Archief | ZORG RSS feed for this section

Wie eerst?

27 dec

vinger

‘Daar heb je haar weer, dat wordt nooit wat!’, ze zegt het niet maar het klinkt door in haar houding, in haar begroeting. De patiënte, gespeeld door één van de cursisten voelt het en kruipt in haar schulp. Ze zitten tegenover elkaar, de actrice gaat nu praten: ‘Nou, je bent wel flink aangekomen zeg! Weet je wel hoe slecht dat voor je is? En ja, sorry dat ik het zeg maar ik ruik het gewoon. Je rookt ook nog!’

De groep cursisten barst in lachen uit. Natuurlijk is dit niet de aanpak als je patiënten naar gedragsverandering wilt begeleiden. ‘Toch herken ik het, zij zegt wat ik denk.’, zegt één van de cursisten. Hij krijgt veel bijval. ‘Dat snap je toch niet, een hartinfarct en nog roken!’,  ‘Als je nergens meer in past, ga je toch vanzelf wel nadenken?’ of  ‘Ik kan daar zo boos om worden, waarom komen ze dan?’

Nu kruip ik in mijn schulp. Ben ik gek dat ik daar niet boos over word, dat ik het soms ook wel snap. Erger nog, dat ik soms tegen iemand zeg dat ie maar een sigaretje moet gaan roken.

In andere omstandigheden, in een andere rol maak ik kennis met Peter. Peter vertelt me dat hij net gedotterd is in zijn bovenbeen. ‘Door het roken.’, zegt hij. ‘Het is mijn eigen schuld, dat weet ik wel.’ Ik ontken het niet, vraag hoe het met hem gaat en of hij nog voor controle naar de chirurg gaat. Dat hoeft niet, vertelt hij. In één adem vertelt hij verder. Over hoe hij ook door eigen schuld besmet raakte met het HIV-virus, daar medicatie voor gebruikt. Over hoe hij door geldproblemen en verslaving zijn huis kwijtraakte, drie jaar onder een brug leefde en de donkerste periode van zijn leven meemaakte. Over hoe hij opkrabbelde, clean is, af en toe een jointje rookt, zijn verslaafde vrienden verbiedt in zijn huis drugs te gebruiken, een vriendin heeft en alles nu op orde heeft. ‘Nou ja, alles. Eigenlijk moet ik hier ook mee stoppen.’, zegt ie terwijl hij zijn shaggie omhoog steekt.

Ik ontken het. Potverdomme, wat een leven! Wat een veranderingen, wat een held! ‘Ga jij maar lekker een shaggie roken, ik zie je zo weer.’, hoor ik mezelf zeggen.

Niet alle patiënten in de spreekkamer hebben zo’n verleden als Peter, hebben ook niet allemaal het zelfinzicht dat Peter inmiddels heeft. Natuurlijk ben ik, zeker in mijn professionele rol als praktijkondersteuner, voorstander van gezond gedrag.  Net zo natuurlijk wil ik, ook in mijn professionele rol, een medemens zijn. Gelukkig komt dat tijdens de workshop ook aan bod; stel vragen, toon belangstelling en zoek naar (on) mogelijkheden. Tijdens een oefening merken we zelf hoe anders, opener en bereidwilliger we reageren als er oprechte belangstelling is.

Gedragsverandering is vaak nodig, bij hulpverleners en bij hulpvragers. Wie begint?

Uitgedroogd

18 dec

In de wachtkamer van de huisartsenpraktijk hangt Sammy tegen haar vader aan. Het tweejarige peutertje kreunt en reageert nauwelijks als de huisarts haar naam noemt. Terecht heeft de assistente besloten Sammy te laten komen, ze heeft de hele dag nauwelijks gedronken, heeft koorts en de luiers blijven droog. De andere patiënten moeten maar even wachten. De huisarts constateert een flinke uitdroging en stuurt haar naar het ziekenhuis.

uitgedroogdDe draagdoek spant rond haar borsten, haar zwangere buik zit in de weg. Haar ogen zijn rood, haar lippen schraal door het zoute water dat van haar voorhoofd loopt. Zodra de zon opkwam om vier uur is ze vertrokken om vroeg bij het ziekenhuis te zijn. Bantu, haar zoontje van anderhalf is ziek. Zijn ogen zijn droog en gezwollen, de tranen die hij gisteren liet lopen zijn op. Zijn lippen lijken verkreukeld papier. De bolle billetjes die zijn moeder vertederd nakijkt als hij achter de kippen aanrent, zijn ingevallen en schraal. Zijn voetjes die normaal zijn moeder omklemmen, hangen slap in de draagdoek.

 Zieke en vermoeide mensen hebben zich verzameld voor de deur van het ziekenhuis, sommigen zitten er al een paar uur. Het vocht dat ze nog in hun lijf hadden verdampt in de middagzon. Een zuster brengt water langs. Liefdevol bevochtigt Shanti de lippen van haar zoontje, hij reageert nauwelijks.

De reis terug zal ze niet meer redden vandaag, het wordt al laat. Hopelijk kan ze vannacht bij haar familie in de stad terecht. Als ze ze kan vinden. Het maakt haar niet uit, als haar kindje maar beter wordt. Ze wacht.

‘We gaan dicht, allemaal weg, ga maar….morgen gaan we weer open.’, roept een zuster. Vermoeid staan de zieken kreunend op, vertrekken op het laatste beetje eigen kracht of worden opgehaald door familieleden. ‘Sorry sissy, jij moet ook.’, zegt ze tegen Shanti en raakt haar schouder aan. Shanti valt opzij. Het kind kreunt zodra zijn moeders armen hem laten gaan. De zuster tilt hem op en neemt hem mee, haar hart huilt. Om de moeder, het ongeboren kind, maar dit kind zal ze proberen te redden. Ze doet niets liever dan dat: kinderen laten leven, laten groeien!

Sammy zit op de balie, haar vader komt de ontslagbrief brengen. Ze straalt en kan nu ziekenhuis zeggen. Vader vertelt enthousiast over hoe dapper zijn dochter was, ze kreeg een infuus, ging na een dag alweer eten en drinken en knapte snel op. De assistente is blij dat ze een week geleden de goede keuze kon maken. Sammy en ook haar vader realiseren zich niet hoe anders het had kunnen zijn. Gelukkig maar!

En Bantu? Nog voordat de zuster hem naar binnen kan dragen, is hij overleden en sterft de zuster een stukje mee. Voor Bantu, zijn moeder en haar ongeboren kind en voor de zuster had het anders kunnen zijn.

Dit hoeft toch niet meer!? Mijn verzoek? Draag een steentje bij:

header-sr13

Wie redt de overbelaste mantelzorger!

21 aug

mantelzorg

Maandagochtend acht uur in de huisartsenpraktijk, er gaan acht lijnen en de spoedlijn.  Ita aan de telefoon, schoonvader kan vandaag terecht in een verzorgingshuis in een ander deel van de stad als de dokter maar een briefje schrijft. Voor tien uur!

De dwingende toon waarop dit gevraagd wordt en het onterechte gebruik van de spoedlijn levert direct irritatie op bij de assistente.  Terecht ook wel, maar als professional weet ze dat er misschien meer aan de hand is. Ita is een schoolvoorbeeld van een overbelaste mantelzorger. Zij en haar gezin zorgen al jaren zonder tegenzin voor schoonvader. De familie is hecht, bij elkaar betrokken, doen veel samen en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Drie jaar geleden overleed haar schoonmoeder, dat schoonvader daarna elke avond kwam eten was een logische stap. Toen dat niet meer ging door een gebroken heup, brachten Ita en haar gezin elke avond eten langs. Ook een logische stap.

Schoonvader kan steeds minder en vergeet steeds meer. De kinderen van Ita hebben inmiddels geen zin meer om voor opa te rennen, ze hebben hun eigen leven en  opa is het laatste jaar ook niet zo vriendelijk meer. Henk, Ita’s echtgenoot vindt dat Ita veel te veel doet voor zijn vader en blijft steeds vaker op zijn werk hangen. Ita runt twee huishoudens en zorgt er bovendien voor dat schoonvader zich wast, aankleedt en eet. Ita is op!

En Ita is niet de enige. In de huisartsenpraktijk komen we veel mensen tegen die zorg dragen voor een familielid. Een verhuizing naar een verzorgings- of verpleeghuis, tijdelijk of permanent is vaak een opluchting, alhoewel dat niet altijd meer tijd oplevert. Zeker als de partner is verhuisd, voelt de achterblijver zich verplicht elke dag langs te komen. Een kennis ging elke week wandelen met haar invalide vader en haalde hem elk weekend op om bij haar te komen eten. En ik durf te wedden dat Ita straks elke dag haar schoonvader gaat bezoeken, hem helpt bij het eten en zijn was blijft doen.

De  krantenkop ‘Zorginstelling maakt mantelzorg verplicht’ deed me opschrikken. Dit kan niet waar zijn. Natuurlijk zijn er mensen die het laten afweten, maar om mantelzorg af te dwingen?  In het artikel bleek het minder dwingend dan de kop deed vermoeden, gelukkig.  Op zich is er niets mis mee om de vier gevraagde mantelzorguren per maand te structureren in een zorginstelling. Na het lezen van het artikel ben ik er zelfs gematigd enthousiast over.

Maar voor de mantelzorgers voor wie vier uur mantelzorg maar een fractie van de tijd is, die ze daaraan besteden, moet er misschien een andere regeling komen.  Een beperking van mantelzorguren? Time-out? In de huisartsenpraktijk proberen we in elk geval begrip te hebben voor alle vermoeidheid en spanningen die er bij komen kijken.

Meer lucht zonder fijnstof!

19 aug

lucht

‘Wat moet ik anders, het is alles wat ik heb!’, is het antwoord op de vraag waarom hij rookt. Zijn hele lijf en zijn kleren zijn doordrenkt met oude tabakslucht, inmiddels leeft hij ruim vijftig jaar samen met zijn sigaretten. Dat is langer dan dat hij zijn vrouw kent.

Al doorpratend begrijp ik het ook wel. Drie jaar geleden is Kees op zijn eenenzestigste ontslagen en de kans op een nieuwe baan is nul. In de bouw werkte hij al vanaf zijn veertiende. Lekker de hele dag met je handen bezig zijn, vooral in de buitenlucht,was zijn lust en zijn leven. Nu zit hij dagenlang thuis, natuurlijk helpt hij zijn vrouw met de boodschappen en lapt hij wel eens de ramen. Maar zij heeft haar eigen leven, gaat naar verschillend clubjes en spreekt vaak af met vriendinnen. Tijdens het eerste jaar na zijn ontslag heeft hij het huis opgeknapt, daar is hij wel even druk mee geweest. ‘Maar ja, dat is af!’, zucht hij. ‘Dus… ik rook, uit verveling.’

Wel jammer. De uitslag van de longfunctietest liegt er niet om, de longen van Kees hebben veel te lijden van zijn rookgedrag. Bij navraag heeft Kees er zelf ook wel last van. De fiets pakt hij niet meer, zijn vrouw kan hij niet bijhouden. De trap probeert hij zoveel mogelijk te vermijden, ’s ochtends naar beneden en ’s avonds naar boven kost al moeite. Het duurt zeker twintig minuten voor hij weer op adem komt.  Hij legt geen verband tussen het roken en de kortademigheid. ‘Ja, ik word ouder.’, zegt hij. ‘En bovendien….. de lucht hier is verpest. Heeft u dat niet gelezen? Er is veel over te doen, al dat fijnstof! In de bossen heb ik niks geen last.’

Dat is interessant, Kees is ook wel eens klachtenvrij. Van april tot oktober verblijven Kees en zijn vrouw op een camping in de bossen, ergens in Duitsland. Bij bossen in Duitsland denk ik aan heuvels, kabbelende beekjes en overweldigend groen. Ik kan me wel voorstellen dat daar meer lucht is. ‘Wat heerlijk!’, zeg ik en vraag me hardop af waarom ze daar niet wonen. Kees zegt dat er de rest van het jaar niks te doen is, in de zomer helpt hij met het onderhoud van de camping, het groen moet bijgehouden, de toiletgebouwen opgeknapt en tijdens de zomerse dagen moet het zwembad steeds schoongehouden worden. ‘En dat is een klus hoor! Het terrein is groot, ik heb een fiets nodig om van de ene naar de andere kant te kunnen.’

‘Een fiets?’, vraag ik. ‘U fietst daar?’ Kees knikt instemmend en herinnert me nog even aan het fijnstof langs de snelweg hier. Even ben ik in verwarring, wat een verschil! De verwarring duurt totdat Kees verder vertelt: ‘….en weet je, ik hoef niet betaald te worden, we verdienen al doordat ik geen tijd heb om te roken…..’

Bij mij valt het kwartje meteen: stoppen met roken doet wonderen!  Ik zie Kees denken over wat hij gezegd heeft. Het kwartje valt, dat zie ik. Maar Kees is er nog niet aan toe, nog niet.

Nee, dank u. Ik rook niet.

4 mrt

roken
Bijna thuis, ik fiets nog even hard door. Er is nog tijd over om lekker op de bank te hangen, een wijntje te drinken, een spannende detective te kijken en….een sigaretje. Heerlijk, ik voel die rook al tegen mijn gehemelte, inhaleer diep, laat de rook rustig ontsnappen en voel me helemaal ontspannen. De tabaksindustrie kan me zo inhuren voor een reclamecampagne!

Zelfs nu nog! De laatste sigaret die ik rookte is al meer dan tien jaar geleden. Het verlangen naar een sigaret komt wel eens opsteken, zeker op een terrasje met een glaasje rosé in de ene hand en in die andere…..ja, daar hoort een sigaret! De afgelopen weken beleeft mijn verlangen naar een sigaret een hoogtepunt. Ben ik zo verslaafd? Is dat de reden?

Verslaving zal een rol spelen, maar dit verlangen is een direct gevolg van een nieuwe taak op mijn werk. Sinds kort raak ik thuis in de wereld van de mens met een longaandoening; bespreek de klachten, verricht longfunctieonderzoek, leg uit hoe de medicatie werkt en geef advies over het voorkomen van klachten. Het advies om te stoppen met roken hoort daar ook bij.

Een sticker met ‘pas op, zuurstof in huis’, een rollende hoest met stevige slijmproductie, vergeelde koude vingers en een poster met zwarte longen houden mij wel weg van de sigaret. Maar dat is niet de aanpak bij het stoppen-met-roken advies. De nadelen kennen de meeste rokers wel, echter de voordelen van roken maken de roker verslaafd. De roker moet begrijpen waar hij aan verslaafd is: het is dat lekkere gevoel!
‘Door nicotine wordt adrenaline aangemaakt, waardoor je meer energie krijgt. Suiker wordt minder snel opgenomen waardoor je minder eetlust hebt. ‘, hoor ik mezelf zeggen en het klinkt als muziek in mijn oren. De muziek gaat nog harder spelen als de roker verteld over hoe heerlijk dat sigaretje is bij een drankje of tijdens het natafelen.

De verslaving of het gedrag begrijpen is natuurlijk maar het begin om tot verandering te komen. Er volgt meer en hulpverleners, zoals ik, kunnen ondersteuning bieden. Niet iedereen is daar gevoelig voor, maar er zijn mensen die echt naar de sportschool gaan, wat gewicht verliezen, het roken achterwege laten of in elk geval overwegen iets te gaan veranderen. Maar… hoeveel ondersteuning er ook is, mensen moeten de verandering zelf teweeg brengen en volhouden. Ik ook. Ik ben blij met al die voorbeelden die ik zie in mijn werk; zij helpen mij misschien wel meer dan ik hen help.

‘Nee, dank u. Ik rook niet.’

Besmettingsgevaar

24 nov

Een heldere stem aan de telefoon, wat een verademing. Tot nu toe was te horen waarvoor er gebeld werd; nasale klanken door de verkoudheden, hese stemmen dankzij keelontstekingen en piepende geluiden door longaandoeningen. Het is allemaal erg besmettelijk.

De eigenaar van de gezond klinkende stem wil zich laten testen op een geslachtsziekte. Dat kan natuurlijk, in de huisartsenpraktijk worden deze SOA-testen vaak gedaan. Een geslachtsziekte kan iedereen krijgen; je partner is vreemdgegaan of blijkt een al langer bestaande geslachtsziekte te hebben,  in het heetst van het vuur niet aan een condoom gedacht of het condoom scheurt. Het maakt ook niet uit, als werkers in de zorg zijn we blij als mensen het überhaupt laten controleren.

Als assistente vraag ik niet waarom de eigenaar zich wil laten testen. Wel wil ik weten of hij klachten heeft; bij klachten is het verstandig de dokter te bezoeken om ook een behandeling af te spreken en zonder klachten kan volstaan worden met een urineonderzoek. ‘Ik heb nergens last van.’, meldt hij. ‘Maar eentje zei dat ze chlamydia heeft, nou dan zal ik dat ook wel hebben!’

Eventjes laat mijn professionaliteit me in de steek, dit is meer dan ik wil weten.  ‘En al die anderen hebben het nu ook zeker.’, wil ik zeggen maar ik doe het niet.  Uitleg over besmettelijkheid, preventie en het onderzoek zelf komen vloeiend uit mijn mond, ook als ik in het dossier dat de eigenaar van de stem al enkele malen getest en behandeld is voor geslachtsziektes. Alle SOA’s verspreiden zich snel.

De telefoon gaat alweer. ‘….ggggg…kan niet praten….koorts en ziek….hummm…’  Ik haal opgelucht adem. Heerlijk, uitleg geven over keelontsteking.

Geeft zich bloot

2 nov

Hij was verpakt in een lach en

In een druk bestaan

Het paste hem als

Een op maat gemaakt kostuum

 

Zijn kracht was als een storm en

Je waaide  met hem mee

Dat beviel hem

Hij was vrij om te gaan

 

Zijn leven, zijn karakter was

Niet zeuren maar doen

Het maakte hem zeker

Het was zijn veilige haven

 

Lijf en geest laten hem los

Hij loopt niet meer zo hard

Dat beperkt hem

Hij is gevangen

 

De wind is gaan liggen

Nu neem jij hem bij de hand

Dat sterkt hem

Jij bent zijn haven

 

Hij volgt jouw stem, jouw lach

Jouw leven is het zijne

Zijn kostuum past niet meer

Noodgedwongen

 

Geeft  hij zich bloot

 

 

Happy hour

30 okt

‘Wat een mensen!’  Even overweegt Anja van haar fiets af te stappen om te vragen wat er aan de hand is. Nog voor haar voeten de grond raken, realiseert ze wat dit allemaal te betekenen heeft. Ze trapt snel door om de boodschappen zo snel mogelijk thuis af te leveren en bij al die mensen aan te schuiven. Deze kans komt maar één keer per jaar.

Al zwetend zet ze haar fiets op slot en sluit zich aan bij de groep. Gezellig, tante Trees zag ze zo’n half jaar geleden voor het laatst bij de verjaardag van haar moeder. Alle familieleden worden doorgesproken, beide dames zijn weer helemaal op de hoogte.

Tante Trees weet wel waarom Anja in de rij staat. Anja had als kind altijd al last van allergieën, longontstekingen, er was altijd wat. En nu gebruikt Anja nog steeds allerlei medicijnen, waardoor ze bijna geen klachten meer heeft. Voorkomen is beter dan genezen en daarom mag ze een griepprik halen.

‘Opzij, opzij!’ wordt er geroepen. Nog voor Anja door heeft wat er gebeurd wordt ze opzij getrokken door de buurman die achter haar staat. ‘Hé meissie, ik zal je wel beschermen.’, zegt de buurman. Anja is blij als de dame in de scootmobiel voorbij is gereden, de buurman is met zijn grote zweterige lijf wel erg dichtbij.

Voorbij de schuifdeur staan de assistentes klaar. Oeps,  in alle haast is ze de brief vergeten mee te nemen. Gelukkig kent de assistente haar nog van het longonderzoek een paar weken geleden. Even naam en geboortedatum noteren en ze krijgt de griepprik mee. Verderop in de gang staan dokters en assistentes klaar om ze toe te dienen.

Bij één van de dokters staat een jongetje te huilen, Anja herkent hem van het schoolplein. Zijn zus zit bij zoon Thijs in de klas.  ‘Ook zielig, zo’n klein kereltje.’, zegt Anja tegen de moeder. Die barst vervolgens in lachen uit: ‘Hij hoeft niet eens, ik had geen oppas.’ De vaccinaties bij het consultatiebureau zitten nog vers in het geheugen van dit kleine kereltje.

Ineens is het jongetje stil om vervolgens luidkeels te roepen. ‘Kijk, een echte boer!’  Hij heeft gelijk, meneer de Wit heeft zijn schapen even in de steek gelaten om de griepprik te halen. Voor de gelegenheid heeft hij zijn werkklompen verruilt voor zijn dorpklompen, maar zijn handen heeft hij niet schoon gekregen. Meneer de Wit komt niet vaak van zijn eigen terrein af en hier komt hij bekenden tegen, die hij allemaal stevig vastpakt bij de schouders.

‘Heeft u de griepprik?’ vraagt de dokter.  Anja is afgeleid door wat er om haar heen gebeurd: ‘Eh…ja natuurlijk.’  De griepprik glijdt zo de bovenarm in.  ‘U kunt weer naar huis, lekker rustig. Het lijkt hier wel een buurtcafé met al die mensen!’, zegt de dokter. Anja lacht: ‘En dit was happy hour zeker?’

 

 

Langs de lijn

24 okt

Nooit gedacht dat ze jaren zou doorbrengen langs de lijn van het voetbalveld, een zoon van zeven kan zeer overtuigend zijn. De liefde voor haar kind brengt haar op onverwachte plekken, maar van voetbal is ze niet gaan houden. Langs de lijn genoot ze van de prestaties van haar zoon en zijn teamgenoten, ergerde zich tenenkrommend aan oneerlijk en ruw spel en hield haar hart vast als haar zoon na een val even te lang bleef liggen. Haar zoon, inmiddels zestien heeft het voetballen achter zich gelaten.

‘Uw zoon is niet lekker, kan hij naar huis komen?’ Het nummer herkent ze meteen, school. De stem van de receptioniste klinkt vertrouwd. De vraag ook, al is dat wel een paar maanden geleden. Met een kloppend hart wacht ze de komst van haar zoon af. Normaal is ze nooit thuis op dinsdag, maar vandaag wel. Gelukkig.  ‘Het valt wel mee, het hoeft niet erg te zijn, het valt wel mee, het hoeft…’, als een mantra herhaalt ze dit in haar hoofd.

Wat een jaar hebben ze achter de rug. Zoon had pijn, veel pijn. Wat op een buikgriep leek, bleek ziekte van Crohn te zijn. Een chronische darmontsteking. Nachtenlang was hij wakker, lag bij zijn ouders in bed en als hij van de pijn niet meer kon zitten of liggen liep hij rondjes. Haar zoon van zestien, als baby bijna geen traan gelaten, huilde van pijn en machteloosheid. School, uitgaan en werk maakten plaats voor doktersbezoeken, medicijnen en ziekenhuisopnames. Een operatie moest uiteindelijk de oplossing bieden en dat deed het ook. De pijn werd minder en bleef zelfs weg.

Zijn leven is nog steeds niet het leven van een zestienjarige, Crohn wijkt niet van zijn zijde. Een keer uitgaan kan, maar dan wordt er de rest van het weekend geslapen. Het is zoeken naar wat die darmen wel en niet kunnen verdragen; bier is uit de boze en de melkproducten zijn vervangen door sojadranken. School kost zoveel energie dat hij niet toekomt aan sport of werk. Genieten kan hij wel, misschien wel beter dan ooit.

‘..niet erg te zijn, het valt wel mee, het…..’ De fiets laat hij buiten staan, de deur gaat open, de tas met een klap op de grond, hij is zichtbaar opgelucht thuis te zijn. Zakelijk vraagt hij zijn moeder of ze nu elke dinsdag vrij is, maar zijn ogen zijn vochtig. Hij ziet er moe uit en vertelt dat hij zich ineens helemaal niet lekker voelde tijdens de les. Wat buikpijn, zweterig, echt helemaal niet goed. Het was niet de eerste keer, meestal gaat het snel weer over. Dit keer niet.

Moeder en zoon houden elkaar vast en delen de machteloosheid. Hij lijdt, aan Crohn maar vooral aan het besef dat het niet weggaat.

Dit spel kent wel rust maar stopt nooit. Dit spel speelt hij alleen, zonder teamgenoten. Zijn ouders, zijn familie en zijn vrienden zijn er wel, staan als trouwe supporters langs de lijn.

 Met hem geniet zijn moeder als het goed gaat, als Crohn vals speelt is ze verontwaardigd en verdrietig, als zoon te lang blijft liggen na een val houdt ze haar hart vast. Van Crohn zal ze nooit gaan houden, ook al heeft de ziekte de band en de liefde tussen alle gezinsleden versterkt.

Meer over ziekte van Crohn

Nierplantage

15 okt

Nog voordat ze op de stoel zit, barst ze los. ‘Nou, vertel maar. Ben ik gezond? Ik heb echt niet gesnoept, de suiker moet goed zijn!’ Dan beginnen we maar met de uitslag van de suiker. De spanning is meteen weg, want die blijkt dik in orde te zijn.

De jas gaat uit en ze gaat er wat meer ontspannen zitten. Tijd om de rest van de jaarcontrole te doen. Jammer dat ik de feestvreugde moet onderbreken om haar te vertellen dat de nierfunctiewaardes niet optimaal zijn. Niet verontrustend, maar de arts neemt het wel serieus en wil een extra onderzoek doen.

‘Mijn moeder had dat ook, dat ging helemaal niet goed hoor. Dan moest ze weer veel drinken, dan weer niks, ze heeft zelfs moeten spoelen. Wat een ellende! Ze had ook suiker, maar ze ging dood aan haar nieren.’, ratelt ze door. Haar angst is mij duidelijk, die gebruik ik om de regie over dit gesprek weer terug te krijgen. ‘Bent u er  bang voor dat u ook moet spoelen, of dat u er dood aan zult gaan?’  Na een instemmend gemompel leg ik uit dat er een lichte afwijking is, die nauwlettend gevolgd zal worden. Sowieso controleren we het elk jaar en als er medicijnen nodig zijn wordt er rekening gehouden met de nierfunctie. Dat stelt haar gerust.

Na uitleg over het vervolgonderzoek, een kwestie van vierentwintig uur urine sparen en een bloedonderzoek, kabbelt het consult voort. Alle controles zijn goed, ze heeft geen vragen meer en we nemen afscheid. Terwijl ik met haar meeloop naar de balie, wil ze toch nog even laten weten dat ze gerustgesteld is: ‘Mijn moeder is al heel lang dood, hoor. Toen waren er nog geen goede medicijnen, en ook nog geen nierplantages.’

Met deze verspreking slaat ze de spijker op zijn kop. Waren er maar plantages, dat zou veel leed voorkomen.

http://www.nierstichting.nl/

 

%d bloggers liken dit: