Archief | BLOG RSS feed for this section

Fifty ways to keep your lover

3 Nov

Liefde Kunst Passie 3Kort geleden ontmoette ik een jongeman die verliefd is, hij wacht af. Terwijl zij binnenkort voor langere tijd het land verlaat. Wat een sufferd! ‘Het kan zomaar echte liefde zijn. En ik heb verstand van liefde,’ zei ik vol overtuiging. Met verbazing. Ruim vijfentwintig jaar geleden dacht ik er heel anders over, nu houd ik me vast aan de liefde.

Afwachten heeft voordelen, het zou mij bergen liefdesverdriet en problemen bespaard hebben. Na het zoveelste drama hoefde ik geen serieuze relatie meer en na de scheiding van mijn ouders overwoog ik ook nog nooit te trouwen. Ook niet met deze man, die ik toen nog maar net kende. Maar ja, ik wilde hem. En hij wilde me getrouwd. Ondertussen nam ik me voor dat ‘tot de dood ons scheidt’ niet hoefde en neuriede ik ‘fifty ways to leave your lover‘ ter geruststelling.  Het feest was leuk, het leven met hem ook. Meestal. Het melodietje ken ik nog steeds, de tekst is niet meer nodig.

Durf

Het was meteen ‘aan’ en dat is het nog steeds. We zijn verliefd. Ik mopper veel, hij verdraagt. Hij moppert niet, ik verdraag ook. We durven elkaar aan! Dat is misschien wel het advies aan die jongeman en die goede vriend. Durf! Neem risico!

Fifty ways to keep your lover

In een jolige bui zei ik de jongeman dat ik wel verstand heb van liefde en dat ik wel wat tips kan geven. Niet zaligmakend natuurlijk; liefde is wel een voorwaarde. Hier zijn ze!

  1. Zeg ja als je gevraagd wordt
  2. Houd gepaste afstand, maar niet te veel
  3. Deel een hobby
  4. Zeg lieve woordjes
  5. Lieg
  6. Accepteer irritaties
  7. Mopper tegen anderen
  8. Vrij, ook als je geen zin hebt. Soms
  9. Heb zin
  10. Ga op vakantie – alleen en samen
  11. Ontbijt op bed
  12. Deel zorg
  13. Praat
  14. Zwijg
  15. Geef ruimte
  16. Neem ruimte
  17. Begrijp niet alles
  18. Begrijp veel
  19. Zoek elkaar op
  20. Verras
  21. Lach met
  22. Lach om
  23. Raak aan
  24. Huil samen
  25. Troost
  26. Bestudeer
  27. Houd vast
  28. Laat op tijd los
  29. Wees af en toe ontevreden
  30. Flirt – ook met anderen
  31. Vertel niet alles
  32. Heb geen geheimen
  33. Word boos
  34. Durf afhankelijk te zijn
  35. Doe wat je leuk vindt
  36. Ruik
  37. Streel
  38. Kook
  39. Loop hand in hand
  40. Bekijk
  41. Bewonder
  42. Erger je
  43. Gun
  44. Lever in
  45. Eis op
  46. Raak aan
  47. Wees schaamteloos
  48. Kijk vooruit
  49. Haal herinneringen op
  50. Blijf

En 51….

Geniet van geluk als het voorbij komt. Dat is wat wij de volgende 25 jaar weer gaan doen. Het enige wat we nodig hebben is een nieuw liedje. En meer tips zijn ook welkom!

P.S. Heb ik jou gesproken? Laat even weten hoe het  – bij voorkeur niet – is afgelopen!

 

 

 

Advertenties

Wiedewiedewiet…

9 Jun

Zo was het niet, zei zoon. Hij had gelijk. Soms mag je de waarheid misbruiken voor een leuk verhaaltje en weet je zelf ook niet meer wat waar is.

Na weken niezen en proesten wordt het toch tijd de slaapkamer onder handen te nemen. Ik heb er een hekel aan, maar het vooruitzicht vanavond in een vers bed te liggen is verlokkelijk. Aan de slag! Beddengoed luchten, matrassen keren, alle hoekjes en gaatjes poetsen, en de nachtkastjes eens leeghalen.

Wat een bende. Door mijn handen gaan autootjes waar de kinderen al lang niet meer mee spelen, een oude agenda, folders uit lang vergeten vakanties, een papieren strippenkaart en een klein doorzichtig vierkant plastic zakje met een blaadje er op. Leeg. Herinnering aan een moeilijke periode met één van de zoons. Spijbelen, drank, drugs. Een periode waar ik nu – nu hij verstandiger lijkt te worden-  met zekere mildheid en humor op terug kan kijken. Humor, daar houd ik wel van.

18033850_1295664560549428_1862584475856828009_nIk leg wat spulletjes terug in het laatje, positioneer het lege zakje niet al te opvallend maar wel zichtbaar er tussen. En klik. Een prachtfoto. Een nostalgisch instagram filtertje er over heen, een korte tekst er boven. ‘Dat ruimt lekker op!’ En ik plaats het op Facebook.

Geinig! Nuttig misschien ook wel. Een goede vriend is in een moeilijke periode weer gaan blowen en probeert nu af te kicken. Misschien dat hij – als hij dit plaatje ziet – denkt dat ik hem begrijp.

Zo af en toe kijk ik op mijn mobiel. Ik ben niet verslaafd en kan het ook wel laten, echt, maar niet tijdens het poetsen. Dan heb ik het gewoon nodig. Tevreden zie ik ‘likes’ verschijnen. Ze vinden het leuk! Zelfs reacties. ‘Lekker bezig!’  ‘Ook de spinnenwebben tussen de lakens weghalen, hé.’  Maar niks over het lege wietzakje, ze verwachten het niet, weten dat ik niks durfde. Of ze herkennen het niet, dat kan ook. Ik zie dat er nog een reactie wordt getypt en stel het opruimen nog eventjes uit. ‘CLEAN! En een knipogende smiley’  Van die ene vriend. Die boodschap is aangekomen! Dat en een schone slaapkamer maken van mij een tevreden mens.

Tot de jongste zoon thuiskomt. Hij doet anders. In plaats van de rechtstreekse route naar zijn hol, komt hij nu midden in de kamer staan. Met een grote grijns op zijn gezicht staat hij me aan te kijken. Hij zegt niks. Ik moet hem vragen wat er is. ‘Wat is er?’ vraag ik. ‘Wat had jij nou op Facebook gezet?’ en blijft me aankijken met die grijns.

‘Jij op Facebook?’ vraag ik. Ik lach. We zijn bevriend op Facebook, voor de vorm. We negeren elkaar volledig, stiekem check ik nog wel eens wat de kinderen doen. Dat is erg weinig, Facebook is uit! Maar dit kind, hij volgt mij op Facebook. Zal hij toch geïnteresseerd zijn in zijn moeder? Mijn hart maakt een sprongetje.

‘Weet je wel wat dat is?’ vraagt hij nu serieuzer. Hij scrollt over zijn schermpje, gaat naast me op de bank zitten en wijst het zakje aan. En scrollt door de reacties. Het zijn er nu wel 23! ’Clean?’ ‘Voorraad nu op?’ ‘Is schoonmaken een afkickverschijnsel?’ ‘Midlife-crisis!’ Ik grinnik, mijn vrienden hebben toch door wat er in mijn nachtkastje ligt.

Zoon stoot me aan. ‘Nou?’ zegt ie. Alsof ik hem verantwoording schuldig ben, zeg!

Ik vertel hem hoe zijn vader en ik, zo af en toe in een weekend teruggrijpen naar deze jeugdzonde. Met de balkondeur wijd open, op bed een jointje. Een wijntje. Echt relaxed. Je bent nu wel zo oud dat je dat mag weten, zeg ik er nog achteraan.

De grijns op zijn gezicht bevriest. Hij gaat staan en kijkt me aan. Ernstig. Zo serieus heb ik hem nog nooit gezien. De twijfel giert door mijn lijf, hij neemt me veel te serieus. Dit gaat fout, ik zie het en wil met een grapje het tij keren. Te laat.

Hij gaat te keer over de schilderijen die ik plaats op Facebook. Over de gedichten. O, en over mijn schoenen met tijgerprint. Zijn vrienden denken al dat zijn moeder een hippie is. Ik voel me steeds kleiner worden. IK moet nu wat gaan zeggen. In mijn hoofd hoor ik het ook: ‘Grapje joh, natuurlijk gebruiken we dat niet.’ Opvoeden moet ik, NU!

Hij blijft te keer gaan: ’Vind je het gek dat jouw kind aan de drugs ging, jouw schuld! Smerige troep. Nou, mij niet gezien.’ De deur knalt dicht. Het raampje galmt nog na. Nadat het stampen op de trap voorbij is, de stilte.

Opvoeden? Minstens zo moeilijk als huishouden!  Dit kind gebruikt geen drugs in elk geval. Toch?

 

 

Ellis in Legoland

28 Apr

IMG_20170427_020132529Drie ladenkasten, twee kleinere en één grotere, vol Lego staan al jaren ongebruikt in de weg. We hakken de knoop door. De Lego moet weg! Het wordt tijd dat de blokjes weer gebruikt worden door kinderen die daar plezier aan beleven. De vrijmarkt op Koningsdag is onze kans!

Een paar weken voor Koningsdag begint de jongste – inmiddels zestien – vol enthousiasme aan het bouwen van een huis. Dat verkoopt beter, zegt hij. Hij heeft grootse plannen; het ziekenhuis, de kastelen, het ruimteschip, de politiewagen en de brandweerboten zullen volgen. De verkreukelde instructieboekjes zijn het bewijs dat al deze projecten in de berg blokjes schuilen.

Kleine kinderen worden groot

Na twee dagen liggen de overloop, het kleine kamertje waarin de Lego bewaart wordt en het logeerbed in een andere kamer vol Lego. Het resultaat: één huis en een dakloos ziekenhuis, die niet lijken op de plaatjes in de boekjes. Het blijkt toch lastig de juiste bouwmaterialen te vinden. Nog lastiger is het de motivatie te vinden. De zestienjarige wil ook sporten, computerspelletjes spelen, naar buiten met vrienden. De wereld van Lego is hem te klein geworden. De Lego moet weg, dat wordt wel duidelijk!

Een paar dagen voor Koningsdag zoeken de jongste zoon, de oudste zoon en ik de spullen voor de verkoop bij elkaar. We selecteren DVD’s, ik zoek wat boeken bij elkaar, oude puzzels en kinderspeelgoed komen van de vliering, oudste zoon besluit zelfs de Wii te verkopen. Ze worden volwassen, realiseer ik me tevreden. De oudste zoon heeft een plan voor de Lego; sorteren op kleur en per ons verkopen. Dit plan klinkt ons wel haalbaar in de oren.

Avond vol herinneringen

De avond voor Koningsdag blijkt toch korter dan gedacht. We eten later, er komen gasten, maar bovenal: er zijn ZOVEEL Legoblokjes. En nog meer herinneringen. Alle vier zonen kregen mooie Legopakketten van opa en oma, van Sinterklaas of spaarden ze zelf bij elkaar. Bij elk feest hoort een verhaal. Het laatste Legopakket van opa was voor de jongste, toen opa erg ziek was. Een brandweerhelikopter. Natuurlijk slaat dan even de twijfel toe; toch bewaren? De zonen zijn resoluut. ‘Ja zeg, we zijn nu al dit werk niet voor niets aan het doen!’

Naast Lego vinden we allerlei nuttige dingen zoals knijpers, een zaklantaarn, een koptelefoon en geheugenkaartjes. Ooit eetbare dingen, snoep en zelfs een koekje met een pinda er op. Verder pistolen met klappertjes en ontelbare autootjes. Het is een mooie avond met een indrukwekkend goed gesorteerd resultaat! Om half twee zetten we de wekker voor een paar uur later.

Speelgoed is voor kinderen

IMG_20170427_101417074Met volgeladen auto rijdt man naar de plek van bestemming, de oudste zoon en ik fietsen er achter aan en de jongste zal – na zijn ontbijt – volgen. Tijdens het uitladen haalt man er nog een DVD tussen uit en vraagt of we al die Lego echt wel zullen verkopen. ‘Weet je wel hoe lang we hierover gedaan hebben? Het is een kapitaal!’, verzucht hij. Even voel ik met hem mee, het is een kapitaal – niet alleen financieel. Maar als we later ontroerd staan te kijken hoe kindertjes boterhamzakken vullen met blokjes, zich verbazen over de mooie kleuren, met hun handen het bekende Lego-geluid veroorzaken, zijn we allebei tevreden. Dit is waar speelgoed hoort, bij spelende kinderen.

Sommige mannen worden nooit groot

Naast oma’s, opa’s en oppasouders komen er ook volwassen mannen langs. Van een soort, die wij niet kenden. Nieuwsgierig luisteren we naar verhalen over onderdeeltjes, kijken vol bewondering naar het geduldige zoeken in de bakken, horen we over de verschillen tussen de jaren ’70 en jaren ’90 Lego en over de beperkingen die hun echtgenotes opleggen. De meesten mogen alleen maar op de zolderverdieping met Lego spelen – of bouwen, zoals ze zelf zeggen. Eén van de heren heeft schijnbaar geen last van zo’n beperking. Als hij het vijfde boterhamzakje vult, hoor ik mijn oudste zoon zeggen dat het wel leuk moet blijven. ‘Ook de kinderen hier willen nog wat uitzoeken,’ zegt mijn volwassen zoon.

Op

Terwijl ik boeken en DVD’s aanprijs, ondergaat man een terechtwijzing. Hoe durven we zomaar op kleur te sorteren. Rood is geen rood. Geel geen geel. De dakpannen uit de jaren ’70 horen niet bij die uit de jaren ’90. En de kleur geel is in de loop der jaren ook veranderd. Man verschiet niet van kleur, maar wordt wel stiller. Het wordt tijd om even afstand te nemen, we gaan zelf even struinen over de vrijmarkt. ‘Ongelooflijk, zo’n fanatisme,’ zegt man die vanmorgen de Lego wilde bewaren. Ik kan het alleen maar beamen en neem me voor om straks wat apart te houden voor mijn collega’s, die wel wat Lego willen voor kinderen en kleinkinderen.

Van een afstandje zien we onze zonen relaxed in de campingstoelen zitten. Er zijn geen klanten. Dichterbij zien we dat de bakken leeg zijn. Helemaal leeg. De Lego is OP!

Sorry, collega’s;-) We hebben nog wel wat DVD’s.

IMG-20170427-WA0000

Thuiskomen in een verhaal

23 Mrt

Nam ik zomaar deel aan een workshop vertellen door Peter Chand met echte vertellers! Heel spannend. Een mooie ervaring. Nieuwe inzichten. Dit is er één.

Het water loopt in mijn mond na zijn beschrijving van een chocoladecake. Vertellen is een kunst, deze verteller een kunstenaar. Behalve zin in chocola, krijg ik zin om ook zo te kunnen vertellen. Goede keuze om vanuit mijn comfortzone van het schrijven even over te steken naar het vertellen. Ik laat me gewillig meevoeren in een oefening om de vertelfantasie te prikkelen. Ik luister.

‘Sluit je ogen. Voel hoe je voeten de grond raken, je lichaam onspant, leg je handen op je knieën, laat je schouders hangen, adem in. Voel je het in je buik? En adem uit.’ De rustige stem van de verteller brengt ontspanning in mijn gejaagde lijf. Ik wandel met hem mee door een park, mijn voeten landen zacht in het gras, vogels zingen in mijn hoofd en mijn huid warmt in de zon.

‘Zie je het huis, daar in de verte? Loop er maar naar toe,’ hoor ik hem zeggen. Ik laat de verteller achter en loop er heen. Zijn stem klinkt verder weg. Zachter, maar wel verstaanbaar.

‘Zie je de deur? Bekijk de deur goed. De bovenkant, de onderkant, de sluiting, de omlijsting. Alles.’

‘Neem de tijd.’ Achter mijn oogleden tast ik de deur af met mijn blik.

‘Als je de deur goed hebt bekeken, open je je ogen.’

Met knipperende ogen kijken we elkaar aan. Nu gaan we vertellen over onze deuren, zegt de verteller.  Er zijn wonderlijke deuren, zacht met bont, hard metaal, met gouden knoppen, sierlijke omlijstingen in allerlei kleuren. Handen en gezichten vertellen misschien nog wel meer dan de woorden. Ik bevind mij in een bont gezelschap van echte vertellers, dat wordt mij wel duidelijk. Verlegen en zonder enige franje beschrijf ik onze schuurdeur. Groen, verroeste klopper, rafelige weggerotte onderkant, sporen van trappers en sturen op 30 en 100 centimeter hoogte. Het lukt me niet er meer van te maken. Gelukkig is de oefening nog niet klaar. We sluiten weer onze ogen.

‘In. Uit. In. Je gaat weer naar het huis. Naar de deur. Stel jezelf voor op deze plek, bij deze deur,’ zegt de verteller en dat doe ik. Ik sta bij mijn eigen huis, bij mijn eigen deur. Ik voel me op mijn gemak. Ik zucht. In. Uit.

‘Zullen we verder gaan,’ zegt hij uitnodigend. Ik adem nog eens in, recht mijn rug, draai mijn billen stevig in de stoel, voel stevige bodem onder mijn voeten. Ik ben klaar. Klaar voor het volgende verhaal.

‘Leg je hand op de deurknop en open de deur.’

Verschrikt open ik mijn ogen, kijk om me heen en vraag me af of ik de enige ben die niet goed in het verhaal zit. Ik sta verkeerd om! Als ik mijn hand uitsteek, is er geen deurknop, alleen maar ruimte. Ruimte waar ik in wil springen. De deur is achter mij.

Thuis is voor mij een vertrekpunt, waarvan ik zeker ben dat het er nog is als ik terugkom.

Ik sluit mijn ogen, draai me om en open de deur naar een nog een thuis.

Ellis presenteert….

2 Feb

Met dichtmaten Kees-Jan Sierhuis en Hans de Roo organiseerde ik een PoetrySlam. Alles is geregeld; elf dichters, drie julyleden, een prachtige zangeres, een mooie locatie en ik doe de presentatie. Nu alleen maar nadenken over de jurk;-)

flyer-def-page-001

 

via Kom, er is een PoetrySlam op 4 februari — Zaanse Dichterskring

Afscheid

5 Jan

Hoe een vriend een dag, een leven en onze zoon kan veranderen door er niet meer te zijn.

Die ochtend vertrekken man en ik voordat onze zonen goed en wel wakker zijn. Die avond zullen we elkaar allemaal weer zien. De jongste zal vertellen over het korfballen, één zoon over de plannen voor de rest van het weekend, nog een andere zoon over zijn werkdag, man zal de nieuwtjes over zijn ooms en tantes delen en ik zal vertellen over mijn dichtersbijeenkomst.

Genietend van het werk van collega-dichters bekijk ik even mijn mobiel. Een app van één van mijn zoons, niet eens via de gezinsapp. Meestal heeft hij dan iets nodig. Zuchtend open ik zijn bericht.
‘L. is dood.’
Een vriend van mijn net achttienjarige kind is dood. Dood. Hoe is dat mogelijk? Snel trek ik mij terug in een gang om zoon te bellen, te omhelzen en te troosten. Verdomme, wat is Heerhugowaard ver. Al pratend wordt de afstand minder. Zoon vertelt. Zoon deelt. L. wilde zelf. Zoon is gelukkig niet alleen, maar in gezelschap van een goede vriend. We zullen elkaar later wel zien.

Zonder onze achttienjarige, die troost zoekt bij zijn vrienden en vriendin praten we bij. Over de dichtersbijeenkomst, de ooms en tantes, de verkochte rookmachine en over korfbal. En over L. die niet meer wilde leven.
‘Maar ik sprak hem nog. Over muziek. Bij de barbecue, toen jullie op vakantie waren,’ vertelt de oudste verbouwereerd. ‘Aardige jongen.’
‘Hoe kun je nou niet willen leven?’ vraagt de jongste. ‘Als je zo jong bent, is het nog niet eens begonnen! Daar snap ik nou niks van.’ Gelukkig maar, denk ik opgelucht.

Later op de avond komt zoon thuis, met vriendin. Witte gezichten, wallen, sigarettenlucht en meer. Ik mag hem omarmen. ‘Het gaat wel,’ zegt hij en we praten nog wat na. Hij weet nog niet veel meer dan dat L. dood is en het zelf heeft gedaan. Het was niet onverwacht.
De grootte van de pijn des te onverwachter. ’s Nachts huilt zoon in mijn armen als het kleine kind, dat ik zo goed ken. Om L., om ongelukkige vrienden, om zieke opa, om de angst van verlies. Ik huil in zijn armen. Om L., om zijn ouders, zijn broers en om mijn zoon, die ineens geen kind meer is.

veerVoor L.

Dichtbij jouw verdriet in
het verdriet van een ander
Dichtbij jouw vriendschap in
de ogen van een ander
Dichtbij de liefde voor jou
zonder je te kennen
weten hoe bijzonder
je bent

Nog een croissant, s’il vous plaît

22 Okt

We belden niet aan, de gordijnen waren half open, geen enkele beweging te bekennen, de luiken boven allemaal dicht. Op de gevel geen enkele aanwijzing dat hier een bed&breakfast was. Er was zelfs geen naambordje bij de bel. We vertrouwden het niet en deden navraag bij mensen in de straat.

‘Nooit van gehoord.’
‘Hier is geen hotel.’
‘Hier is het niet.’
We geloofden het, het bevestigde ons vermoeden dat we hadden bij de aanblik van dit huis. Dit is geen logeeradres. Waarschijnlijk zelfs geen woonadres. We belden het nummer om te vragen naar het juiste adres en kregen steeds maar geen gehoor. Het zal toch niet?
De dame van de organisatie kreeg de eigenaar wel te pakken, en vertelde dat hij de hele middag al had zitten wachten. Toch maar terug – we waren ondertussen al op zoek naar een ander plekje- en nog voor we aanbelden ging de deur open.
‘Ah bonjour. Ça va?’
Een jonge man begroette ons met nerveus bewegende armen en benen en wisselde snel naar gebrekkig Engels toen wij niet snel genoeg reageerden. Achter de gevel bleek zowaar een huis te zijn.

Renaissance meets hippies

img-20161018-wa0001.jpgGrote hal, mooie houten trap, gangen en deuren. In een sneltreinvaartje leidde hij ons rond. Keuken, tuin, trap op, links zit het toilet. Toilet? Die zou toch bij de kamer zitten? Ons gebrekkige Frans verhinderde ons die vraag te stellen. Hij opende de deur naar onze kamer, het zag er precies zo uit als op het plaatje. Renaissance meets hippies! Mooi hoog plafond met versieringen en bedrukt behang. Stickers op de spiegel, overal posters met Bob Marley, bier, Verdun zelf en Ray Charles. En een privé-badkamer! Naast me voelde ik de opluchting van manlief.

Geen toilet

20161020_091411.jpgDe jonge man drukte ons de sleutels in handen, sprak een ontbijttijd met ons af en wij verkenden de kamer en badkamer. Alles was er en meer dan dat; in de kamer boeken, spelletjes, lekker zitbankje en in de badkamer een weegschaal, een fohn, een tondeuse, verschillende flessen shampoo, eau de toilette, een doosje krulspelden, een kist vol handdoeken en zelfs antibioticapillen. Maar geen toilet. Maar ach, met al die luxe ga je daar niet over zeuren. Op een camping deel je die met meer mensen.

Ontbijt

20161020_091945.jpgNa een rustige nacht daalden we af naar het ontbijt. De hal waar we gisteren doorheen liepen, was nu gevuld met een ontbijttafel van anderhalve bij twee meter met vier stoelen er om heen. Man zat op een meter afstand en zoon op twee meter afstand. De akoestiek in een oud huis met stenen vloer is gelukkig prima, anders hadden we nog moeten schreeuwen. Op tafel croissantjes met en zonder glazuur, ongevulde soesjes met suiker er op, yoghurtjes, fruit, sapjes, koffie en thee. Genoeg zou je denken, maar man dacht daar anders over. Die lustte nog wel een croissantje en vroeg dat gewoon.

Misselijk

‘Pas de quoi,’zei de jonge man en vertrok naar de keuken dachten we. Pas toen hij met een jas en een papieren zak vol croissants binnen stapte, realiseerden we dat niet de andere gasten de voordeur dicht hadden getrokken, maar hij.

Vol gêne deden we ons best zoveel mogelijk croissants te eten en startten onze verkenning van de omgeving. Misselijk, maar vol lof over deze bed&breakfast.

%d bloggers liken dit: