Nee, ik gooi niet het monopolybord met pionnen, dobbelstenen en geld door de kamer zoals een oom vroeger eens deed toen hij niet kon winnen. Ik ben een beschaafde verliezer, ik word eerst stil en vervolgens chagrijnig. Dat laat ik niet altijd merken, zeker niet als ik een spel met een groter gezelschap speel. Dan maak ik grapjes, schenk ik de glazen nog eens vol en schud de zak chips leeg.
Spelen leert je verliezen, maar wat als je verlies geen gevolg is van een spel? Als je verlies het gevolg is van het leven? Mijn allerliefste is gestorven, is dood. Een half jaar geleden stapte hij de deur uit in zijn hardloopkleren en kwam niet meer terug. Ik was een beschaafde verliezer. Ik werd stil. Ik werd chagrijnig. Ik maakte grapjes. ‘Oh, nu kan ik aan zee gaan wonen.’ ‘Nu zit ik met een houten keuken.’ ‘Eindelijk kan ik een kleinere auto kopen.’ Ik regelde alles wat er te regelen viel, ging aan het werk en begaf me weer in het sociale leven. Ik was verdrietig, blij, trots, dankbaar. Alles tegelijk en het ging goed. Ik sliep zelfs weer hele nachten. En droomde. Ik hoopte op een droom waarin ik mijn liefste weer zou zien. Dan zou ik hem vastpakken, kussen, omverwerpen, dicht tegen hem aan liggen en alles zou goed zijn. Het echte leven zou een boze droom blijken te zijn.
Daar was hij, in mijn droom. Mijn liefste stond tussen familie en vrienden, een flesje bier in zijn hand. Op afstand hoorde ik hem lachen. Ik liep naar hem toe, hij reageerde nauwelijks. ‘Wat is er?’ vroeg ik. ‘Ellis, zo kan het niet langer. We kunnen niet meer samen zijn,’ zei hij en liep van me weg. Ik pakte hem bij zijn arm, hij schudde me los en verdween tussen de mensen. Ik schreeuwde, sloeg om me heen en werd huilend en hyperventilerend wakker. Dit verliezen heb ik niet geleerd; hier ben ik niet op voorbereid. Ik til het Monopolybord op, gooi het met alle pionnen, alle straten en al het geld door mijn kamer.
Het is een chaos en ik sta er midden in. Zo kan het niet langer, mijn liefste heeft gelijk. Ik raap het bord, de straten, het geld en de pionnen op en zet het spel klaar. Ik neem de dobbelstenen in mijn hand. Niet om te winnen, maar om te durven verliezen. Monopoly kan lang duren.
Vind-ik-leuk Aan het laden...