20150131_151207Beteuterd staat hij bij de deur, laat alleen zijn hoofd zien. ‘Maaam?’ Het vraagteken, de terughoudendheid en de twijfel die ik hoor, trekken mijn aandacht. Wat heeft hij op zijn geweten?

‘Ik mag van jou niet bij het leger, hè?’, vraagt hij bedremmeld.

Die vraag had ik niet verwacht, maar ik ben opgelucht dat hij geen probleem op school of met vriendjes heeft. De belangstelling voor het leger is niet nieuw. Hij kan het niet helpen, het lijkt wel in de genen te zitten. Zijn vader leest en kijkt van alles dat met leger en oorlog te maken heeft. Mijn hart had ik al verloren voordat ik dat – te laat, dus- ontdekte. Nu is één van mijn kinderen er ook mee besmet!

De brief die zijn vader net heeft ontvangen omdat hij als reservist geregistreerd staat, zal de vraag wel aangewakkerd hebben. Er zat een stripboek bij en folders, die direct door onze jongste in beslag werden genomen. ‘In elk geval niet voor je achttiende’, zeg ik met een knipoog.

‘Oh.’ Hij laat zijn schouders zakken, laat zich op de bank vallen, pakt zijn mobiel en negeert me volledig. Hij wordt niet boos, probeert zijn vraag niet te verklaren, mijn mening niet te weerleggen, neemt het antwoord voor kennisgeving aan. Zo lijkt het.

Hij negeert ook de buurjongens die buiten staan te gebaren, protesteert niet als ik de afstandsbediening pak en zijn cartoon weg zap. Dit is afwijkend gedrag. Hier moet ik wat mee.

‘En wat wil je gaan doen na je achttiende?’, vraag ik om hem aan de praat te krijgen. ‘Nou, als ik klaar ben met school ben ik zeventien. Dus het kan niet!’, moppert hij.

O help! Wat heb ik gedaan? Ik heb iets verkeerd gezegd. Het is een probleem! Een andere vraag proberen dan maar: ‘Wat als ik er niet zou zijn op je zeventiende?’

Voor ik er erg in heb, bekijk ik alle mogelijkheden die een opleiding via het leger biedt. ‘De bouw, dat is echt cool. Dan maak je zo maar een heel kamp. Of ICT mam, dan leer je computers in en uit elkaar halen en zorg je dat de soldaten met elkaar kunnen communiceren! En dan hoef ik niet te vechten, hoor!’, zegt hij nog geruststellend.

Door het enthousiasme van dit kind – want dat is hij nog met zijn veertien jaar – raak ik nog geïnteresseerd ook. Enigszins. Het knaagt ook. Mijn kind in een uniform in oorlogsgebied? Ik moet er niet aan denken. Maar als het leger mijn kind enthousiast kan maken om een vak te leren, om volwassen te worden, zichzelf te worden, wat dan?

Moederschap, dat doet wat met je! Ik ben gewend geraakt aan stoeipartijtjes in de keuken, aan afgezakte broeken, verkleumd voetbalwedstrijden kijken, gesprekken over borsthaar. Misschien wen ik ook hier aan. Het leger! Zelfs het leger.