Tag Archives: oma

Engel

17 mrt

engel

Opa is dood en ligt in zijn bed, waarin hij gestorven is. Een paar dagen geleden is hij wakker geworden, draaide zich om en stierf. Oma vroeg hem nog waarom hij op dat randje in het midden bleef liggen, hij gaf geen antwoord.

Na zijn sterven is er verdriet, het meest bij oma. Lieve lieve oma, ze lijkt kleiner dan ooit. Ze zit op haar hurken bij de linnenkast, ik zit naast haar. Achter ons, op zijn bed ligt opa. Ik durf en ik wil niet kijken. Ik kijk met oma in de kast.

Er liggen lakens, moltons en handdoeken, allemaal met de initialen van opa er op geborduurd. Ze gebruiken ze al hun hele huwelijk, meer dan zestig jaar. Oma zoekt kleding voor opa zijn laatste reis, we gaan hem vandaag begraven. Tussen de lakens vindt oma waar ze naar op zoek is, een doodshemd. Het zijn er twee. Bij het begin van hun leven samen kregen ze linnengoed cadeau, inclusief doodshemden.

Oma staat op en houdt haar doodshemd voor haar kleine lijf. Het is wel wat te groot, grapt ze. Het staat haar prachtig, vind ik. Net een engel.

Die dag is opa begraven, en oma een aantal jaren later. Of ze inderdaad in hun doodshemden op reis zijn gegaan weet ik niet. Ik was jong en had daar geen invloed op.

Soms zie ik haar. Oma in die witte jurk, niet passend in de omgeving, niet passend in de tijd. Wel passend in mijn leven.

Een engel.

Rabarberlimonade

31 mei

Drie of vier keer per jaar ondernemen we de reis naar Groningen. Met zijn vijven in de auto. Zusje slaapt, broertje kan niet stilzitten, mama praat en papa rookt. Het liefst zit ik in het midden, vooroverhangend tussen de stoelen van papa en mama. Veiligheidsgordels zijn nog niet verplicht.

De reis duurt altijd lang. De afsluitdijk is zo ontzettend saai. Mama zegt dat we niet naar het bewegende water moeten kijken, daar word je misselijk van. Onderweg moet er altijd wel iemand plassen of erger nog, spugen. Bij het ontbijt waarschuwt mama ons om niet te veel te eten. Maar dat helpt niks.

Bij aankomst op de plek van bestemming is al het leed vergeten. We zijn bij de opa en oma van mama en dat is heel bijzonder. Bij mij in de klas heeft niemand overgrootouders, ik ben er best trots op.

Opa en oma wonen in een wit huisje met een grote kei in de voortuin. Opa laat altijd zien wat er in zijn tuin groeit. Bonen, aalbessen, kruisbessen en rabarber. Binnen ruikt het altijd lekker; hout, touw, gedroogde spek. Opa maakt allerlei dingen van hout, ook poppenmeubels. Oma breit poppen, met en zonder baarden en altijd met kleertjes. De poppen ruiken naar het touw waar opa matten van maakt.

Oma kletst en slaat haar arm om mama heen, ze houdt van mama. Opa zit op zijn stoel, rookt een pijp, kijkt en geniet. Wij spelen met de poppen, met de waterputten en auto’s  van hout. We lezen boekjes, kleuren, maken tekeningen en uisteren naar de grote mensen, die met elkaar praten over dingen die wij niet begrijpen of die ons niet interesseren.

Er wordt goed voor ons gezorgd. Oma geeft ons lekkere koekjes en de maaltijd die ze kookt is zo heerlijk. Mama zegt dat we niet te veel mogen eten, straks worden we nog ziek. Oma maakt de heerlijkste limonade van rabarber, dat krijgen we nergens anders. In glaasjes van dun groen glas. Zusje hapt een keer het glas stuk. Omdat het zo lekker is, denk ik.  Ze huilt van de schrik, maar ze houdt er niets aan over.

Op de terugreis hoeft niemand te spugen.

 

%d bloggers liken dit: