Archief | BLOG RSS feed for this section

Nagelknippers en rouwranden

11 jan

Omdat lief en ik toch langs deze supermarkt fietsen, doen we hier de boodschappen. Het is een fijne, ruime winkel én er zit een goed bakker! De winkel zit aan de zorgboulevard, vlakbij de steunkousenwinkel, een apotheek, het ziekenhuis en een zorghotel. Ik doe er alleen boodschappen als ik er toch in de buurt ben. De afgelopen maanden veel dus. Papa verbleef de hele zomer in het zorghotel, en werd maar liefst drie maal opgenomen in het ziekenhuis. Nu komen we alleen om boodschappen te doen, dat voelt best gek. We halen groente, vlees, brood, rijst en wat te drinken.

‘Laten we ook tandenborstels meenemen,’ zegt lief terwijl hij terugloopt om kaas te halen. Ik zoek het gangpad met toiletartikelen. Loop langs het toiletpapier, de deodorant, de haarelastiekjes en de nagelknippers. Ineens voel ik een brok in mijn keel. Mijn kaken verstrakken. Een golf van misselijkheid.

Voor me zie ik papa in een rolstoel. In dit gangpad. Een paar maanden geleden. Zijn tas voor zijn verblijf in het zorghotel had ik samen met mijn zus gepakt; kleding, medicijnen, deo, tandenborstel, steradent, sondevoedingsslangetjes. Nooit gedacht aan een nagelknipper natuurlijk. Papa had me later wel gevraagd die van zijn huis mee te nemen, maar ondanks zijn aanwijzingen kon ik het niet vinden. Jammer, maar we hadden wel een excuus om even naar buiten en naar de supermarkt te gaan. Gezellig samen winkelen!

‘Doe die grote maar. Met dat haakje,’ zei hij. ‘Dan kan ik ook onder mijn nagels schoonmaken.’

‘Heb je nou tandenborstels?’ vraagt lief. Ik schrik op en voel dat mijn wangen vochtig zijn. Lief kijkt me vragend aan. Ik denk aan de vijf nagelknippers die mijn broer, mijn zus en ik een paar dagen geleden vonden in papa’s bureaula, in papa’s kantoorkamer, in zijn huis dat we leeg moeten halen. Omdat hij er niet meer is.

Ik voel rouwranden, die met geen nagelknipper te verhelpen zijn.

Aanleunwoning

29 dec

Vannacht droomde ik over mijn oma, de moeder van mijn moeder. Ik droom wel vaker over haar, maar niet zo levendig. Ze was de afgelopen dagen ook wel heel aanwezig in mijn dagelijkse leven, want:

  1. Mijn moeder vertelde afgelopen zaterdag dat de rechten van oma’s graf komend voorjaar verlopen. De oom (mama’s broer), die daar over gaat, gaat er nooit heen en zij ook niet. Mijn moeder heeft meer herinneringen aan haar moeder bij het Pennemes, waar ze haar laatste jaren woonde.
  2. Het Pennemes waar ik gisteren met mijn vader voor een aanleunwoning keek. Net zo’n woning als oma had, maar dan in spiegelbeeld. We spraken over waar de tafel, hoe het bed, de spullen. Het past allemaal. Als oma er in kon met al haar spullen, dan papa zeker.

Haar bed stond alleen met het hoofdstuk tegen de muur. Haar kist, waar ze in lag opgebaard, stond waar haar bed stond. Geen idee waar haar bed was gebleven, eigenlijk. In de huiskamer stond een grote kast met oude schatten, souvenirs uit Canada, van ons uit Afrika, houten doosjes uit haar verleden, foto’s van ons als kinderen en streekromans. In de keuken veel blikken met van alles – fruit, doperwten, soep, asperges – alsof de oorlog niet achter haar, maar vlak voor haar lag. Naast de keuken een tafel. Perzisch kleedje er op; als je er met je korte broek aan zat, kriebelde de franje over je benen. Een tafel waar haar dokter ooit aan zat. En ik, in mijn droom. ‘Het is helemaal niet goed,’ zei oma, net als in 2003. Ik weet niet meer of ik die dokter toen heb gesproken of gezien. Ik weet wel dat oma daar zat met een briefje met aantekeningen naast haar puzzelboekje, de krant en het bakje met pennen. Aantekeningen met onder andere een afspraak in het ziekenhuis, voor onderzoek.

Oma was wel eens klagerig zonder aanwijsbare reden, zonder gevolgen ook. Nu klaagde ze niet, ze huilde niet, ze constateerde en ze had gelijk. Ze overleed zo’n 6 weken later in het ziekenhuis ten gevolge van darmkanker. Inmiddels is dit 18 jaar geleden. Of ik haar mis? Nee, het leven gaat ook gewoon weer door. Of ik haar graf vaak bezoek? Ook niet. Maar wel eens. Ze ligt daar met opa en met tante Ineke in een graf, vlakbij mijn andere opa en oma, vlakbij mijn schoonvader. Ze maakt deel uit van een wandelroutine over de begraafplaats als ik er ben voor een ander afscheid én zeker in maart rond haar verjaardag en die van mijn schoonvader. Ze maakt deel uit van mijn geschiedenis, van mijn herinneringen, van mij.

Papa besloot direct na de bezichtiging de aanleunwoning te accepteren. Genoeg ruimte, leuk uitzicht, de lift is vlakbij de voordeur, een winkeltje, een kapper en er wonen wat bekenden in dit wooncomplex. Het zal vast zijn laatste woonplek worden, net zoals het voor oma was. ‘Het is helemaal goed,’ zei papa.

Ik heb al zin in de verhuizing! In het plezier waarmee papa hier kan wonen, in de bezoeken die we kunnen brengen. We gaan toch nog – en dat is best een onverwacht cadeau – een stukje geschiedenis schrijven, herinneringen maken. Zodat papa langer dan levenslang bij ons kan blijven, net als oma.

Met of zonder graf.

Niet voor de gezelligheid

14 dec

Eind van de week ga ik met een groepje kinderen sterrenkoekjes bakken. Alle ingrediënten zijn gewoon bij de supermarkt te verkrijgen, behalve de uitsteekvormpjes. Ik twijfelde nog over online bestellen. De vormpjes zijn zeker te vinden, maar de boeken die ik twee weken geleden bestelde, zijn er ook nog steeds niet. Ik nam het zekere voor het onzekere en ging even naar het centrum van Zaandam. Ook wel even gezellig toch?

Ik struinde wat winkels op de Westzijde af, slaagde niet en ging door naar de Gedempte gracht. Het was niet overdreven druk, maar wat een rijen! De aankondiging van een persconferentie vanavond is genoeg om de kooplust aan te jagen, leek het. Ook bij mij, ik besloot ter plekke om op dat moment kleine cadeautjes te kopen voor onder de kerstboom. Alleen in een rij staan, deed ik niet. Zo ging ik snel van winkel naar winkel. De sfeer was gemoedelijk, iedereen volgde de instructies, het personeel was vriendelijk. Ik genoot wel van de kerstsfeer.

Voor het overdekte winkelcentrum de Rozenhof moest ik uitwijken voor een groep mensen. Overduidelijk geen winkelend publiek, ze droegen geen jassen en een aantal rookte of had een beker koffie in de hand. Even voelde ik irritatie. Tot ik zo dichtbij was dat ik het gesprek kon volgen.‘Een lockdown tot 19 januari,’ zei één van de mannen. Hij scrolde verder op zijn telefoon. ‘En waarschijnlijk vanavond al dicht.’ De vrouw die naast hem stond, las met hem mee en reageerde: ‘Zo lang. Man. Dat ga ik niet redden. Ik ga het niet redden.’ Ze nam nog een haal van haar sigaret, blies de rook snel uit en liet haar schouders nog verder zakken. Ze liet haar sigaret op de grond vallen, trapte het uit en liep weg.Mijn irritatie maakte plaats voor andere gevoelens.

Schrik. Medeleven. Bezorgdheid. Zelfs de peuk op straat interesseerde me niets. Je zult je werk, je zaak, je inkomen maar verliezen. En dat net voor kerst. Ik overwoog even om aan te sluiten in de rijen, alleen al om de ondernemers te steunen. Maar gezellig voelde het niet meer. Ik ging naar huis.

Tot de persconferentie doe ik met een wat chagrijnig gevoel kleine klusjes die geen concentratie vergen. Heb er langzaamaan wel vrede mee dat twee van de gezinsleden geen kerstcadeautje krijgen. Dat we de kerststerren straks zelf maar moeten uitsnijden. Het koekbakfeestje misschien moeten afgelasten. Minimale aanpassingen, kleine gevolgen zonder consequenties. Hoe anders is dat voor de horeca, de winkeliers, alle groothandels daarachter en al dat personeel. Hoe kunnen zij vanmiddag nog hun werk doen?

Ik steek straks een kaarsje aan. Niet voor de kerstsfeer. Niet voor de gezelligheid.Wel voor moed, voor veerkracht, voor solidariteit en oplossingen.

Kantoortuin

26 mrt

Mijn benen en rug doen zeer van het tuinieren, maar gelukkig ben ik niet verkouden. Gisteren nieste ik wel na het plukken van onkruid. Hooikoorts? Ik denk het wel. Toch vroeg ik me even af welke rol planten spelen in het verspreiden van het coronavirus. Alles wordt beheerst door corona, ook mijn leven. Niets is meer hetzelfde.

Door corona is ‘alles’ in mijn leven bijna gereduceerd tot ‘niets’. Alle cursussen, workshops en culturele activiteiten zijn afgelast, en nu zelfs tot het einde van dit culturele seizoen. Er vallen gaten in mijn inkomen en in mijn agenda, terwijl mijn huis verworden is tot een kantoor voor thuiswerkende mannen. Ik ben kantine- en de boodschappenmedewerker, en als de verveling toeslaat activiteitenbegeleider. Zelfs Scrabble is weer uit de kast gekomen! Er wordt iets vaker gestofzuigd, afgewassen en gestreken. En dan is er de tuin!

Wat is dat heerlijk! Het is een ontdekkingsreis langs vergeten plantjes, en al wiedend komen oude paadjes weer tevoorschijn. En dan de rust! Er fietsen geen ouders met kinderen voorbij, nu de buren niet meer op hun kleinkinderen passen is het autoverkeer gereduceerd tot bijna nul, het park aan de overkant is uitgestorven. Zodra het lekker opgewarmd is, leef ik gewoon buiten.

Tijdens één van de hoognodige pauzes – ja, want die rug en die benen – zit ik met een kopje koffie en bel ik met een vriendin. Ononderbroken een half uur lang. Buiten.

Een half uur bellen is helemaal niet uitzonderlijk. Buiten wel. Met mijn blik op de strakblauwe lucht realiseer ik me dat het witte ruitjespatroon ontbreekt, dat ik al dagen geen vliegtuig heb gehoord en dat ik behalve tuinieren ook wel gefocust en ongestoord een stukje tekst kan typen in de tuin.

Wel een kort stukje dan, want die opwarming van de aarde lijkt ook wel even uitgesteld. Brrrr. Mijn handen bevriezen. Ik ga weer tuinieren!

Kerstdromen

26 dec

Volgend jaar kerst in eSwatini! Niet omdat kerst daar nou zo bijzonder is en ook niet omdat kerst hier niet leuk is. Ik geniet van deze dagen. Kerst is van kalkoen, knalgroene nagellak, Kolonisten van Catan, kaartspelen, kerstfilms en onze kinderen.

Alle bedden in ons huis waren bezet, de stoelen werden van boven gehaald, de schalen met eten gingen van hand tot hand aan de lange tafel, de borden werden gevuld, en toen zei ik het: ‘Volgend jaar vieren we kerst in eSwatini.’

              ‘Komen jullie ook?’ zei mijn lief. Iedereen kauwde door, alsof we niets gezegd hadden. De kinderen waren druk met zichzelf, blij elkaar te zien. Daar genoot ik van, maar voelde me ook wat overbodig.

              Tjeerd was de enige die reageerde. ‘Hebben ze er wel kerstbomen?’ Lief en ik vertelden hem over kerst in zuidelijk Afrika, en na twee zinnen alleen aan elkaar. Ik prikte nog een stukje kalkoen van het skelet en luisterde verder alleen maar.

              ‘Daar moeten we straks heen, daar is de fissa,’ schreeuwt Sytze en wijst naar de stad verderop. Het getrommel is duidelijk te horen. Wiebe en Tjeerd dansen naast hem en maken wilde handgebaren. Evert tilt de koeltas uit de jeep, Lora en Maria gooien het tafellaken over de picknicktafel, lief en ik genieten van het uitzicht; bergen, overal bergen. En vooral: thuis. Lora en Tjeerd wandelen hand in hand de natuur in. Ik zie hoe ze met haar andere hand over de oranje papagaaienbloemen strijkt. Hij geeft haar een kus op de wang. Ik stel me voor hoe ze hier paardrijden, hoe ze zich hier thuis kunnen voelen. Lief heeft inmiddels het vuur aan, en Evert hangt de maiskolven er in. Maria schenkt drankjes, Wiebe en Sytze schieten een balletje over op de maat van de steeds harder wordende muziek. Lief spant een doek tussen de kale bomen voor de hoognodige schaduw. Het is 35 graden, en gelukkig droog.

Terwijl we eten komt de stofwolk steeds dichterbij en wordt het getrommel oorverdovend. Mannen met ontblote bovenlijven gooien hun benen omhoog en nodigen ons uit mee te dansen. Lora en Evert blijven verlegen zitten. Maria laat haar Afrikaanse roots uit de kast komen en swingt het hardste mee. Ik kan niet achterblijven, ik heb die roots niet maar wel Afrikaanse billen. Wiebe heeft een trommel in handen geduwd gekregen en verandert het ritme. Sytze, Tjeerd en lief klappen in hun handen.

In het stof verschijnt een rode gloed, een silhouet wordt zichtbaar en een reus stapt naar voren. ‘HOHOHOHO!’ roept hij. Voor hem schiet een kudde impala’s met belletjes aan hun staarten over de weg. De reus gooit een rode zak op de picknicktafel en loopt dansend de weg weer op. De massa dansende mannen volgt hem. Wij kijken ze na en zien ze verdwijnen in de stofwolk. Wiebe kijkt naar de trommel in zijn handen, naar ons en naar de stofwolk in de verte. Even lijkt het alsof hij iets wil zeggen, maar hij haalt alleen verontschuldigend zijn schouders op en zet het op een lopen. De stoet achterna.

              ‘Nou, komen julllie? De mais is wel klaar,’ moppert Evert ongeduldig. Of hongerig. Als we aan tafel zitten en maiskolven knagen, vragen we ons af wat er in de rode zak zit.

              ‘Cadeautjes, natuurlijk,’ zegt Lora met een hoge stem.

              ‘Dit was toch zeker Sinterklaas niet,’ grapt lief en pakt de zak. Hij trekt de strik los en een stroom koude lucht stijgt op vanuit de zak. Ineens valt er een schaduw over onze tafel. We kijken naar boven. Een wolk. Sneeuwvlokken. Hele grote.

              ‘Net als vroeger in Groningen,’ roept een oudere dame, die op een slee langs glijdt. Evert, Maria en Lora rollen ballen tot sneeuwmannen. Sytze, Tjeerd en lief starten een sneeuwballengevecht. Eén landt midden in mijn gezicht. Ik scheld, veeg de koude restanten van mijn wangen, en realiseer me dat ik hier niet op gekleed ben.

Ik rol me steviger in mijn dekbed, en voel nog een sneeuwbal. Tegen mijn schouder dit keer. Hier heb ik zo’n hekel aan, en ik draai me woest om. ‘Nu ophouden!’

Lief kijkt verschrikt op. ‘Wat is er?’ zegt hij en strijkt over mijn haar. ‘We kunnen lekker uitslapen.’ Hij sluit zijn ogen en slaapt weer verder. Ik ben klaarwakker en weet één ding zeker: we keken te veel kerstfilms. Ik ben klaarwakker en ben onzeker over waar we volgend jaar kerst vieren.

Reizen naar thuis! #eswatiniblog 20

28 jul

Een pleister trek je het liefste snel van de huid af. Pijnloos kan niet, dus dan maar snel. Reizen doe ik het liefste ook zo snel mogelijk. Grote afstanden zijn vervelend en saai, dus dan maar zo snel mogelijk – en daar betaal ik soms met liefde extra voor. Behalve deze keer. Deze reis was al duur genoeg, dus ik koos de goedkoopste optie zonder de vluchtdetails te bestuderen. Gelukkig kwam ik er voor de terugreis achter dat ik vanuit Heathrow eerst naar Gatwick moet om naar Amsterdam terug te vliegen. Ik probeerde het nog om te boeken, maar dat was nog duurder dan het retourtje Johannesburg. Echt belachtelijk! Maar goed: eigen schuld, dikke bult. De pleister moet er langzaam af.

Dus zit ik hier. Op Heathrow. In mijn eentje. Mijn lief en twee zonen lazen de vluchtdetails wel en zitten inmiddels in de trein van Schiphol naar Zaandam. Ik wacht op mijn bus naar Gatwick, lees de krant, heb mijn OV chipkaart alvast opgezocht, heb de randen en de emalangeni in mijn portemonnee vervangen door de paar euro’s die ik nog had, heb mijn agenda bekeken en al wat afspraken gemaakt. Ik ben klaar voor Nederland, voor thuis, zou je denken. Ik voel het niet. De pleister zit nog muurvast.

Ik zit hier. Nog steeds op Heathrow. In mijn eentje. In de aankomsthal. Waar een moeder haar dochter van kleuterleeftijd niet kan tegenhouden als ze op opa af rent. Waar een vrouw hard praat aan de telefoon en ineens ophoudt als ze op de schouder wordt geklopt door haar jongere evenbeeld. Ze vallen elkaar in de armen. Druppelsgewijs komen er steeds meer mensen door de deuren van de aankomsthal, en scannen met grote ogen of ze bekenden zien. Met verlangen. Dat herken ik wel. De pleister laat los, de randen jeuken.

Ik zit hier. Op Gatwick. In mijn eentje. In de vertrekhal. Ik probeer iets met woorden in mijn kladboekje, teken wat koffers en kinderen, laat mijn ogen glijden door een boek, en app. Mijn lief en twee oudste zonen zijn al thuis. De jongste zoon is onderweg naar huis om ze te begroeten. De andere zoon en zijn vriendin komen zo terug van de sportschool en haken dan ook aan. Er zijn plannen voor een braai in de achtertuin. Net voor het vliegtuig vertrekt naar Amsterdam krijg ik een bericht van mijn lief dat hij me wel op komt halen van Schiphol.

Ik zit hier. In het vliegtuig. Ik zie bekende stranden, een overweldigend groene lapjesdeken en de flat waar mijn moeder woont is duidelijk te zien. Ik buig me over de twee medepassagiers heen om het beter te zien en wijs. “Kijk, daar woont mijn moeder en vijfhonderd meter verderop wonen wij!”, zeg ik. Tien minuten voor de landing komt er een gesprek los. Eén dame is wel eens in Amsterdam geweest, de andere heeft meer Nederlandse steden gezien dan ik. Ze maken foto’s van het havengebied, van de windmolens, van de wolkenlucht. Ik krab aan mijn linkeronderarm, het voelt alsof er een lijmlaag zit van een net losgelaten pleister.

Bij aankomst zie ik onze jongste zoon en sluit hem in mijn armen. Of hij mij, eigenlijk. Was hij al zo groot? Hij drukt me tegen zich aan en begint meteen te vertellen over zijn werk, zijn sport en zijn vakantieplannen.”Kom. We gaan naar huis,” zegt mijn lief en pakt mijn koffer. Ik lach, ik ben er al.

Waar de pleister zat, is de huid gaaf.

Het meervoud van thuis #eswatinblog 19

26 jul

De bergen hier in zuidelijk Afrika zijn hoog, de afgronden diep; het zelfvertrouwen van onze tweede zoon is groter. Als een gazelle klimt en springt hij van rots naar rots. Ontspannen gaat hij op nog geen 10 centimeter van de rand zitten. Hij heeft vertrouwen in zijn eigen vermogen die balans vast te houden. Mijn buik keert zich om als ik er naar kijk en mijn moederinstinct wil hem van die rots aftrekken. Ik houd me in, hij is volwassen.Hij is niet meer het jongetje van 18 maanden, dat we 22 jaar geleden met zijn broer uit dit land mee terug namen naar Nederland. Zijn broer is niet meer drie.

Mijn lief, ik en onze twee oudste volwassen zonen zijn op vakantie in eSwatini in zuidelijk Afrika, waar we ooit als jong gezin woonden. Het is gek om in deze gezinssamenstelling op vakantie te zijn, de zonen zijn volwassen mannen van 24 en 23 jaar en gaan al jaren niet meer met ons mee. We proberen rekening te houden met hun wensen, en zij met die van ons. We zoeken een balans en dat lukt wonderbaarlijk goed.

Het is bijzonder en ontroerend ze het land te laten zien waar ze hun eerste stappen zetten. Het land waar ze geen herinneringen aan hebben en ik des te meer. Het is dit land waar ik moeder werd, waar ik me thuis voelde, waar mijn lief en ik de basis legden voor onze liefde en ons gezin. Het is dit land waar ik jarenlang heimwee naar had. Het is dit land waar ik me ook nu weer thuis voel.

Twee dagen voor we weer vertrekken naar ons thuis in Nederland, heb ik dat weeïge gevoel in mijn buik weer. Net als van de week in de bergen, toen mijn zoon aan de rand van de afgrond ging zitten. Net als 22 jaar geleden, toen we ons gezin uit de grond van eSwatini plukten en verplaatsten naar Nederland. Nederland was toen wel het thuis van mijn lief en van mij; nog niet van ons gezin, nog niet van onze kinderen. Nu is het wel anders. In Nederland heeft ons – inmiddels flink uitgebreide – gezin een stevige en liefdevolle basis, waar we ons allemaal thuis voelen. In eSwatini liggen de teruggetrokken wortels van dit gezin. Ik graaf ze op en voed ze – nu samen met mijn lief en onze oudste twee kinderen – met nieuwe herinneringen. De wortels van verleden, vandaag en morgen verstrengelen zich; tot een bredere basis en een betere balans.

Twee dagen voor we vertrekken keert mijn buik zich weer om, maar durf ik vol zelfvertrouwen op 10 centimeter afstand van de afgrond te gaan zitten en uit te kijken. Twee kanten op. Twee keer thuis. Twee keer binnen handbereik.

Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat er geen woord is voor het meervoud van thuis. Een gemis.

Wordpower! A simple art #eswatiniblog 17

6 jul

Poëzie-avond in eSwatini! Dat was smullen en smaakt naar meer. Welke taal je ook spreekt, het moet gewoon lekker klinken. Of je het nu verstaat of niet. Dat je met deze kunst veelzeggend kunt zijn, werd mij gisteravond wel duidelijk. Geen onderwerp werd vermeden. Met humor en met een mooie performance kan veel bespreekbaar gemaakt worden. En bovendien kost het niks! Heel handig in een land, waar veel mensen geen geld willen uitgeven aan luxe spullen voor een hobby. Iedereen spreekt een taal.

Poëzie is hier levendig en groeiend. Er zijn veel open podia, wat eSwatini voor mij natuurlijk nog aantrekkelijker maakt;-) Ik ben enthousiast en kom zeker terug om meer te luisteren, me meer te laten inspireren én te schrijven. Hier is een beginnetje:

Hot, hot, hot! #eswatiniblog 16

4 jul

Een relax-dag was nodig vandaag. Ik was nog steeds verkouden en echt niet lekker. Twee jongedames – meiden eigenlijk – boden mij aan om naar de Cuddle Puddle te gaan. Een magnesiumhoudende warmwaterbron vult een zwembad om heerlijk in te dobberen. De Cuddle Puddle was niet een plek die wij vroeger vaak bezochten, eigenlijk herinner ik me alleen een soort modderpoel. Giechelend vertelden de meiden dat die modderpoel er nu is voor oude kerels. In hun blootje.

Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik dat wel eens zien. Moeilijk was dat niet. De modderpoel zit bij de ingang van het zwembad en het rieten hek was al lang niet bijgehouden. Kijkgaten zat. De meiden liepen met een strak gezicht rechtstreeks naar het zwembad. Ik kon het niet laten en keek.

Wauw! Inderdaad mannen in hun nakie. Maar daar was ik niet van onder de indruk. De poel leek wel een soort stortplaats voor plastic afval. Waarschijnlijk kunnen deze mannen er gratis in, maar of het gezond is? Voor nog geen miljoen zou ik hier in willen. Hoe mooi de mannen ook zijn.

Gelukkig had ik ergens gelezen dat het water van het zwembad in de modderpoel stroomt en niet andersom, anders had ik mijn badpak niet aangetrokken. Het zwembad was gelukkig heerlijk en misschien ook wel gezond. Geneeskundige krachten heeft de bron echter niet. Ik ben nog steeds verkouden;-)

Animalfun #eswatiniblog 15

3 jul

Voor de groep van juf Nasiphi bij Moya Centre maakte ik een samenvatting van het boek ‘The Great Pangolin Mystery’, dat het centrum had gekregen. Een prachtig geïllustreerd boek waarin aandacht wordt gevraagd voor bedreigde diersoorten, en waarin een les over samenwerking verwerkt is.

Volgens Nasiphi was het Engels in het boek te moeilijk voor de kinderen. Bovendien begreep ze er zelf ook niet veel van. Ze wist ook niet wat een Pangolin was, ze had nog nooit zo’n dier gezien. Ik kende het dier wel, maar moest wel het Nederlandse woord opzoeken: schubdier.

Met de samenvatting kon ze wel wat, waardoor ze – met het Pangolin-masker op – het verhaal in het siSwati aan de kinderen kon vertellen. Ze zaten ademloos te luisteren en lieten zich meeslepen. Aan de reacties kon ik merken waar Nasiphi was in het verhaal. De verbazing dat Pangolin verdwenen was, de verontwaardiging dat de mensen hem gevangen hadden, de opluchting van de bevrijding en het feestelijke afsluiting van het avontuur waren van hun gezichten af te lezen.

Pangolin werd gered door een samenwerking van verschillende dieren. Nasiphi en ik werkten samen met de kinderen aan een bonte stoet van dieren. Dit was echt ANIMALFUN!

Meer info over dit beeldschone boek vind je op de website Florence and Watson.

%d bloggers liken dit: