis voelen. In eSwatini liggen de teruggetrokken wortels van dit gezin. Ik graaf ze op en voed ze – nu samen met mijn lief en onze oudste twee kinderen – met nieuwe herinneringen. De wortels van verleden, vandaag en morgen verstrengelen zich; tot een bredere basis en een betere balans.

Twee dagen voor we vertrekken keert mijn buik zich weer om, maar durf ik vol zelfvertrouwen op 10 centimeter afstand van de afgrond te gaan zitten en uit te kijken. Twee kanten op. Twee keer thuis. Twee keer binnen handbereik.

Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat er geen woord is voor het meervoud van thuis. Een gemis.

%d bloggers liken dit: