Nog even geduld s.v.p.! #eswatiniblog 18

8 jul

Wow. I’m so nervous!

Over een uur zijn ze hier, in mijn huisje in eSwatini. Gisteren vertrokken ze. Ze hadden vertraging richting Heathrow en het leek even spannend of ze het vliegtuig zouden halen. Maar die wachtte schijnbaar en al met al zijn ze op de geschatte tijd aangekomen in Johannesburg. Ik verwachtte ze rond vijf uur. Het eten voor hun en onze gasten staat zo goed als klaar, en we zouden even een biertje kunnen drinken voordat de gasten komen….alles goed geregeld!

Nu kreeg ik net een appje. Ze zijn bij Oshoek, nog een ruim uur rijden hier vandaan. Echt! Zo irritant! Waar ik me aan ergerde toen ik Cornelis net kende – altijd te laat komen -, daar erger ik me nu ook weer aan.

Of heb ik hem gemist, en wil ik hem na drie weken gewoon weer zien? Nog even geduld…..

Wordpower! A simple art #eswatiniblog 17

6 jul

Poëzie-avond in eSwatini! Dat was smullen en smaakt naar meer. Welke taal je ook spreekt, het moet gewoon lekker klinken. Of je het nu verstaat of niet. Dat je met deze kunst veelzeggend kunt zijn, werd mij gisteravond wel duidelijk. Geen onderwerp werd vermeden. Met humor en met een mooie performance kan veel bespreekbaar gemaakt worden. En bovendien kost het niks! Heel handig in een land, waar veel mensen geen geld willen uitgeven aan luxe spullen voor een hobby. Iedereen spreekt een taal.

Poëzie is hier levendig en groeiend. Er zijn veel open podia, wat eSwatini voor mij natuurlijk nog aantrekkelijker maakt;-) Ik ben enthousiast en kom zeker terug om meer te luisteren, me meer te laten inspireren én te schrijven. Hier is een beginnetje:

Hot, hot, hot! #eswatiniblog 16

4 jul

Een relax-dag was nodig vandaag. Ik was nog steeds verkouden en echt niet lekker. Twee jongedames – meiden eigenlijk – boden mij aan om naar de Cuddle Puddle te gaan. Een magnesiumhoudende warmwaterbron vult een zwembad om heerlijk in te dobberen. De Cuddle Puddle was niet een plek die wij vroeger vaak bezochten, eigenlijk herinner ik me alleen een soort modderpoel. Giechelend vertelden de meiden dat die modderpoel er nu is voor oude kerels. In hun blootje.

Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik dat wel eens zien. Moeilijk was dat niet. De modderpoel zit bij de ingang van het zwembad en het rieten hek was al lang niet bijgehouden. Kijkgaten zat. De meiden liepen met een strak gezicht rechtstreeks naar het zwembad. Ik kon het niet laten en keek.

Wauw! Inderdaad mannen in hun nakie. Maar daar was ik niet van onder de indruk. De poel leek wel een soort stortplaats voor plastic afval. Waarschijnlijk kunnen deze mannen er gratis in, maar of het gezond is? Voor nog geen miljoen zou ik hier in willen. Hoe mooi de mannen ook zijn.

Gelukkig had ik ergens gelezen dat het water van het zwembad in de modderpoel stroomt en niet andersom, anders had ik mijn badpak niet aangetrokken. Het zwembad was gelukkig heerlijk en misschien ook wel gezond. Geneeskundige krachten heeft de bron echter niet. Ik ben nog steeds verkouden;-)

Animalfun #eswatiniblog 15

3 jul

Voor de groep van juf Nasiphi bij Moya Centre maakte ik een samenvatting van het boek ‘The Great Pangolin Mystery’, dat het centrum had gekregen. Een prachtig geïllustreerd boek waarin aandacht wordt gevraagd voor bedreigde diersoorten, en waarin een les over samenwerking verwerkt is.

Volgens Nasiphi was het Engels in het boek te moeilijk voor de kinderen. Bovendien begreep ze er zelf ook niet veel van. Ze wist ook niet wat een Pangolin was, ze had nog nooit zo’n dier gezien. Ik kende het dier wel, maar moest wel het Nederlandse woord opzoeken: schubdier.

Met de samenvatting kon ze wel wat, waardoor ze – met het Pangolin-masker op – het verhaal in het siSwati aan de kinderen kon vertellen. Ze zaten ademloos te luisteren en lieten zich meeslepen. Aan de reacties kon ik merken waar Nasiphi was in het verhaal. De verbazing dat Pangolin verdwenen was, de verontwaardiging dat de mensen hem gevangen hadden, de opluchting van de bevrijding en het feestelijke afsluiting van het avontuur waren van hun gezichten af te lezen.

Pangolin werd gered door een samenwerking van verschillende dieren. Nasiphi en ik werkten samen met de kinderen aan een bonte stoet van dieren. Dit was echt ANIMALFUN!

Meer info over dit beeldschone boek vind je op de website Florence and Watson.

Waar rook is, is vuur #eswatiniblog 14

2 jul

Vannacht sliep ik slecht. Mijn keel voelde als schuurpapier, mijn voorhoofd klopte harder dan mijn hart, mijn neus leek twee keer groter dan normaal. Als zorgprofessional weet ik natuurlijk dat zoiets door een virus komt, of een bacterie. En gisteravond ontmoette ik een vriendin, die flink verkouden was. Zo’n verkoudheid kan zich snel verspreiden. Net als vuur.

In eSwatini wordt veel huis- en tuinafval verbrand en eten bereid op open vuur, je ziet her en der kleine rookpluimen opstijgen. Het vuur lijkt nooit helemaal te doven, zodat het ieder moment weer gebruikt kan worden. Toch bereiden mensen zich wel enigzins voor op branden. Ze houden stroken land om hun terrein of land leeg, zodat een brand zich niet verder kan verspreiden. Gistermiddag stak er een wind op. Doordat het zo droog was, vloog het zand je om de oren. En erger, werden overal vuren aangewakkerd. Gisteravond reed ik met vrienden mee naar Mbabane en het uitzicht was spectaculair.

De bergen waren verlicht als kerstbomen, met echte kaarsen. Je zag vuren van zeker 5 meter hoog die met grote stappen de bergen opsprongen. In de verte in het felle oranje een karkas van een huis. In de auto klonken bewonderende ‘ooooh’s’ en ‘aaaah’s’, het zag er gewoonweg mooi uit. Echt. Maar er was ook bezorgdheid. Veel mensen verloren hun huis, of hun oogst, misschien zelfs hun leven. Het kan niet anders. Mijn vriendin die les geeft op een high school maakte zich al zorgen om de kinderen met astma. Zelf begonnen we ook al onze kelen te schrapen.

De eigenaren, Pip en Caroline, van mijn cottage vertelden vanmorgen dat zij vannacht ook gebeld waren over een brand vlakbij. Gelukkig konden ze het met man en macht doven. Bij zulke branden in Nederland zouden onze mobiele telefoons continue zoemen met alarmmeldingen en zouden we geen oog dicht doen vanwege de sirene’s. Hier heeft het de krant van vandaag niet gehaald. Business as usual. Ook de eigenaren haalden hun schouders op.

“Zolang mensen hun vuren niet helemaal doven, is dit wat er gebeurd,” zegt Pip. Waar rook is, is vuur! Dat is een ding wat zeker is. Ik ben benieuwd of deze uitspraak ook in het siSwati bestaat.

Inmiddels is de lucht gelukkig weer rookvrij. Het vuur is weer onder controle. Nu de verkoudheid nog.

Gooi je eigen poep in je tuin! #eswatiniblog 13

1 jul

Naast de farm waar ik verblijf is een pre-school én een trainingscentrum voor permacultuur: Guba. Iedere eerste maandag van de maand is er een open middag, om kennis te maken met permacultuur; een duurzame manier van leven eigenlijk.

Ik werd rondgeleid door Bonginkhosi , hij werkt hier al 10 jaar. Overduidelijk met veel liefde én waanzinnig veel kennis van de natuur. Ik kan onmogelijk alles onthouden. Een paar dingen zijn me bijgebleven. De overkapping van het terras is begroeid met druiven en met lufa. De druif ken ik, de lufa verrast me. Bonginkhosi plukt een soort komkommer van de struik, pelt het en er komt een prachtige spons tevoorschijn. Ideaal voor een scrub-behandeling, wondverzorging en vieze pannen. Over elke plant en boom weet hij wel iets te vertellen en op verzoek maakt hij een theemelange met kruiden uit zijn kruidentuin. Het liefste verbant hij alle theezakjes!

De elektriciteit wordt opgewekt met zonne-energie. Er is een slim irrigatiesysteem. Regenwater wordt opgevangen en er komt water vanuit een borehole. Bovendien wordt er geen water gebruikt voor het doorspoelen van je drol! In ieder toilet zit een emmer. Na ieder toiletbezoek gooi je een schepje stro op je natte of droge boodschap en aan het einde van de dag wordt de emmer geleegd op de poepcomposthoop. Kleine vliegjes vreten alle bacterieën op en maken er een goede voedingsbodem van voor alle groente die je wilt verbouwen.

Bij Guba kunnen mensen uit de omgeving een jaar lang training krijgen om permacultuur in te zetten in hun eigen homestead. Zo worden homesteads voor een deel duurzaam zelfvoorzienend. Prachtig project dat een bezoekje waard is:

Een filmpje is HIER! De facebookpagina HIER! En er is een leuk informatieve website. HIER!

Wereldnieuws. Boeiuh! #eswatiniblog 12

30 jun

Als je dan toch ergens langer bent, wil je het nieuws volgen. Ik heb geen tv, dus af en toe koop ik de krant. Meestal de Swazi Times, een enkele keer de Observer. Als je de Swazi Times moet geloven, zijn verkrachtingen – vaak ook van jonge kinderen -, vechtpartijen en steekpartijen dagelijkse praktijken en is de wereld niet groter dan dit land.

Toen we hier van 1993 tot 1997 woonden was deze krant niet veel anders van inhoud. Je hoopt altijd dat het niet zo erg is als het lijkt, maar toen kwam het heel dichtbij. De zoon van Cornelis’ collega werd doodgestoken op school. Het was een ruzie om een kluisje, de jongen was 17 jaar. De dader was net zo jong én de zoon van een minister. Er was ophef, er was verontwaardiging, toch kwam hij er met 20 zweepslagen vanaf. Ik ben tegen doodstraf, maar dit vond ook ik een magere straf. We gingen naar de begrafenis en het beeld van die beeldschone jonge jongen in een kist is me lang bij gebleven.

Je hoopt dat het niet zo erg is als het lijkt. Je hoopt dat er ook ander nieuws is en dat is er ook. Voedseltekort in het ziekenhuis, onvoldoende medicatie, 26% van de kinderen is ondervoed. Allemaal zaken om niet vrolijk van te worden. Ik kan me voorstellen dat je je dan niet druk maakt om Trump, een aardbeving in California of de hittegolf in Europa. Tijdens het journaal – overgenomen van de Zuidafrikaanse zender – hoorde ik vandaag een bericht over Holleeder. ‘Boeiuh,’ dacht ik, met in mijn achterhoofd de weeskinderen, die hier soms zonder ouders in een huis wonen. De vrouwen die hier de was doen in rivieren. De zieken die geen eten krijgen in het ziekenhuis. Dat mag wel eens op de voorpagina in Nederland, of in Europa.

En hier verdienen jonge mensen die zich inzetten voor een beter Eswatini wel eens giga-grote koppen in de krant. Die zijn er! Zij zetten zich via NGO’s of vrijwilligerswerk in voor kinderen en/of uiten zich kritisch in woordkunst of andere kunst met de nodige (zelf)reflectie en soms (zelf)spot. Deze jonge mensen kunnen verandering brengen in dit land. Wellicht levert dat ook hele andere krantenkoppen op over twintig jaar, als hun kinderen volwassen worden.

Op eigen kracht! #eswatiniblog 11

29 jun

Twintig kinderen krijgen de vraag wat ze willen worden. Leraar, soldaat en politie zijn de meest voorkomende antwoorden. Eén meisje wil dokter worden en een ander meisje wetenschapper. Het zijn kinderen met dromen, net als ieder ander kind. Het zijn kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Ze leven, zoals zoveel kinderen hier in eSwatini in armoede.

Jeugdclubs

Elke zaterdag komen ze bij elkaar in de rondavel op de homestead van Make Motsa, één van de caregivers van Moya Centre. Er staan een aantal huisjes en deze rondavel. Achter een hekje staat wat verdroogde groente, het watertekort speelt ze ook hier parten. Samen met een jongere vangt Make Motsa de kinderen op. Ze doen spelletjes en leren ‘lifeskills’. De kinderen leren bijvoorbeeld over sparen, over seksualiteit, over drugs- en drankpreventie, huishouden, voeding. Daarnaast is het een veilige plek, waar ze met hun vragen terecht kunnen. Over de thuissituatie of over school of over hun toekomst. Hier leren ze zelf keuzes maken. Deze club is één van de zeven clubs die vanuit Moya Centre ondersteund worden; er is een vergoeding voor de medewerkers, er zijn trainingen, er is overleg. De zeven clubs zijn bedoeld voor kwetsbare kinderen vanaf 10 jaar.

Geen water

Sisekelo is één van de medewerkers die vanuit Moya Centre de clubs bezoekt, vooral om ondersteuning te bieden. Vandaag ben ik mee, de auto is volgeladen met appels en pakjesyoghurt die ze van lokale ondernemers krijgen. En we hebben een emmer vol rijst en een andere emmer met kip. We bezoeken vier locaties en ik krijg een beetje inzicht in de problematiek. Zo zijn er bij één van de clubs geen kinderen omdat er geen water is. Het is geen reden om de club niet door te laten gaan, maar de kinderen moeten helpen met water halen van verderop. Uit een rivier of bij een waterpomp.

Zelfvertrouwen

“Zelfvertrouwen. Dat ontbreekt bij veel kinderen in eSwatini,” vertelt Sisekelo. “Veel kinderen krijgen niet zo heel veel aandacht. Ouders of andere volwassenen, die voor ze zorgen, hebben het druk en zijn overbelast. Vaak wordt niet eens gevraagd hoe het op school was. Als een kind dan thuis komt met een slecht rapport, krijgt het de wind van voren. Hoe kun je, als kind, beter worden, als niemand je leert hoe dat moet?” Ze vertelt dat de kinderen met wat aandacht en ondersteuning meer vertrouwen krijgen in zichzelf. Soms kunnen ouders/verzorgers en kinderen ook wat counseling krijgen, als dat nodig blijkt. Dat kinderen vanuit deze jeugdclubs na het winnen van een zangwedstrijd mochten optreden bij het grootste festival in eSwatini ‘Bushfire’, heeft veel van de kinderen een trots gevoel gegeven.

Elkaar helpen

Bij elke club is ook een jongere betrokken, die meewerkt. Vaak zijn dit jongeren die het zelf ook niet makkelijk hebben gehad. Ik spreek een jongen, die beide ouders verloor aan Aids voordat hij vijf jaar oud was. Hij en zijn zusje wonen sinds die tijd bij oma (gogo), die inmiddels ook ouder wordt. Hij is 19, zijn zusje 15. Beiden gingen naar de Primary School, die is gratis voor iedereen. Alleen hij heeft doorgeleerd, en doet nu een opleiding gebarentaal. Voor zijn zusje is er niet voldoende geld om verdere opleiding te betalen. Hopelijk kan hij later een baan vinden, waarmee hij zichzelf en zijn familie kan helpen. In elk geval is hij een goed voorbeeld voor de kinderen in de club.

Op eigen kracht

In eSwatini zijn er ontzettend veel jonge mensen en kinderen, door Aids is er een groot gat geslagen in de bevolkingssamenstelling. Op een bevolking van zo’n 1,2 miljoen mensen zijn er zo’n 500.000 mensen onder de 18 jaar. (voor meer cijfers, volg deze link) Dat kunnen wij ons, in ons vergrijzende land niet voorstellen. Er zijn hier zelfs huishoudens die enkel bestaan uit kinderen. Dat kunnen wij ons ook niet voorstellen. De jeugd heeft de toekomst, maar deze jeugd moet die toekomst wel zelf gaan maken. Het is echt super dat jongeren betrokken zijn bij de projecten van Moya Centre.

Ook Sisekelo is nog niet zo oud, 29 jaar. Naast haar werk bij het Peace Corps in de HIV/Aids preventie, doet ze dit werk als bijbaan. Niet alleen vanwege de vergoeding. Zij en al die andere jonge mensen in eSwatini willen verandering; voor zichzelf en voor het land.

Sisekelo
Na hard werken en spelen is het tijd om te eten😉
Thulile & me & Sisekelo
Thulile & kids

Kunst kijken #eswatiniblog 10

28 jun

Op zoek naar papier kwam ik terecht bij Yebo Art Gallery, daar zou het wel te koop zijn. Ik volgde de Gallery al even via Facebook, en vond het super om het werk nu ‘in het echt’ te zien. Ik was aangenaam verrast door het werk dat er hing. Wat een verademing na alle – overigens best mooie – handicraft.

Bij Yebo Art Gallery wordt werk tentoongesteld van lokale kunstenaars, modern werk dat iets meer verteld over wat de mensen bezighoudt. Dat is wat kunst kan bieden, een manier om je te uiten. Niet alleen je persoonlijke beslommeringen, maar ook maatschappelijke onderwerpen. Wij vinden het heel gewoon die mogelijkheid te hebben, hier staat het echt in de kinderschoenen.

De Gallery biedt kunstenaars de mogelijkheid te exposeren, te verkopen en advies te vragen. Het is nog een voorzichtige ontwikkeling, maar de eigenaresse vertelt trots dat de Gallery is uitgenodigd voor een expositie tijdens een Arts Festival in Zuid Afrika. Da’s een belangrijke opsteker voor de lokale kunstenaars die mee gaan, en ook een mogelijkheid voor hen om andere kunstenaars te ontmoeten en workshops te volgen.

In de Gallery ook een heerlijke selectie kwasten, verf, tekenpapier en canvassen. Voor het knutselpapier moest ik toch nog naar een andere winkel. Maar dit was genieten! Dat kun jij ook via deze LINK.

Slapen onder werktijd #eswatiniblog 9

27 jun

Voor dag en dauw reden we naar de markt in Manzini om de mooiste spullen te kopen. Joan en ik, meer dan 20 jaar geleden. Eens per week kwamen de (groot)handelaren uit Mozambique, en er zou dan meer keuze zijn. Wij sloegen onze slag voordat de stroom toeristen op gang kwam. Het masker, waarover ik flink onderhandelde, hangt nog steeds bij ons aan de muur. Daarna dronken we nog even een kopje koffie bij de Italiaan in the Hub, een modern winkelcentrum.

Vandaag ging ik niet zo vroeg, natuurlijk. Het is tenslotte vakantie en geen idee wanneer de handelaren komen. Bovendien was ik niet op jacht naar koopjes, maar naar herinneringen. Manzini was de stad waar ik elke week mijn boodschappen deed, waar ik mijn bezoek mee naar toe nam, waar we naar de kerk gingen en de jongens naar de pre-school brachten. In 2017 waren Cornelis en ik even in Manzini, net na betaaldag. We herkenden wel een paar plekken, waar we niet bij stil konden staan. We werden gewoon vooruit geduwd door de drukte. Manzini was helemaal niet zoals wij het ons herinnerden.

Vanmorgen was de drukte te overzien, ik parkeerde in een winkelcentrum dat er vroeger nog niet was. Ik dacht dat ik mijn weg wel zou vinden. Het centrum van Manzini bestaat maar uit twee straten. De drukte viel me na de ervaring van 2017 mee, al waren er wel veel mensen. Ik vond mijn weg naar de Bhunu Mall, een overdekt winkelcentrum. Eenmaal binnen was het rustiger, niet iedereen kan het zich veroorloven daar kleding te kopen vermoed ik. Ik ging naar The Hub, waar we vroeger koffie dronken en pizza’s aten. Nu is er een take-away en staan er achter de winkels allemaal houten kraampjes met etenswaar. Met een glimlach liep ik langs het postkantoor, waar we ooit blauwe brieven heen brachten. De kantoren waar we maandelijks de water- en elektriciteitsrekening betaalden. Het politiebureau waar ik mijn rij-examen deed. En dan de markt. De markt is omheind met hekken, maar ook buiten de hekken verkopen dames en heren groente, fruit, snoep en oude schoenen. Vroeger werden daar met enige regelmaat bussen toeristen geleegd, zodat de crafts-afdeling op de eerste verdieping goede zaken kon doen. Op de crafts-afdeling waren een jonge Amerikaan en ik nu de enige twee die overduidelijk niet lokaal waren. Sterker nog, wij waren de enige twee klanten. De markthouders keken verschrikt op, en sommigen moesten zelfs wakker worden. Zij werden door de opgestapelde prullaria nog rechtop gehouden. Beneden bij de bedrukte stoffen, lagen een aantal dames heerlijk te slapen op de rollen stof. Stof tot nadenken.

Hier kunnen ze geen plezier aan beleven, zonder klanten zijn het lange dagen. Bovendien kunnen ze hier nooit van rondkomen. Toch kocht ik niks, wat moet ik met nog een beeldje, nog een slaschaal of kralenwerkje? Na twintig jaar was er niet veel nieuws op de markt gekomen. Het knaagt wel een beetje. Als man en zonen hier zijn, zal ik vragen of zij de dames wakker willen kussen met een volledig onnodige aankoop. En aan de lezer de vraag: kan ik iets voor jullie meenemen?

%d bloggers liken dit: