Tag Archives: thuis

Reizen naar thuis! #eswatiniblog 20

28 jul

Een pleister trek je het liefste snel van de huid af. Pijnloos kan niet, dus dan maar snel. Reizen doe ik het liefste ook zo snel mogelijk. Grote afstanden zijn vervelend en saai, dus dan maar zo snel mogelijk – en daar betaal ik soms met liefde extra voor. Behalve deze keer. Deze reis was al duur genoeg, dus ik koos de goedkoopste optie zonder de vluchtdetails te bestuderen. Gelukkig kwam ik er voor de terugreis achter dat ik vanuit Heathrow eerst naar Gatwick moet om naar Amsterdam terug te vliegen. Ik probeerde het nog om te boeken, maar dat was nog duurder dan het retourtje Johannesburg. Echt belachtelijk! Maar goed: eigen schuld, dikke bult. De pleister moet er langzaam af.

Dus zit ik hier. Op Heathrow. In mijn eentje. Mijn lief en twee zonen lazen de vluchtdetails wel en zitten inmiddels in de trein van Schiphol naar Zaandam. Ik wacht op mijn bus naar Gatwick, lees de krant, heb mijn OV chipkaart alvast opgezocht, heb de randen en de emalangeni in mijn portemonnee vervangen door de paar euro’s die ik nog had, heb mijn agenda bekeken en al wat afspraken gemaakt. Ik ben klaar voor Nederland, voor thuis, zou je denken. Ik voel het niet. De pleister zit nog muurvast.

Ik zit hier. Nog steeds op Heathrow. In mijn eentje. In de aankomsthal. Waar een moeder haar dochter van kleuterleeftijd niet kan tegenhouden als ze op opa af rent. Waar een vrouw hard praat aan de telefoon en ineens ophoudt als ze op de schouder wordt geklopt door haar jongere evenbeeld. Ze vallen elkaar in de armen. Druppelsgewijs komen er steeds meer mensen door de deuren van de aankomsthal, en scannen met grote ogen of ze bekenden zien. Met verlangen. Dat herken ik wel. De pleister laat los, de randen jeuken.

Ik zit hier. Op Gatwick. In mijn eentje. In de vertrekhal. Ik probeer iets met woorden in mijn kladboekje, teken wat koffers en kinderen, laat mijn ogen glijden door een boek, en app. Mijn lief en twee oudste zonen zijn al thuis. De jongste zoon is onderweg naar huis om ze te begroeten. De andere zoon en zijn vriendin komen zo terug van de sportschool en haken dan ook aan. Er zijn plannen voor een braai in de achtertuin. Net voor het vliegtuig vertrekt naar Amsterdam krijg ik een bericht van mijn lief dat hij me wel op komt halen van Schiphol.

Ik zit hier. In het vliegtuig. Ik zie bekende stranden, een overweldigend groene lapjesdeken en de flat waar mijn moeder woont is duidelijk te zien. Ik buig me over de twee medepassagiers heen om het beter te zien en wijs. “Kijk, daar woont mijn moeder en vijfhonderd meter verderop wonen wij!”, zeg ik. Tien minuten voor de landing komt er een gesprek los. Eén dame is wel eens in Amsterdam geweest, de andere heeft meer Nederlandse steden gezien dan ik. Ze maken foto’s van het havengebied, van de windmolens, van de wolkenlucht. Ik krab aan mijn linkeronderarm, het voelt alsof er een lijmlaag zit van een net losgelaten pleister.

Bij aankomst zie ik onze jongste zoon en sluit hem in mijn armen. Of hij mij, eigenlijk. Was hij al zo groot? Hij drukt me tegen zich aan en begint meteen te vertellen over zijn werk, zijn sport en zijn vakantieplannen.”Kom. We gaan naar huis,” zegt mijn lief en pakt mijn koffer. Ik lach, ik ben er al.

Waar de pleister zat, is de huid gaaf.

Het meervoud van thuis #eswatinblog 19

26 jul

De bergen hier in zuidelijk Afrika zijn hoog, de afgronden diep; het zelfvertrouwen van onze tweede zoon is groter. Als een gazelle klimt en springt hij van rots naar rots. Ontspannen gaat hij op nog geen 10 centimeter van de rand zitten. Hij heeft vertrouwen in zijn eigen vermogen die balans vast te houden. Mijn buik keert zich om als ik er naar kijk en mijn moederinstinct wil hem van die rots aftrekken. Ik houd me in, hij is volwassen.Hij is niet meer het jongetje van 18 maanden, dat we 22 jaar geleden met zijn broer uit dit land mee terug namen naar Nederland. Zijn broer is niet meer drie.

Mijn lief, ik en onze twee oudste volwassen zonen zijn op vakantie in eSwatini in zuidelijk Afrika, waar we ooit als jong gezin woonden. Het is gek om in deze gezinssamenstelling op vakantie te zijn, de zonen zijn volwassen mannen van 24 en 23 jaar en gaan al jaren niet meer met ons mee. We proberen rekening te houden met hun wensen, en zij met die van ons. We zoeken een balans en dat lukt wonderbaarlijk goed.

Het is bijzonder en ontroerend ze het land te laten zien waar ze hun eerste stappen zetten. Het land waar ze geen herinneringen aan hebben en ik des te meer. Het is dit land waar ik moeder werd, waar ik me thuis voelde, waar mijn lief en ik de basis legden voor onze liefde en ons gezin. Het is dit land waar ik jarenlang heimwee naar had. Het is dit land waar ik me ook nu weer thuis voel.

Twee dagen voor we weer vertrekken naar ons thuis in Nederland, heb ik dat weeïge gevoel in mijn buik weer. Net als van de week in de bergen, toen mijn zoon aan de rand van de afgrond ging zitten. Net als 22 jaar geleden, toen we ons gezin uit de grond van eSwatini plukten en verplaatsten naar Nederland. Nederland was toen wel het thuis van mijn lief en van mij; nog niet van ons gezin, nog niet van onze kinderen. Nu is het wel anders. In Nederland heeft ons – inmiddels flink uitgebreide – gezin een stevige en liefdevolle basis, waar we ons allemaal thuis voelen. In eSwatini liggen de teruggetrokken wortels van dit gezin. Ik graaf ze op en voed ze – nu samen met mijn lief en onze oudste twee kinderen – met nieuwe herinneringen. De wortels van verleden, vandaag en morgen verstrengelen zich; tot een bredere basis en een betere balans.

Twee dagen voor we vertrekken keert mijn buik zich weer om, maar durf ik vol zelfvertrouwen op 10 centimeter afstand van de afgrond te gaan zitten en uit te kijken. Twee kanten op. Twee keer thuis. Twee keer binnen handbereik.

Nu ik dit schrijf, realiseer ik me dat er geen woord is voor het meervoud van thuis. Een gemis.

Geen heimwee

30 jul

20140730_221937Dit jaar blijven we thuis. Drie weken. Met gemengde gevoelens. Ik ben gek op reizen, op kamperen, op warme streken waar je autostuur te heet wordt om vast te pakken. Ben gek op het gevoel te kunnen gaan en staan waar je wilt. Bevalt de omgeving of het weer niet…gaan!

Heimwee ken ik niet, het verlangen naar huis te gaan ook niet. Ik hoor mensen wel eens verzuchten dat ze na twee of drie weken ook wel weer naar huis willen….ik ken het niet. Zet mij in een mooie omgeving met veel tijd. met mensen waar ik gek op ben en ik ben tevreden. Tot vorig jaar.

Drie pubers die de camping gekozen hadden, vonden het na één dag al niks. Elke activiteit was stom, elk moment van niks doen oervervelend en dat lieten ze merken ook. Op elke vraag kwam het zelfde antwoord: ‘Naar huis.’ Na twee weken dit standaard antwoord, wilde ik ook maar één ding: ‘NAAR HUIS!’ Ik kende mezelf niet terug en nam me voor dat dit me niet meer zou overkomen.

Dus dit jaar zijn we thuis. De kinderen gaan hun gang en wij ook. Ik moet toegeven, ik zag er tegen op. Zou ik de tropische temperaturen niet missen, de camping, de Middellandse Zee? De vakantie duurt nu drie dagen en zijn al drie dagen heerlijk. Lief en ik vinden elkaar in ons comfortabele bed, liggen langer dan normaal, ontbijten met zijn tweeën, drieën, vieren, vijven of zessen buiten aan tafel, ondernemen activiteiten met wie wil en/of kan, ik heb een boek uitgelezen, veel geschreven, heb het ene kind bij het ontbijt gezien, het andere kind net aan tafel gehad met een verlate hamburger vanwege zijn vakkenvulbaantje terwijl ik dit stukje tik bij kaarslicht met uitzicht op het park.

Heerlijk. Ik ken geen heimwee, niet naar vakantie. Zet mij op een plek, desnoods thuis, met tijd en mensen waar ik gek op ben en ik ben tevreden. Dat is een understatement…..ik ben gelukkig!

Lief roofdier

7 jul

Op een zomerse dag is er geen beweging in te krijgen, dan ligt ze op haar rug op de koelste tegels in de tuin. Dit doet vermoeden dat ze in de winter anders is, maar nee. Dan zoekt ze de warmte in de zon op de vensterbank, of  voor de verwarming. Vaak zoekt ze warmte op het toetsenbord van de laptop, hoogst irritant. Een lui huisdier hebben we, dat is wat we van haar zien. Maar ze heeft ook nog een ander leven.

Voor het nuttigen van ons ontbijt, moeten wij haar nachtelijke snacks ontwijken. Op blote voeten naar de keuken hebben we afgeleerd. Haar snacks  eet ze nooit helemaal op, soms zijn ze niet eens dood. De keukenvloer is elke week wel het podium van een muis, vogeltje of mol die ze daar tentoonstelt. Soms waaien er veren op als we de trap afdalen, als we geluk hebben vinden we waar ze vandaan komen.

In het voorjaar struikelen we buiten over leeggehaalde duivennestjes en dode muisjes. Buiten eten wordt onderbroken door een penetrante lucht, we vegen eerst de dode mollen van ons plaatsje. Dan hebben we nog geluk, soms is er alleen een naar luchtje en een kluwen maden over. We kunnen alleen maar raden wat het voor dier geweest is. Het luie huisdier is een monster.

Haar beste vriend is onze jongste zoon. Het luieren doet ze bij voorkeur in zijn bed en als hij ’s morgens naar beneden gaat wandelt ze met hem mee. Het komt voor dat zoonlief zijn bed helemaal niet uitkomt. Dan heeft ze zijn ontbijt gebracht.  ‘Er ligt een vleugel naast mijn bed!’, roept hij dan om later nog een vogelkopje onder het bed te vinden.

Een lief roofdier toch.

%d bloggers liken dit: