Archief | ZORG RSS feed for this section

Ik vind er niks meer aan

22 Jan

Over voltooid leven

Tijdens het spreekuur probeer ik onderwerpen die te maken hebben met zorgverzekeringen, vergoedingen en zeker de politiek buiten de deur te houden. Toch ontkom ik er niet altijd aan. Zeker niet als het mensen raakt, in de buidel of emotioneel. Het debat rondom levensbeëindiging bij een voltooid leven ontging Kees niet en daarmee mij ook niet.

‘Ik vind er niks meer aan,’ zegt Kees. Er moet van alles gebeuren waar hij tegen op ziet. Zijn versleten heup moet vervangen en er staan afspraken bij de kaakchirurg om zijn rammelende gebit te vervangen. Verder is een goede vriendin onlangs overleden en zijn beste vriend heeft kanker met uitzaaïngen. Begripvol knik ik en laat hem vertellen. Over de glucosewaardes hoeven we het niet te hebben, die zijn wel goed sinds hij de alcohol heeft laten staan.  ‘Maar waar ze het over hebben in Den Haag, dat hoeft nou ook weer niet. Ik wil niet dood,’ vervolgt hij alsof hij zijn uitspraak moet verklaren. Alsof hij bang is dat ik mijn hulp zal aanbieden. Daar hoeft hij niet bang voor te zijn, ik ken Kees langer dan vandaag. Hij heeft zijn alcoholverslaving overwonnen, pakt zijn gezondheidsproblemen op en heeft gekozen voor het leven. Hij heeft een fijne relatie met zijn zussen en heeft een uitgebreide vriendenkring. Bovendien is hij nog niet eens zo oud, begin zestig. Maar hij zet me wel aan het denken. Hoe vaak horen we het niet zeggen?

Zeker door oudere patiënten die een partner hebben verloren, vrienden verliezen, een klein netwerk hebben en zichzelf niet meer kunnen vermaken. We zien ze voor hun chronische aandoening waaraan ze niet direct zullen overlijden. Sterker nog, we doen ons best om complicaties en daarmee hun overlijden te voorkomen. Ik heb nog wel eens een gesprek over de zin en onzin van een cholesterolverlager, maar vraag nooit of ze überhaupt nog willen leven.

Natuurlijk bied ik een luisterend oor, maar verwijs snel door naar de huisarts. Gesprekken over wel of niet reanimeren, wel of niet behandelen, euthanasie en straks misschien de optie levensbeëindiging bij een voltooid leven horen niet thuis op mijn spreekuur. Of wel?

Het nieuws en de discussies over levensbeëindiging bij een voltooid leven hebben Kees aan het denken gezet over wat hij wel en niet zou willen.  We hadden een mooi – onvoltooid – gesprek over leven en dood, dat hij verder kan voeren met zijn familie en zijn huisarts. Dat had hij nog niet eerder gedaan.

20170122_163323-collageIs dat een rol die wij kunnen spelen?  Niet afwachten tot iemand zegt niet meer te willen leven? Bespreekbaar maken? Mensen aan het denken zetten? Net zoals we doen met seksuele problemen en psychische klachten, die wij verder ook niet vervolgen? In de ouderenzorg vragen collega’s soms naar hoe de patiënt het levenseinde ziet en maken een afspraak met de huisarts als er specifieke wensen zijn zoals niet reanimeren, een wils- of euthanasieverklaring. Komt daar straks ook de vraag bij wanneer de patiënt het leven voltooid vind?

 

Deze column verscheen in ‘de POH ‘ december 2016, een uitgave van de NVvPO onder de titel ‘Voltooid leven’.

Sinds mei 2016 maak ik deel uit van de redactieraad van ‘de POH ‘.

Advertenties

Te jong voor insuline

15 Nov

insulinePsychologische insulineresistentie

Insuline spuiten kan iedereen leren, zeker met alle mooie pennen en naalden die op de markt zijn. Voor Mirjam zou het ook geen probleem moeten zijn, wat houdt haar tegen?

‘Hij wil me niet meer zien’, zegt Mirjam. ‘Kan niks meer voor me doen, ik ben te eigenwijs’, vervolgt ze. Het klinkt als een huwelijkscrisis. Dat is het niet. ‘Je zult het nog wel merken, heel eigenwijs’, benadrukt ze nog eens, bijna dreigend. Na een jaar of vijf een relatie te hebben gehad met haar internist is het over. Elke drie maanden contact, controles en gesprekken hebben niet geleid tot een goed HbA1c. Mirjam wil echt niet aan de insuline. De internist zocht contact met de huisarts of de huisartsenpraktijk de controles weer kon overnemen. Hiermee begint onze relatie. Met een HbA1c van 89.

Ze heeft wel veel pech. Ondanks haar leefstijl – die misschien wel iets beter kan maar echt niet heel afwijkend is – heeft ze rond haar veertigste twee stents gekregen en DM2 ontwikkeld. Nu is ze vijftig en leeft ze al tien jaar langer dan haar vader en enkele van zijn broers en zussen. Van moeders kant kent ze de gevolgen van DM2. Oma is jong overleden na een beenamputatie, moeder ziet niet veel meer en kan zelf de insuline niet meer spuiten. Mirjam verzucht dat ze blij mag zijn dat ze leeft.

Ik ben het wel met haar eens en laat haar dat weten. In de loop van het gesprek blijkt dat ze de medicatie regelmatig vergeet, met de personal coach meer praat dan sport, behalve vandaag altijd op hakken loopt wat goed te zien is aan haar voeten. ‘Ik moet maar aan de insuline. Als het niet anders kan. Dat is de enige optie toch?’, stelt ze.

Ik vraag verbaasd waarom ze dat nu wel wil. Dit had ik niet verwacht. Mirjam barst los. Ze werkt steeds meer uren per week, krijgt overgangsklachten, slaapt slecht, zweet veel. Haar leven moet anders. Ze voelt zich gewoon niet lekker. ‘En misschien moet ik ook niet meer naar mijn moeder luisteren. Die zegt dat ik te jong ben voor insuline! Zij begon pas op haar vijfenzestigste. Het is mijn leven’, zegt ze met toenemend stemgeluid. Ze klinkt als een opstandige puber. Nog even en ze gaat stampvoeten. We spreken af elkaar de komende weken regelmatig te zien. Eerst maar eens curves bijhouden, medicatie altijd innemen, minder overwerken, meer sporten en niet overleggen met haar moeder.

Hoe het Mirjam zal vergaan is de vraag – of een avontuur, dat ik graag met haar aanga. Helaas bestaat er voor psychologische insulineresistentie geen protocol, en geen eenduidige of eenvoudige aanpak. Voor veel diabeten is de stap naar insuline groot, om verschillende redenen die meestal psychologisch van aard zijn. Mirjam is daarop geen uitzondering.

20160930_171651

Deze column verscheen in september 2016 in het blad De POH, een uitgave van de NVvPO, een belangenorganisatie voor praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. 

What a girl needs!

16 Jun

20150425_112103-1Vrouwen krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Een probleem dat aangepakt moet worden en de aandacht heeft van zorgverleners. Ik voelde me serieus genomen.

Hartklachten worden aangezien voor overgangsklachten, medicijnen en behandeling zijn vooral getest op mannen. Vrouwen leven langer, maar zijn vaker en langer ziek. Het is geen nieuwe informatie, veel zorgverleners houden hier wél rekening mee. Ik was blij dat de huisarts mijn klachten van duizeligheid met hartkloppingen serieuzer nam dan ik. Ze verwees me door naar de cardiologie voor een 24-uurs hartfilmpje.

Na het weekend kwam ik voor de uitslag bij de cardioloog. Leuke vent, iets jonger dan ik.Uitgebreid legde hij uit dat de hartslag weliswaar wel eens traag ging, maar niet te traag. Nadat ik vertelde dat ik in de zorg werk, werd hij enthousiaster. Hij wees de (niet ernstige) onregelmatigheden aan en vertelde over een meetapparaatje dat onder de huid geplaatst kan worden om een hartfilmpje gedurende een langere periode te maken. ‘Als het nou toch aanblijft, is dat misschien een optie.’, zei hij. Ik voelde me serieus genomen, gerustgesteld en vroeg nog even naar de bloeduitslagen.

Schildklier: goed. Suiker: goed. Cholesterol: goed. Goed? De waardes van de verschillende cholesterolwaardes vielen me vies tegen, die had ik veel lager verwacht. ‘Tsjonge!’, verzuchtte ik. ‘Ik eet redelijk gezond en sport me te pletter. Dat kan toch niet?’

‘Ze zijn goed hoor’, hoor ik hem zeggen. ‘U bent ook gewoon slank.’

Dat hoor ik hem de hele dag nog zeggen. Hoor ik hem nu nog zeggen.

Maar bovenal blijft het gevoel hangen dat zowel de huisarts als hij mijn klachten serieus namen, misschien serieuzer dan dat ik ze nam.

Deze dokters snappen wat vrouwen nodig hebben 😉

Voor de echte belangstellenden

Gelukkig is er in de gezondheidszorg toenemend aandacht voor de zorg voor vrouwen. Een voorbeeld is het onderzoek naar hart- en vaat ziekten bij vrouwen: Hart voor vrouwen. Weet je er meer? Deel het!

Welkom bij de sandwichgeneratie

10 Feb

20150210_110513-1Ik houd van ze, van mijn kinderen, van mijn ouders. Niets liever wil ik dan dat het ze aan niets ontbreekt, dat ze gezond zijn en zich gelukkig voelen. Ik draag daar met alle liefde aan bij.

Het wordt me soms te veel. Het toppunt bereikte ik onlangs toen ik tijdens een loopje niet meer verder kon. De kilometers waren het probleem niet. Mijn hoofd kon niet meer, de tranen liepen over mijn wangen. Ik was op en zo verdrietig. De laatste drie van de tien kilometer wandelde ik al huilend naar huis.

Kortsluiting

Een druk leven met man, vier kinderen, familie, vrienden, werk, vrijwilligersklussen, onderhoud van huis en tuin is goed te doen zolang alles op rolletjes verloopt en te plannen is. Wel druk. Natuurlijk! Heerlijk!

De laatste acht maanden waren drukker dan normaal. Onze pubers en jongvolwassenen maakten, met onze steun, keuzes voor studie en wonen die hun verdere leven kunnen bepalen. Mijn vader werd ziek en had de pech een stevig behandelingstraject in te moeten gaan met bestralingen en is nog niet klaar. (Over)bezorgd bezoek ik hem – misschien wel tot zijn ergernis- vaker dan anders en zijn we regelmatig samen op pad richting ziekenhuis. Nu ook mijn moeder- ze leven niet samen- , even uit de running is vanwege een nieuw onderdeel en af en toe ergens heengebracht moet worden en haar koelkast gevuld moet worden, zijn vrije dagen goed gevuld.

Voeg daaraan toe de nodige verwachtingen op werk en sociaal gebied. Plus de eigen verwachtingen ten aanzien van moederschap, huis, studie, vrijwilligerswerk en hobby’s. Dan raken de dagen zo goed gevuld dat het hoofd de kans niet krijgt leeg te worden, met als gevolg kortsluiting.

Sandwichgeneratie

Langzaam drong het tot me door, de afgelopen maanden ben ik onderdeel van de sandwichgeneratie. Een woord dat ooit wel eens hoorde, maar bijna vergeten was. Misschien wel terecht, het woord is (nog?) niet doorgedrongen tot het Van Dale woordenboek. Wikipedia heeft er zelfs geen omschrijving voor. Internet biedt wel uitkomst: ‘ generatie van mensen tussen de 40 en de 60 jaar, die ingeklemd zitten tussen opgroeiende kinderen en ouders die gaan kwakkelen; generatie van veertigplussers tot zestigplussers die de zorg hebben voor zowel kinderen als ouders.’ (bron: www.anw.inl.nl)

Dat ben ik!

Tussen de 40 en 60 jaar, ik heb opgroeiende kinderen, kwakkelende (sorry papa en mama;-) ouders en zorg voor kinderen en ouders. Ingeklemd? Zo voel ik me gelukkig niet altijd.

Ik heb wel makkelijk praten, dat realiseer ik me ook. Ik heb een lieve man, vrij zelfstandige kinderen en mijn ouders kunnen met al het ge’kwakkel’ hun eigen leven prima regelen en zijn zelfredzaam. Voor andere ‘sandwichers’ is het lastiger. Zo ken ik Marit, die tijdens de ziekenhuisopname van haar vader bij haar moeder thuis moest logeren terwijl de jongste nog maar tien is. Rianne en Ed, die elke nacht gebeld worden door zijn moeder, die alleen woont en echt niet naar een verpleeghuis wil. ’s Ochtends verzorgen ze weer hun kinderen en gaan beiden weer naar hun werk. Denise, die haar kinderen van negen en elf elke dag laat overblijven om haar vader in het verpleeghuis te bezoeken en eten te geven.

Steun

Ik heb makkelijk praten. Ik heb steun aan mijn man, kinderen, een broer, een zus én mijn eigen ouders die ook wel eens op mijn rem trappen. Steun aan mijn vrienden, die accepteren dat er nu minder tijd voor ze is. Steun aan mijn collega’s en werkgevers, die luisteren en begrip tonen voor de vrije uurtjes. Steun aan het kerkelijke netwerk van mijn vader; belangstellende, luisterende en praktische steun! Steun aan vrienden en vriendinnen van mijn moeder. De enige steun die ontbreekt, is de steun aan mezelf.

Ik houd van ze, van mijn kinderen, van mijn ouders. Niets liever wil ik dan dat het ze aan niets ontbreekt, dat ze gezond zijn en zich gelukkig voelen. Ik draag daar met alle liefde aan bij en loop in dezelfde valkuil, waar ik Marit, Rianne, Ed en Denise voor waarschuw. Ik ga aan mezelf voorbij.

Overlevingstactieken

Zonder spijt maak ik keuzes, zodat er tijd is voor onze kinderen en ouders. Lief en ik gaan minder vaak samen weg, vrienden zien me minder vaak, stel vrijwilligerswerk uit, mis trainingen, het huis is nog minder schoon dan normaal, schrijf nog wel want dat is noodzaak maar schilder minder en maakte zelfs de keuze om voorlopig een dag minder te werken.

Met moeite maak ik die zelfde keuzes om tijd te maken voor mezelf, om dat rondje te lopen, op de bank te hangen en gewoon aan niks te denken. Maar het moet!

Want ik wil ‘sandwichen’! Zonder ingeklemd te raken. Ik houd van ze, van mijn kinderen, van mijn ouders. Niets liever wil ik dan dat het ze aan niets ontbreekt, dat ze gezond zijn en zich gelukkig voelen. Ik draag daar met alle liefde aan bij. En met alle plezier, want dat levert het samenzijn met deze mensen ook op.

Hoe doe jij dat?

Bier en pannekoeken

5 Nov

20141105_154424Zonder me aan te kijken geeft ze een hand. Haar zoon pakt mijn hand stevig vast en stelt zich voor. We gaan zitten en ik stel me voor. Het is de eerste keer dat we elkaar zien. Diabetesspreekuur. Ze komt voor de suikercontrole, dat begrijpt ze wel. Op mijn vraag of ze nederlands kan verstaan krijg ik een wijfelend antwoord. ‘Een klein beetje.’, zegt ze. ‘En spreekt u nederlands?’, vraag ik. Ze gromt wat onduidelijks en kijkt me nog steeds niet aan.

‘We proberen het gewoon en als het niet lukt vragen we uw zoon te helpen.’, zeg ik. Haar zoon vertaalt. Zichtbaar opgelucht dat ze niet alles hoeft te begrijpen, kijkt ze me aan. We kunnen aan de slag. De bloeddruk. Het gewicht. De voetcontrole levert een gesprekje op over feestelijke henna-versieringen. Vervolgens stel ik ook wat vragen over de leefstijl. De beweging. De voeding. Rookgedrag. Alchoholgebruik. Griepprik. Sommige antwoorden denk ik al te weten, maar ik vraag het toch.

De antwoorden zijn kort en ook als haar zoon de vragen stelt, krijgt hij weinig los. Hij schuift wat op zijn stoel, hij praat steeds harder tegen zijn moeder. ‘Ze zegt niet veel, hoor.’, moppert hij. Hij wijst naar zijn moeder. ‘Ik weet zeker dat ze elke dag bier drinkt. En eten? De hele dag pannekoeken, werkelijk waar! Moet je zien hoe dik ze is!’

‘Wat?’ wordt gevolgd door een lange tirade in een taal die ik niet begrijp. Ze slaat haar zoon op zijn bovenbeen, kijkt me aan, lacht en vertelt me in één lange adem over haar dagelijkse bezigheden. Ze wandelt, eet boterhammen, kookt groente, drinkt water. Een voorbeeldige leefstijl.

En spreekt nog aardig nederlands ook! Volgende keer komt ze vast alleen.

Gekreukeld

15 Okt

20141015_180412

Scherpe vouwen in

Gekreukeld papier

Dat is zijn huid

Zijn leven

Zijn pijn

Zijn lot

 

 

20141015_180428

Vouw het uit, druk het plat

Strijk het glad

Herschrijf

Zijn leven

Haar leven

Hun lot

 

 

20141015_180358

Wordt niet wat het was

Wordt niet beter

Zijn pijn haar pijn

Verbonden

Leven nu

Hun leven
 

Warme ontmoeting

25 Jul

tramZe trekt haar vestje dichter om haar heen, het is te koud. ‘Ik kan er maar niet aan wennen!’, moppert ze om vervolgens alle goede kanten van ons kikkerlandje te belichten. Alles is goed georganiseerd, ze woont in een mooi appartement en de zorg vindt ze geweldig. ‘Maar koud is het, zo koud!’

Vier jaar geleden zwichtte ze. Ze zag ook wel dat ze ouder werd, het lichaam wordt brozer en af en toe vergeet ze ook dingen. Haar kinderen die in Nederland studeerden en hier een bestaan hadden opgebouwd haalden haar uit Suriname. ‘Mama, kom. We zorgen voor je.’, zeiden ze. ‘Kind, natuurlijk ging ik. Ik mis mijn land, maar ik hoor bij mijn kinderen.’, zegt ze. ‘Als….als…..dan willen ze me hier begraven.’ Ze schudt haar hoofd.

Ik ben stil. Mijn gedachten gaan uit naar opa’s, oma’s en schoonvader. Zij liggen vlakbij begraven, prettig vlakbij. Binnenkort ga ik weer langs. Ik snap haar kinderen wel.

‘Maar ik ga nog niet, hoor!’, zegt ze ineens luid. ‘Ze moeten eerst hun weg vinden.’

Ze kijkt naar mijn gezicht, ziet mijn vraag. ‘Naar de Heer, bedoel ik.’, verduidelijkt ze.

Ze vertelt over haar dochters, haar zoon, haar kleinkinderen. Trots. Liefdevol. Met zorg. Ondanks de kou hier, is ze in een warm nest geland. Ze pakt even mijn arm vast. ‘Onze Heer zal ze toch niet laten branden in de hel?’

‘Nee, dat kan ik me niet voorstellen.’, antwoord ik vol overtuiging. Deze lieve zorgzame mensen zorgen voor een stukje hemel op aarde. Engelen horen in de hemel.

‘Dat is mijn tram! Dag lieverd.’, zegt ze en knijpt me stevig in mijn bovenarm. Staand in de tram trekt ze haar vestje uit en zwaait. De kou is verdwenen.

%d bloggers liken dit: