Tag Archives: eswatini

Hot, hot, hot! #eswatiniblog 16

4 jul

Een relax-dag was nodig vandaag. Ik was nog steeds verkouden en echt niet lekker. Twee jongedames – meiden eigenlijk – boden mij aan om naar de Cuddle Puddle te gaan. Een magnesiumhoudende warmwaterbron vult een zwembad om heerlijk in te dobberen. De Cuddle Puddle was niet een plek die wij vroeger vaak bezochten, eigenlijk herinner ik me alleen een soort modderpoel. Giechelend vertelden de meiden dat die modderpoel er nu is voor oude kerels. In hun blootje.

Nieuwsgierig als ik ben, wilde ik dat wel eens zien. Moeilijk was dat niet. De modderpoel zit bij de ingang van het zwembad en het rieten hek was al lang niet bijgehouden. Kijkgaten zat. De meiden liepen met een strak gezicht rechtstreeks naar het zwembad. Ik kon het niet laten en keek.

Wauw! Inderdaad mannen in hun nakie. Maar daar was ik niet van onder de indruk. De poel leek wel een soort stortplaats voor plastic afval. Waarschijnlijk kunnen deze mannen er gratis in, maar of het gezond is? Voor nog geen miljoen zou ik hier in willen. Hoe mooi de mannen ook zijn.

Gelukkig had ik ergens gelezen dat het water van het zwembad in de modderpoel stroomt en niet andersom, anders had ik mijn badpak niet aangetrokken. Het zwembad was gelukkig heerlijk en misschien ook wel gezond. Geneeskundige krachten heeft de bron echter niet. Ik ben nog steeds verkouden;-)

Waar rook is, is vuur #eswatiniblog 14

2 jul

Vannacht sliep ik slecht. Mijn keel voelde als schuurpapier, mijn voorhoofd klopte harder dan mijn hart, mijn neus leek twee keer groter dan normaal. Als zorgprofessional weet ik natuurlijk dat zoiets door een virus komt, of een bacterie. En gisteravond ontmoette ik een vriendin, die flink verkouden was. Zo’n verkoudheid kan zich snel verspreiden. Net als vuur.

In eSwatini wordt veel huis- en tuinafval verbrand en eten bereid op open vuur, je ziet her en der kleine rookpluimen opstijgen. Het vuur lijkt nooit helemaal te doven, zodat het ieder moment weer gebruikt kan worden. Toch bereiden mensen zich wel enigzins voor op branden. Ze houden stroken land om hun terrein of land leeg, zodat een brand zich niet verder kan verspreiden. Gistermiddag stak er een wind op. Doordat het zo droog was, vloog het zand je om de oren. En erger, werden overal vuren aangewakkerd. Gisteravond reed ik met vrienden mee naar Mbabane en het uitzicht was spectaculair.

De bergen waren verlicht als kerstbomen, met echte kaarsen. Je zag vuren van zeker 5 meter hoog die met grote stappen de bergen opsprongen. In de verte in het felle oranje een karkas van een huis. In de auto klonken bewonderende ‘ooooh’s’ en ‘aaaah’s’, het zag er gewoonweg mooi uit. Echt. Maar er was ook bezorgdheid. Veel mensen verloren hun huis, of hun oogst, misschien zelfs hun leven. Het kan niet anders. Mijn vriendin die les geeft op een high school maakte zich al zorgen om de kinderen met astma. Zelf begonnen we ook al onze kelen te schrapen.

De eigenaren, Pip en Caroline, van mijn cottage vertelden vanmorgen dat zij vannacht ook gebeld waren over een brand vlakbij. Gelukkig konden ze het met man en macht doven. Bij zulke branden in Nederland zouden onze mobiele telefoons continue zoemen met alarmmeldingen en zouden we geen oog dicht doen vanwege de sirene’s. Hier heeft het de krant van vandaag niet gehaald. Business as usual. Ook de eigenaren haalden hun schouders op.

“Zolang mensen hun vuren niet helemaal doven, is dit wat er gebeurd,” zegt Pip. Waar rook is, is vuur! Dat is een ding wat zeker is. Ik ben benieuwd of deze uitspraak ook in het siSwati bestaat.

Inmiddels is de lucht gelukkig weer rookvrij. Het vuur is weer onder controle. Nu de verkoudheid nog.

Gooi je eigen poep in je tuin! #eswatiniblog 13

1 jul

Naast de farm waar ik verblijf is een pre-school én een trainingscentrum voor permacultuur: Guba. Iedere eerste maandag van de maand is er een open middag, om kennis te maken met permacultuur; een duurzame manier van leven eigenlijk.

Ik werd rondgeleid door Bonginkhosi , hij werkt hier al 10 jaar. Overduidelijk met veel liefde én waanzinnig veel kennis van de natuur. Ik kan onmogelijk alles onthouden. Een paar dingen zijn me bijgebleven. De overkapping van het terras is begroeid met druiven en met lufa. De druif ken ik, de lufa verrast me. Bonginkhosi plukt een soort komkommer van de struik, pelt het en er komt een prachtige spons tevoorschijn. Ideaal voor een scrub-behandeling, wondverzorging en vieze pannen. Over elke plant en boom weet hij wel iets te vertellen en op verzoek maakt hij een theemelange met kruiden uit zijn kruidentuin. Het liefste verbant hij alle theezakjes!

De elektriciteit wordt opgewekt met zonne-energie. Er is een slim irrigatiesysteem. Regenwater wordt opgevangen en er komt water vanuit een borehole. Bovendien wordt er geen water gebruikt voor het doorspoelen van je drol! In ieder toilet zit een emmer. Na ieder toiletbezoek gooi je een schepje stro op je natte of droge boodschap en aan het einde van de dag wordt de emmer geleegd op de poepcomposthoop. Kleine vliegjes vreten alle bacterieën op en maken er een goede voedingsbodem van voor alle groente die je wilt verbouwen.

Bij Guba kunnen mensen uit de omgeving een jaar lang training krijgen om permacultuur in te zetten in hun eigen homestead. Zo worden homesteads voor een deel duurzaam zelfvoorzienend. Prachtig project dat een bezoekje waard is:

Een filmpje is HIER! De facebookpagina HIER! En er is een leuk informatieve website. HIER!

Wereldnieuws. Boeiuh! #eswatiniblog 12

30 jun

Als je dan toch ergens langer bent, wil je het nieuws volgen. Ik heb geen tv, dus af en toe koop ik de krant. Meestal de Swazi Times, een enkele keer de Observer. Als je de Swazi Times moet geloven, zijn verkrachtingen – vaak ook van jonge kinderen -, vechtpartijen en steekpartijen dagelijkse praktijken en is de wereld niet groter dan dit land.

Toen we hier van 1993 tot 1997 woonden was deze krant niet veel anders van inhoud. Je hoopt altijd dat het niet zo erg is als het lijkt, maar toen kwam het heel dichtbij. De zoon van Cornelis’ collega werd doodgestoken op school. Het was een ruzie om een kluisje, de jongen was 17 jaar. De dader was net zo jong én de zoon van een minister. Er was ophef, er was verontwaardiging, toch kwam hij er met 20 zweepslagen vanaf. Ik ben tegen doodstraf, maar dit vond ook ik een magere straf. We gingen naar de begrafenis en het beeld van die beeldschone jonge jongen in een kist is me lang bij gebleven.

Je hoopt dat het niet zo erg is als het lijkt. Je hoopt dat er ook ander nieuws is en dat is er ook. Voedseltekort in het ziekenhuis, onvoldoende medicatie, 26% van de kinderen is ondervoed. Allemaal zaken om niet vrolijk van te worden. Ik kan me voorstellen dat je je dan niet druk maakt om Trump, een aardbeving in California of de hittegolf in Europa. Tijdens het journaal – overgenomen van de Zuidafrikaanse zender – hoorde ik vandaag een bericht over Holleeder. ‘Boeiuh,’ dacht ik, met in mijn achterhoofd de weeskinderen, die hier soms zonder ouders in een huis wonen. De vrouwen die hier de was doen in rivieren. De zieken die geen eten krijgen in het ziekenhuis. Dat mag wel eens op de voorpagina in Nederland, of in Europa.

En hier verdienen jonge mensen die zich inzetten voor een beter Eswatini wel eens giga-grote koppen in de krant. Die zijn er! Zij zetten zich via NGO’s of vrijwilligerswerk in voor kinderen en/of uiten zich kritisch in woordkunst of andere kunst met de nodige (zelf)reflectie en soms (zelf)spot. Deze jonge mensen kunnen verandering brengen in dit land. Wellicht levert dat ook hele andere krantenkoppen op over twintig jaar, als hun kinderen volwassen worden.

Op eigen kracht! #eswatiniblog 11

29 jun

Twintig kinderen krijgen de vraag wat ze willen worden. Leraar, soldaat en politie zijn de meest voorkomende antwoorden. Eén meisje wil dokter worden en een ander meisje wetenschapper. Het zijn kinderen met dromen, net als ieder ander kind. Het zijn kinderen die in moeilijke omstandigheden leven. Ze leven, zoals zoveel kinderen hier in eSwatini in armoede.

Jeugdclubs

Elke zaterdag komen ze bij elkaar in de rondavel op de homestead van Make Motsa, één van de caregivers van Moya Centre. Er staan een aantal huisjes en deze rondavel. Achter een hekje staat wat verdroogde groente, het watertekort speelt ze ook hier parten. Samen met een jongere vangt Make Motsa de kinderen op. Ze doen spelletjes en leren ‘lifeskills’. De kinderen leren bijvoorbeeld over sparen, over seksualiteit, over drugs- en drankpreventie, huishouden, voeding. Daarnaast is het een veilige plek, waar ze met hun vragen terecht kunnen. Over de thuissituatie of over school of over hun toekomst. Hier leren ze zelf keuzes maken. Deze club is één van de zeven clubs die vanuit Moya Centre ondersteund worden; er is een vergoeding voor de medewerkers, er zijn trainingen, er is overleg. De zeven clubs zijn bedoeld voor kwetsbare kinderen vanaf 10 jaar.

Geen water

Sisekelo is één van de medewerkers die vanuit Moya Centre de clubs bezoekt, vooral om ondersteuning te bieden. Vandaag ben ik mee, de auto is volgeladen met appels en pakjesyoghurt die ze van lokale ondernemers krijgen. En we hebben een emmer vol rijst en een andere emmer met kip. We bezoeken vier locaties en ik krijg een beetje inzicht in de problematiek. Zo zijn er bij één van de clubs geen kinderen omdat er geen water is. Het is geen reden om de club niet door te laten gaan, maar de kinderen moeten helpen met water halen van verderop. Uit een rivier of bij een waterpomp.

Zelfvertrouwen

“Zelfvertrouwen. Dat ontbreekt bij veel kinderen in eSwatini,” vertelt Sisekelo. “Veel kinderen krijgen niet zo heel veel aandacht. Ouders of andere volwassenen, die voor ze zorgen, hebben het druk en zijn overbelast. Vaak wordt niet eens gevraagd hoe het op school was. Als een kind dan thuis komt met een slecht rapport, krijgt het de wind van voren. Hoe kun je, als kind, beter worden, als niemand je leert hoe dat moet?” Ze vertelt dat de kinderen met wat aandacht en ondersteuning meer vertrouwen krijgen in zichzelf. Soms kunnen ouders/verzorgers en kinderen ook wat counseling krijgen, als dat nodig blijkt. Dat kinderen vanuit deze jeugdclubs na het winnen van een zangwedstrijd mochten optreden bij het grootste festival in eSwatini ‘Bushfire’, heeft veel van de kinderen een trots gevoel gegeven.

Elkaar helpen

Bij elke club is ook een jongere betrokken, die meewerkt. Vaak zijn dit jongeren die het zelf ook niet makkelijk hebben gehad. Ik spreek een jongen, die beide ouders verloor aan Aids voordat hij vijf jaar oud was. Hij en zijn zusje wonen sinds die tijd bij oma (gogo), die inmiddels ook ouder wordt. Hij is 19, zijn zusje 15. Beiden gingen naar de Primary School, die is gratis voor iedereen. Alleen hij heeft doorgeleerd, en doet nu een opleiding gebarentaal. Voor zijn zusje is er niet voldoende geld om verdere opleiding te betalen. Hopelijk kan hij later een baan vinden, waarmee hij zichzelf en zijn familie kan helpen. In elk geval is hij een goed voorbeeld voor de kinderen in de club.

Op eigen kracht

In eSwatini zijn er ontzettend veel jonge mensen en kinderen, door Aids is er een groot gat geslagen in de bevolkingssamenstelling. Op een bevolking van zo’n 1,2 miljoen mensen zijn er zo’n 500.000 mensen onder de 18 jaar. (voor meer cijfers, volg deze link) Dat kunnen wij ons, in ons vergrijzende land niet voorstellen. Er zijn hier zelfs huishoudens die enkel bestaan uit kinderen. Dat kunnen wij ons ook niet voorstellen. De jeugd heeft de toekomst, maar deze jeugd moet die toekomst wel zelf gaan maken. Het is echt super dat jongeren betrokken zijn bij de projecten van Moya Centre.

Ook Sisekelo is nog niet zo oud, 29 jaar. Naast haar werk bij het Peace Corps in de HIV/Aids preventie, doet ze dit werk als bijbaan. Niet alleen vanwege de vergoeding. Zij en al die andere jonge mensen in eSwatini willen verandering; voor zichzelf en voor het land.

Sisekelo
Na hard werken en spelen is het tijd om te eten😉
Thulile & me & Sisekelo
Thulile & kids

Ontsnapt! #eswatiniblog 4

22 jun

Op een eilandje lagen wel vier krokodillen te zonnen. In het hoge gras stonden impala’s te grazen. In de verte liep een gnoe. Vandaag was ik met een goede vriendin naar Mlilwane, één van de wildparken in eSwatini. We wilden wel wandelen, maar pas na een lunch in het Hippo Haunt Restaurant in het Main Camp. Een goede naam voor dit restaurant. In 2017 zaten Cornelis en ik hier en zagen we twee nijlpaarden vechten in het meer, waar het terras op uitkijkt. Met hun ronde vormen lijken het vriendelijke beesten, maar ze kunnen onaardig zijn. Tegen elkaar, maar ook tegen mensen. Je kunt ze ’s nachts beter niet tegen komen. Kortom: prachtige beesten om van een afstandje te bekijken.

Mijn teleurstelling was groot toen de vriendin vertelde dat er helemaal geen nijlpaarden meer zijn in dit park. Ze zijn ontsnapt! Nijlpaarden maken een hoop herrie, maar vertellen natuurlijk niet waarom ze vertrekken of waar naar toe. Misschien was er niet genoeg voedsel hier in Mlilwane. De vriendin vertelde dat ze soms gezien worden in Malkerns, waar ik nu verblijf. Het zou me niets verbazen, ik ben al wrattenzwijnen en aapjes tegengekomen en soms zie je loslopende impala’s. Maar die nijlpaarden. Die kom ik liever niet tegen.

Poen, poen, poen, poen #eswatiniblog 4

21 jun

Met mijn Hollandse portemonnee is het hier goed toeven. Je kunt het lang volhouden met maar een beetje geld. Het leven kost niks! Als ik tussen de middag uitgebreid ga lunchen ben ik niet meer dan 130 rand = zo’n 8 euro kwijt. En ook in de supermarkt en op de markt is het feest.

Zak chips:  15 rand = 92 eurocent

Fles sap: 6 rand = 37 eurocent

Een brood: 20 rand = 120 eurocent

Zes uien: 3 rand = 18,5 eurocent

Vijf tomaten: 3 rand = 18,5 eurocent

10 kilo rijst: 70 rand = 4 euro

En ben je op zoek naar een betaalbare kamer, voor 30 euro per maand heb je er één.

Hier heet dat een huisje, 16 vierkante meter voor een heel gezin.

Als je hier woont, moet je hier ook werken natuurlijk. En dan pak je alles aan! Voor veel mensen is dat helaas niet mogelijk. De werkeloosheidsgraad ligt tussen de 40% en 50%! De geluksvogels die een baan hebben, verdienen vrijwel niets.

Dagloon schoonmaakster: 50 rand = 3 euro

In een fabriek is een maandsalaris rond de 3000 rand = 184 euro

Vaak verdienen mensen er nog bij door kralen te rijgen, hout te verkopen of placemats te maken.

Nu zijn er natuurlijk ook mensen die het geluk hebben gehad verder te leren, die verdienen ongetwijfeld meer, wonen luxer en hebben zelf een schoonmaakster. Maar zo’n 63% van de bevolking leeft hier onder de armoedegrens. Hier is ook de besmettingsgraad met HIV het hoogst: 27%. Hierdoor zijn veel kinderen wees of halfwees, wat de nodige problemen met zich meebrengt.

Of het ruim twintig jaar geleden ook zo was, weet ik niet meer. Er was veel armoede, dat wel. Daar was ik toen van onder de indruk en helaas nu weer. Dat er nu gratis basisonderwijs is, is geweldig. Maar het is niet genoeg.

Ik geniet – echt – van het mooie land en van de vriendelijke mensen. Ik ben ook een beetje verdrietig en koop vooral bij de kleine kraampjes van de lokale bevolking. Of bij organisaties die ook maatschappelijk ondernemen. Maak maar plaats voor al die rieten placemats, houtgesneden giraffen en kralen kettingen!

Voor de thuisblijvers heb ik wat shoppingtips: Bij Butik Batik koop je ook batik uit eSwatini; sjaals, tafellakens en zelfs tassen! Mooie gedecoreerde kaarsen van Swazi Candles zijn bij bijna elke Wereldwinkel te koop. In diezelfde Wereldwinkels zijn ook vaak producten van Eswatini Kitchen te koop: heerlijke jams en chutneys. Ik heb het zelfs wel eens bij de Albert Heijn gezien.

Meer cijfermatige info: Homeplan

Een wijze uil #eswatiniblog 3

20 jun

De dag begon rustig met een langzaam, smakelijk ontbijt op mijn terrasje. Ik hoorde mensen aankomen, die hier op de farm werken. En tussen de bomen en struiken vlogen en floten allerlei verschillende vogeltjes. Ik probeerde ze te volgen, vast te leggen en kreeg oogcontact met een uil, verstopt in een boom.

Het werd een dag vol inspiratie. Ik schreef, ik tekende en maakte afspraken voor ontmoetingen met dichters enzo.

Langzaam, langzamer, langzaamst #eswatiniblog 2

19 jun

Of ik alle verkeersregels nu helemaal door heb, weet ik niet. In elk geval lukt links rijden nu goed en heb ik geen brokken gemaakt. Verdwalen kan ik ook heel goed, er is veel weg bijgekomen in de afgelopen twintig jaar. Toen wij vertrokken in 1997 was er net een begin gemaakt met de snelweg tussen Manzini en Mbabane. Dat is echt een fantastische weg; over het algemeen goed onderhouden en je mag er meestal 120 km/hr. Best lekker! De snelweg die er in 1997 nog was is echt een B-weg geworden, vol potholes en waanzinnig veel verkeersdrempels. Soms mag je 80 km/hr, vaak heb je helemaal geen tijd om tot die snelheid te versnellen tussen de drempels. Langs die weg zijn er veel meer mensen komen wonen, er zijn allemaal nieuwe wijken. Zo kwam het dat ik vandaag twee keer het restaurant voorbij reed waar ik wilde lunchen. Ik herkende de omgeving helemaal niet. Daardoor kwam ik hongerig aan en verslond ik zomaar een vette hamburger.

Ook deed ik vandaag een poging de weg door Malkerns te vermijden, zonder succes. Er lijkt maar één weg naar mijn nieuwe huis te leiden. De weg door Malkerns is niet ingewikkeld, vaak wel druk. Niet met auto’s.

Om half drie gaat de school uit, dan lopen er voor mijn gevoel honderden kinderen langs de weg. Allemaal in dezelfde uniformen. Veel daarvan komen en gaan lopend naar school, eerder zag ik ze hier – ongeveer een kilometer verderop – ook lopen. Een aantal stapt in de busjes. En slechts een enkel kind stapt in een auto, van een bekende hoop ik. En vandaag zag ik één kind aan de hand van een vrouw, misschien een moeder. Da’s andere koek dan in ons land, waar ouders in groepen op het schoolplein hangen tot de bel gaat en waar er op gevaarlijke oversteekplaatsen verkeersregelaars staan. Het kost me geen moeite om me rond de school aan de snelheidslimiet van 40 km/hr te houden. Ten eerste is het een prachtig gezicht, de kinderen rennen en spelen als net losgelaten koeien in het voorjaar. Ten tweede moet je er toch niet aan denken dat je ze aanrijdt.

Aan deze weg ligt ook de ‘fruitinblikfabriek’. Hier werken echt heel veel mensen. Tussen vier en half vijf loopt de fabriek leeg en stroomt de weg vol met mensen met hygiënische blauwe mutsjes op hun hoofd. Busjes komen en gaan, keren op de weg, en toeteren alsof het feest is. Harder dan 40 km/hr lukt dan gewoonweg niet.

Maar het kan nog langzamer. Vanmorgen reed ik achter een bakkie volgeladen met een berg ananassen – over die weg door Malkerns met heel veel verkeersdrempels. Bij elke drempel stond ie helemaal stil om vervolgens stapvoets er over heen te rijden. Ik hield afstand, er viel nog al eens een ananas vanaf. En zo af en toe kwam er ineens een jongetje uit de auto om de ananas net voor mijn auto van de weg te rapen. Gelukkig hoefden ze niet verder dan de inblikfabriek. Waar de ananas verder met handschoenen wordt aangepakt;-)

†††††††††

A new resident #eswatiniblog 0

17 jun

Vanaf Johannesburg reden een goede vriendin en ik afwisselend in mijn auto tot de Oshoek/Ngwenya grens. Vanaf daar dacht ik het wel alleen te kunnen, de vriendin reed verder met de rest van haar gezin. Ik voelde me veilig op de weg, de vermoeidheid viel wel mee, het was nog maar zo’n anderhalf uur rijden en ik had een GPS. Mijn nieuwe onderkomen heeft geen adres, dus werd het een voor mij bekende locatie in de buurt. Vanaf Malandela’s – een restaurant en cultuurcentrum- zou ik het wel weten. En anders kon ik daar op internet of het gewoon vragen. Vanaf Ngwenya ging ik naar beneden in een lage versnelling. Ik probeerde onderweg aanknopingspunten te vinden van waar ik was en of ik er eerder was geweest. Er was meer onbekend dan bekend, behalve dan dat je verdraaid goed op moet letten in het verkeer. Bij Malandela’s laste ik een pauze in, dronk thee en vroeg de route naar St. Cements Farm. Ik was er bijna!

“Daar bij de T-junction naar rechts. Je kunt het niet missen,” zei een dame, die op het terras zat te tikken. Optimistisch in de overtuiging dat ik het wel zou vinden ging ik. Ik sorteerde achter een andere auto met een knipperend rechterlicht voor en volgde hem naar rechts. Hij reed door, ik werd door een jonge politie-agent gestopt. Ik groette, vroeg hoe het met hem ging. Hij deed hetzelfde en vertelde me daarna dat ik wel echt rechts moet voorsorteren. Ik legde uit dat dit mijn eerste dag was in eSwatini en gewoon de auto voor mij volgde. Ik vroeg hem nog naar mijn nieuwe onderkomen, of hij wist waar dat was.

“No, Madam. This is my first day in this area. I don’t know anything,” zei hij verontschuldigend en keek opzij naar zijn andere collega’s. Ik zag in mijn achteruitkijkspiegel dat ze naar hem gebaarden, zonder te weten wat ze bedoelden. Ik had een vermoeden.

“Your driver’s license please,” zei hij. De lach was van zijn gezicht verdwenen. Ik was blij dat ik wat geld had opgenomen bij de bank. Aan deze standaardboete van 60 rand zou ik niet ontkomen, dacht ik. De agent bestudeerde mijn rijbewijs en vroeg me hoe lang ik zou blijven, waar ik vandaan kwam, wat ik kwam doen. Ondertussen verlangde ik wel naar die boete. Als ik die betaald zou hebben kon ik nog voor het donker bij mijn nieuwe huisje zijn. Hij bleef maar vragen, tot een collega iets naar hem riep. Het duurde vast te lang.

De agent riep terug: “It’s a new resident.” Hij gaf me mijn rijbewijs terug, gaf een klap op de auto en zei: “You can go. Have a nice stay.”

Ik kreeg geen boete, wel een bevestiging van mijn thuisgevoel.

Vervolgens kon ik de weg toch niet vinden en reed ik terug naar Malandela’s. Daar belde ik Philip of hij me kon komen halen en tijdens het wachten genoot ik van de ondergaande zon op één van mijn favoriete plekjes in dit land. Philip kwam, ik reed achter hem aan, en realiseerde me dat er na het rechts nog een eerste links volgde. Door mijn ontmoeting met de vriendelijke agent was ik dat helemaal vergeten. Net voor het donker kwam ik aan op St. Clements Farm.

%d bloggers liken dit: