Archief | KORTE VERHALEN RSS feed for this section

Wraak met champagne

9 Jul

Een zomers vakantieverhaal

Twee dezelfde zomerjurkjes, vier slanke benen in de zon, uitzicht op zee, twee klinkende champagneglazen en heerlijke plannen voor een ontspannen weekend met veel verwennerij. We kennen elkaar sinds kort, leerden elkaar tijdens de reis hier naar toe kennen, en zijn door de vele overeenkomsten nu beste vriendinnen. Een mooie doorstart van mijn vakantie die in het water dreigde te vallen.

‘Fijne vakantie,’ riepen de collega’s terwijl ik mijn tas pakte en wegrende. Ongeduldig hield ik mijn toegangspasje voor de kaartlezer, tergend langzaam opende de deur.  Door het bonken van mijn hart heen hoorde ik het gefluister van verontwaardiging. ‘Zo, die is toe aan d’r vakantie.’ ‘Kan geen lachje meer van af.’ Stefan klonk bezorgd: ‘Wacht even, Marga.’ Ik hoorde zijn stoel draaien en trok snel de deur achter me dicht. Bij de lift keek ik om en zag hem achter de glazen deur zoeken naar zijn pasje. Als een goudvis met ademnood bewoog hij zijn mond.

Buiten liet ik me op een bankje zakken, zette mijn tas naast me en liet het toegangspasje door mijn handen gaan en de tijd voorbij. Het laatste kersverse echtpaar van die dag verliet het pand gevolgd door de ambtenarij. Stropdassen werden losgetrokken en sigaretten opgestoken. Sportievere collega’s volgden nog weer later in hun strakke pakjes en met buitenaardse helmen op hun hoofden. Zelfs Stefan liep me, vrolijk pratend met andere collega’s voorbij. Alsof hij niet bezorgd was, niet zijn mobieltje miste.

Ik greep in mijn tas, klikte zijn mobieltje aan en scrolde door de berichten. Specifieker: door het berichtenverkeer tussen Stefan en Karin. Geen idee wie Karin was, wel wat haar laatste bericht was. ‘Vanavond helemaal voor jou <3’, las ik vanmiddag toen het scherm oplichtte. Toen dacht ik nog dat Stefan vanavond helemaal voor mij zou zijn en misschien nog wel langer. Mijn vakantie zou beginnen met een verrassing, een einde aan het stiekeme ontmoeten in de auto, in de lift, de paskamers in het winkelcentrum. Het laatste bericht dat ik vanmiddag zag, was aangevuld met nog meer berichten, noodkreten zeg maar. ‘Waar zien we elkaar?’ ‘Steef?’ ‘Kom je me halen?’

De bekendheid van deze zinnen en de ontbrekende antwoorden scherpten de pijn en brandden in mijn ogen. Mijn vingers gleden onder mijn ogen over mijn schrale huid. De herkenning voelde als erkenning van de woede in mij, ik zuchtte en typte: ‘Spoor 7, Sloterdijk, 18:50, ik verras je.’

Was het wraakzucht? Was het solidariteit met Karin, die ik niet kende? Maakt het wat uit?

‘Jij nog champagne?’ vraag ik en schenk de glazen nog eens vol.

Advertenties

Warme ontmoeting

25 Jul

tramZe trekt haar vestje dichter om haar heen, het is te koud. ‘Ik kan er maar niet aan wennen!’, moppert ze om vervolgens alle goede kanten van ons kikkerlandje te belichten. Alles is goed georganiseerd, ze woont in een mooi appartement en de zorg vindt ze geweldig. ‘Maar koud is het, zo koud!’

Vier jaar geleden zwichtte ze. Ze zag ook wel dat ze ouder werd, het lichaam wordt brozer en af en toe vergeet ze ook dingen. Haar kinderen die in Nederland studeerden en hier een bestaan hadden opgebouwd haalden haar uit Suriname. ‘Mama, kom. We zorgen voor je.’, zeiden ze. ‘Kind, natuurlijk ging ik. Ik mis mijn land, maar ik hoor bij mijn kinderen.’, zegt ze. ‘Als….als…..dan willen ze me hier begraven.’ Ze schudt haar hoofd.

Ik ben stil. Mijn gedachten gaan uit naar opa’s, oma’s en schoonvader. Zij liggen vlakbij begraven, prettig vlakbij. Binnenkort ga ik weer langs. Ik snap haar kinderen wel.

‘Maar ik ga nog niet, hoor!’, zegt ze ineens luid. ‘Ze moeten eerst hun weg vinden.’

Ze kijkt naar mijn gezicht, ziet mijn vraag. ‘Naar de Heer, bedoel ik.’, verduidelijkt ze.

Ze vertelt over haar dochters, haar zoon, haar kleinkinderen. Trots. Liefdevol. Met zorg. Ondanks de kou hier, is ze in een warm nest geland. Ze pakt even mijn arm vast. ‘Onze Heer zal ze toch niet laten branden in de hel?’

‘Nee, dat kan ik me niet voorstellen.’, antwoord ik vol overtuiging. Deze lieve zorgzame mensen zorgen voor een stukje hemel op aarde. Engelen horen in de hemel.

‘Dat is mijn tram! Dag lieverd.’, zegt ze en knijpt me stevig in mijn bovenarm. Staand in de tram trekt ze haar vestje uit en zwaait. De kou is verdwenen.

Wie redt de overbelaste mantelzorger!

21 Aug

mantelzorg

Maandagochtend acht uur in de huisartsenpraktijk, er gaan acht lijnen en de spoedlijn.  Ita aan de telefoon, schoonvader kan vandaag terecht in een verzorgingshuis in een ander deel van de stad als de dokter maar een briefje schrijft. Voor tien uur!

De dwingende toon waarop dit gevraagd wordt en het onterechte gebruik van de spoedlijn levert direct irritatie op bij de assistente.  Terecht ook wel, maar als professional weet ze dat er misschien meer aan de hand is. Ita is een schoolvoorbeeld van een overbelaste mantelzorger. Zij en haar gezin zorgen al jaren zonder tegenzin voor schoonvader. De familie is hecht, bij elkaar betrokken, doen veel samen en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Drie jaar geleden overleed haar schoonmoeder, dat schoonvader daarna elke avond kwam eten was een logische stap. Toen dat niet meer ging door een gebroken heup, brachten Ita en haar gezin elke avond eten langs. Ook een logische stap.

Schoonvader kan steeds minder en vergeet steeds meer. De kinderen van Ita hebben inmiddels geen zin meer om voor opa te rennen, ze hebben hun eigen leven en  opa is het laatste jaar ook niet zo vriendelijk meer. Henk, Ita’s echtgenoot vindt dat Ita veel te veel doet voor zijn vader en blijft steeds vaker op zijn werk hangen. Ita runt twee huishoudens en zorgt er bovendien voor dat schoonvader zich wast, aankleedt en eet. Ita is op!

En Ita is niet de enige. In de huisartsenpraktijk komen we veel mensen tegen die zorg dragen voor een familielid. Een verhuizing naar een verzorgings- of verpleeghuis, tijdelijk of permanent is vaak een opluchting, alhoewel dat niet altijd meer tijd oplevert. Zeker als de partner is verhuisd, voelt de achterblijver zich verplicht elke dag langs te komen. Een kennis ging elke week wandelen met haar invalide vader en haalde hem elk weekend op om bij haar te komen eten. En ik durf te wedden dat Ita straks elke dag haar schoonvader gaat bezoeken, hem helpt bij het eten en zijn was blijft doen.

De  krantenkop ‘Zorginstelling maakt mantelzorg verplicht’ deed me opschrikken. Dit kan niet waar zijn. Natuurlijk zijn er mensen die het laten afweten, maar om mantelzorg af te dwingen?  In het artikel bleek het minder dwingend dan de kop deed vermoeden, gelukkig.  Op zich is er niets mis mee om de vier gevraagde mantelzorguren per maand te structureren in een zorginstelling. Na het lezen van het artikel ben ik er zelfs gematigd enthousiast over.

Maar voor de mantelzorgers voor wie vier uur mantelzorg maar een fractie van de tijd is, die ze daaraan besteden, moet er misschien een andere regeling komen.  Een beperking van mantelzorguren? Time-out? In de huisartsenpraktijk proberen we in elk geval begrip te hebben voor alle vermoeidheid en spanningen die er bij komen kijken.

‘l Amour

21 Apr

SAM_0371

Nu de zomer is losgebarsten staan alle deuren van het café open. Het straatje is te klein voor een terras buiten, maar binnen vinden we een plekje waar de zon op valt. Druk is het niet. Achter mij hoor ik wat geroezemoes, vrienden die samen een drankje drinken. Links voor ons rammelt een zwangere dame stevig op het toetsenbord van haar laptop. Vlak voor ons, net voor de opengeslagen deuren maakt een jongedame, waarschijnlijk studente, aantekeningen in een boek. Achter lief zitten een wat oudere man en een jonge vrouw zonder aandacht voor hun omgeving te praten. ‘Prima stek!’, zegt lief.  Ik stem in. Er zijn genoeg mensen om ons opgenomen te voelen in het stadse leven van Parijs en genoeg rust om aandacht aan elkaar te besteden. Ons hotel is nog geen honderd meter verderop, dat vinden we wel terug. Met die geruststellende gedachte laten we het koele alcoholische vocht door onze kelen glijden.

Heerlijk! Eindelijk weer eens samen op pad zonder kinderen. En nu, na twee dagen barst het verliefde gevoel  bij mij weer los. Lief doet zijn best om met mij te bespreken waar we later op de avond zullen eten. Ik toon totaal geen belangstelling. Eten interesseert me niets, ik wil hem, tussen nu en het diner, onder het toeziend oog van Mona Lisa, die boven ons hotelbed hangt. Maar eerst nog een roseetje! We keuvelen als vanouds, over niks dus. Mijn hele lijf tintelt, het is helemaal voor hem.  Lief geniet, hij kijkt naar mijn ogen, naar mijn mond, dit is hem! Op hem werd ik verliefd, dit wordt een geweldige avond!

‘Hé, ben je er nog?’, lief knijpt in mijn hand. ‘Eeeh ja, o ja, o sorry…’, stamel ik. Terwijl ik even van hem wegkeek, viel mijn blik op het stel achter hem. Ze zitten inmiddels samen op één stoel, armen om elkaar heen,  ze snikt, hij fluistert zacht woordjes, ze lacht. Hun gezichten raken elkaar, ze verzitten waardoor hun armen weer een goede plek moeten vinden.  ‘Sorry, lieverd.’, zeg ik en leg lief uit dat ik totaal afgeleid was door wat er achter hem gebeurd.

Bij ons is de spanning er af, samen gluren en  fantaseren we er lustig op los. Dat hij haar vader niet is, is ons nu wel duidelijk. Zullen ze elkaar alleen hier ontmoeten? Zijn er andere partners? Kinderen? Is ze zwanger? Heeft haar man haar verlaten? Waarom blijven ze hier, op één stoel, en zoeken ze niet een hotelletje. Ik overweeg onze kamer voor even aan te bieden, maar dan komt er wat ruimte tussen beiden. Er wordt wat geschoven, gebruik gemaakt van twee stoelen en nieuwe drankjes besteld. De aandacht voor elkaar blijft. Zij haalt haar handen door haar haar en pakt de punten vast. Met een paar woorden weet ze zijn aandacht te vestigen op haar haarpunten. Dit is vast echt liefde, maar de spanning is er af!

‘Tja, haarpunten….’, verzucht ik en verleg mijn aandacht weer naar lief. Onze ogen vangen elkaar. ‘Zullen we?’, zegt hij en pakt mijn hand.

Engel

17 Mrt

engel

Opa is dood en ligt in zijn bed, waarin hij gestorven is. Een paar dagen geleden is hij wakker geworden, draaide zich om en stierf. Oma vroeg hem nog waarom hij op dat randje in het midden bleef liggen, hij gaf geen antwoord.

Na zijn sterven is er verdriet, het meest bij oma. Lieve lieve oma, ze lijkt kleiner dan ooit. Ze zit op haar hurken bij de linnenkast, ik zit naast haar. Achter ons, op zijn bed ligt opa. Ik durf en ik wil niet kijken. Ik kijk met oma in de kast.

Er liggen lakens, moltons en handdoeken, allemaal met de initialen van opa er op geborduurd. Ze gebruiken ze al hun hele huwelijk, meer dan zestig jaar. Oma zoekt kleding voor opa zijn laatste reis, we gaan hem vandaag begraven. Tussen de lakens vindt oma waar ze naar op zoek is, een doodshemd. Het zijn er twee. Bij het begin van hun leven samen kregen ze linnengoed cadeau, inclusief doodshemden.

Oma staat op en houdt haar doodshemd voor haar kleine lijf. Het is wel wat te groot, grapt ze. Het staat haar prachtig, vind ik. Net een engel.

Die dag is opa begraven, en oma een aantal jaren later. Of ze inderdaad in hun doodshemden op reis zijn gegaan weet ik niet. Ik was jong en had daar geen invloed op.

Soms zie ik haar. Oma in die witte jurk, niet passend in de omgeving, niet passend in de tijd. Wel passend in mijn leven.

Een engel.

Duisternis overvalt haar

23 Jan

spreeuw

De duisternis overvalt haar, de straatverlichting is uitgevallen. Er is geen enkel menselijk geluid, geen stemmen, brommers of auto’s. Alleen de vogels zijn te horen.

De sjaal nog strakker om en de handschoenen aan. ‘Het lijkt wel of ik de enige ben die moet werken…’, verzucht ze. Zodra ze kracht op de trappers zet, kraakt de fiets. Het geluid zet de ganzen aan de overkant in beweging, luid gakkend verplaatsen ze zich met wiegende heupen. De bomen komen in beweging en laten spreeuwen los, ze vormen een donkere wolk. Als de zon al op zou zijn, zouden ze een schaduw over haar hebben geworpen.

Zoveel reactie van de vogels heeft ze nog niet eerder opgemerkt, misschien doordat er geen verlichting is of door de vakantie geen mensen op straat. Ze haalt haar schouders op en fietst weg, het straatje uit het park in. De overgebleven takken aan de knotwilgen zien er in het donker uit alsof ze zo in bewegingen kunnen komen, maar het valt haar niet op. In de plassen op het slecht onderhouden fietspad zwemmen eenden die ze moet ontwijken.

Eenmaal het park uit blijkt er meer leven te zijn. ‘Hé Anna!’, collega Gaby komt naast haar fietsen. ‘Ook zo’n zin om te werken?’ Ze zijn het er snel over eens dat het moeilijk is je huis te verlaten als de vakantievierders in bed blijven liggen. Gaby heeft vanmorgen een blik op haar slapende puberzonen geworpen en Anna moest zich uit de warme armen van Govert losrukken.

Toen de kinderen nog thuis woonden kwam Govert in de vakanties wel uit bed en ontbeet eerst met haar voordat de kinderen wakker werden. Zeker op een ochtend als deze denkt ze daar met plezier aan terug. Zo’n rustige start van de dag gaf haar voldoende energie om de hele dag te werken. Nu was de start ook rustig – te rustig. ‘Met moeite het bed uit, alleen ontbijten, zelf de deur achter je dichttrekken, niks aan.’, vertelt ze Gaby. De collega’s begrijpen elkaar.

Na een rustige ochtend wordt de spoedeisende hulp ‘s middags een gekkenhuis. Door de vakantie begeven veel onervaren schaatsers zich op het ijs, waardoor er verschillende kneuzingen en botbreuken voorbij komen. Routinematig stuurt Gaby mensen naar de röntgenafdeling, legt verbanden en mitella’s aan en assisteert op de gipskamer.

‘Nu ben ik wel toe aan wat anders!’, verzucht de één van de artsen tijdens de theepauze. Het hele team is het er mee eens. Het is druk, maar veel van hetzelfde. De werkers op deze afdeling houden van actie, van spanning. ‘Nou, ik doe liever niks meer.’, zegt Anna en legt demonstratief haar benen op tafel. ‘Deze onderdanen zijn op!’
Gaby knipoogt: ‘Wijntje straks?’ Gaby weet dat Anna straks in een leeg huis thuis zal komen, Govert is naar Friesland om bij hun zoon te behangen. Anna steekt haar duim op, met wat gezelligheid in het vooruitzicht kan ze nog wel even aanpakken.

‘Gogels, gogels’, roept het jongetje en wil naar het televisiescherm wijzen. Anna probeert zijn arm stil te houden: ‘Nog even kereltje, het gips moet nog even hard worden.’ Om hem af te leiden vertelt ze hem over de vogels bij haar huis, de schreeuwende ganzen en de spreeuwen. ‘Kijk, gote gogels!’, schreeuwt hij.

Anna kijkt over haar schouder naar de beelden op televisie. Laagvliegende meeuwen maken het automobilisten moeilijk op de weg, het haalt zelfs het nieuws. Onverstoorbaar leest de presentatrice voor: ‘…..dit natuurverschijnsel komt vaker voor, maar de gevolgen zijn vandaag desastreus. Enkele automobilisten probeerden de vogels te ontwijken en zijn van de weg geraakt. Hierbij is een dode gevallen…..’ De camera beweegt zich over de afsluitdijk en zoomt in op de auto’s die betrokken zijn bij het dodelijke ongeval.

‘Au, mijn arm!’

‘Zuster, zuster.’

‘Anna?’

Duisternis overvalt haar.

Burgerwacht

12 Jan

Afbeelding

Behoedzaam baant hij zijn weg door de bosjes. Zijn tengere gestalte draagt een rugzak, waaraan een slaapmatje bungelt. In zijn handen een geweer, doorgeladen en wel. Ongeacht de weersomstandigheden doet hij altijd zijn werk. Zijn helm is net te zien als hij voor het raam langs sluipt.  De buren zien de loop  van zijn geweer ineens vanachter een struik tevoorschijn komen, het schrikt ze geen angst aan. Dit is onze beschermer.

Zijn vader is zijn grote voorbeeld. Op zolder ligt een koffer met groene kleren, helmen, baretten en keurige groene overhemden met epauletten. In een mapje met foto’s zit het levende bewijs dat deze van zijn vader waren. Hij droeg ze op bivak in Duitsland, in de legerwagen en tijdens oefeningen. Aan de epauletten is te zien dat hij tijdens zijn diensttijd een flinke carrière achter de rug heeft, als soldaat begonnen met één streep en als luitenant met een ster afgezwaaid. Bij de geneeskundige troepen heeft hij genoten, aan een oorlog heeft hij nooit mee hoeven doen.

De helm drukt zwaar op zijn te kleine hoofd, hij kan nauwelijks bewegen. Door de takjes die in het netje gestoken zijn, is hij onderdeel geworden van het park. Vanwege de regen heeft hij zijn legergroene laarzen aangetrokken, de camouflage is geslaagd. Misschien te geslaagd, hij gaat zo op in zijn omgeving dat hij van top tot teen drijfnat is.

De vijanden laten het met dit weer afweten, hij trekt zich terug en meldt zich bij het basiskamp waar hij met open armen, een warm bad en een droge pyama wordt ontvangen. Vandaag is grootste uitdaging het drogen van de sokken!

%d bloggers liken dit: