Archief | KORTE VERHALEN RSS feed for this section

Langs de lijn

24 okt

Nooit gedacht dat ze jaren zou doorbrengen langs de lijn van het voetbalveld, een zoon van zeven kan zeer overtuigend zijn. De liefde voor haar kind brengt haar op onverwachte plekken, maar van voetbal is ze niet gaan houden. Langs de lijn genoot ze van de prestaties van haar zoon en zijn teamgenoten, ergerde zich tenenkrommend aan oneerlijk en ruw spel en hield haar hart vast als haar zoon na een val even te lang bleef liggen. Haar zoon, inmiddels zestien heeft het voetballen achter zich gelaten.

‘Uw zoon is niet lekker, kan hij naar huis komen?’ Het nummer herkent ze meteen, school. De stem van de receptioniste klinkt vertrouwd. De vraag ook, al is dat wel een paar maanden geleden. Met een kloppend hart wacht ze de komst van haar zoon af. Normaal is ze nooit thuis op dinsdag, maar vandaag wel. Gelukkig.  ‘Het valt wel mee, het hoeft niet erg te zijn, het valt wel mee, het hoeft…’, als een mantra herhaalt ze dit in haar hoofd.

Wat een jaar hebben ze achter de rug. Zoon had pijn, veel pijn. Wat op een buikgriep leek, bleek ziekte van Crohn te zijn. Een chronische darmontsteking. Nachtenlang was hij wakker, lag bij zijn ouders in bed en als hij van de pijn niet meer kon zitten of liggen liep hij rondjes. Haar zoon van zestien, als baby bijna geen traan gelaten, huilde van pijn en machteloosheid. School, uitgaan en werk maakten plaats voor doktersbezoeken, medicijnen en ziekenhuisopnames. Een operatie moest uiteindelijk de oplossing bieden en dat deed het ook. De pijn werd minder en bleef zelfs weg.

Zijn leven is nog steeds niet het leven van een zestienjarige, Crohn wijkt niet van zijn zijde. Een keer uitgaan kan, maar dan wordt er de rest van het weekend geslapen. Het is zoeken naar wat die darmen wel en niet kunnen verdragen; bier is uit de boze en de melkproducten zijn vervangen door sojadranken. School kost zoveel energie dat hij niet toekomt aan sport of werk. Genieten kan hij wel, misschien wel beter dan ooit.

‘..niet erg te zijn, het valt wel mee, het…..’ De fiets laat hij buiten staan, de deur gaat open, de tas met een klap op de grond, hij is zichtbaar opgelucht thuis te zijn. Zakelijk vraagt hij zijn moeder of ze nu elke dinsdag vrij is, maar zijn ogen zijn vochtig. Hij ziet er moe uit en vertelt dat hij zich ineens helemaal niet lekker voelde tijdens de les. Wat buikpijn, zweterig, echt helemaal niet goed. Het was niet de eerste keer, meestal gaat het snel weer over. Dit keer niet.

Moeder en zoon houden elkaar vast en delen de machteloosheid. Hij lijdt, aan Crohn maar vooral aan het besef dat het niet weggaat.

Dit spel kent wel rust maar stopt nooit. Dit spel speelt hij alleen, zonder teamgenoten. Zijn ouders, zijn familie en zijn vrienden zijn er wel, staan als trouwe supporters langs de lijn.

 Met hem geniet zijn moeder als het goed gaat, als Crohn vals speelt is ze verontwaardigd en verdrietig, als zoon te lang blijft liggen na een val houdt ze haar hart vast. Van Crohn zal ze nooit gaan houden, ook al heeft de ziekte de band en de liefde tussen alle gezinsleden versterkt.

Meer over ziekte van Crohn

Lief roofdier

7 jul

Op een zomerse dag is er geen beweging in te krijgen, dan ligt ze op haar rug op de koelste tegels in de tuin. Dit doet vermoeden dat ze in de winter anders is, maar nee. Dan zoekt ze de warmte in de zon op de vensterbank, of  voor de verwarming. Vaak zoekt ze warmte op het toetsenbord van de laptop, hoogst irritant. Een lui huisdier hebben we, dat is wat we van haar zien. Maar ze heeft ook nog een ander leven.

Voor het nuttigen van ons ontbijt, moeten wij haar nachtelijke snacks ontwijken. Op blote voeten naar de keuken hebben we afgeleerd. Haar snacks  eet ze nooit helemaal op, soms zijn ze niet eens dood. De keukenvloer is elke week wel het podium van een muis, vogeltje of mol die ze daar tentoonstelt. Soms waaien er veren op als we de trap afdalen, als we geluk hebben vinden we waar ze vandaan komen.

In het voorjaar struikelen we buiten over leeggehaalde duivennestjes en dode muisjes. Buiten eten wordt onderbroken door een penetrante lucht, we vegen eerst de dode mollen van ons plaatsje. Dan hebben we nog geluk, soms is er alleen een naar luchtje en een kluwen maden over. We kunnen alleen maar raden wat het voor dier geweest is. Het luie huisdier is een monster.

Haar beste vriend is onze jongste zoon. Het luieren doet ze bij voorkeur in zijn bed en als hij ’s morgens naar beneden gaat wandelt ze met hem mee. Het komt voor dat zoonlief zijn bed helemaal niet uitkomt. Dan heeft ze zijn ontbijt gebracht.  ‘Er ligt een vleugel naast mijn bed!’, roept hij dan om later nog een vogelkopje onder het bed te vinden.

Een lief roofdier toch.

Baywatch

24 jun

 

 

 

 

Mooi zijn we allemaal, gebruind en zo jong dat het vel nog strak om het lijf zit. Schaamteloos paradeer ik rond in een bikini, wetend dat er naar me gekeken word. Om me heen stoere mannen en vrouwen a la Baywatch, een prachtige soap over een reddingsbrigade op een één of ander exotisch strand. Het hele jaar kijken we er naar en dromen we er van, ik beleef het deze zomer in Schoorl.

Stoer ben ik niet en ook geen hele goede zwemster. Ik heb wel sjans, van Wilfred. Hij vindt me leuk en sleept me mee in Baywatch. Elke dag fietsen we ’s ochtends door de duinen richting strand. Om het gebouw van de reddingsbrigade is een stuk strand afgezet, waar we voldoende ruimte hebben om ongestoord te zonnen. Ondanks de ruimte liggen we vlak naast elkaar. We kijken naar elkaar en af en toe legt hij zijn hand op mijn rug.

Vrijwilliger bij de reddingsbrigade ben je niet zomaar, er moet ook gewerkt worden. Dan lig ik alleen, voel de zon op mijn huid, hoor alleen maar het geruis van de zee en het geschreeuw van de meeuwen. Door mijn wimpers zie ik alleen maar Wilfred, de rest van de mensen is verdwenen en ik droom weg. ´Volwassen wil ik zijn, met Wilfred. Een hand op mijn rug is niet genoeg, ik wil meer!´

Waar ik alleen maar van durfde te dromen, gebeurt op een dag echt. Na een braderie fietsen we niet naar de camping, wij gaan naar het strand. Het fietspad door de duinen is niet verlicht, onze fietsen zijn niet goed onderhouden, we lopen vaak een stukje omdat we niet kunnen zien waar we fietsen. Romantisch is het wel met al die sterren.

In de zee lijken net zo veel sterren te schijnen als in de hemel. Wilfred vertelt dat het lichtgevende algen zijn. Ik volg hem de zee in, wil samen met hem schijnen. Het gaat gebeuren.

Hij ziet er prachtig uit met al die glittertjes op zijn lijf en zelf voel ik me stralend. Het water is wel erg koud, hand in hand lopen we naar het strand en zoeken de warmte van het zand. Wat onwennig zitten we naast elkaar, ineens verlegen.  Zijn hand legt hij in mijn nek, zijn gezicht komt dichterbij, mijn hele lijf giert, ik krijg geen lucht en wil het NU! Een zoen!

Onze lippen raken elkaar.

En weg is de spanning. We fietsen nog wel hand in hand terug naar de camping. De rest van de vakantie is het alleen tafeltennis dat ons bindt.

Na zes weken zon, zee en strand is het heerlijk om thuis te zijn. Een gewoon bed, niet meer met de hand kleren wassen, een afwasmachine en lekker weer televisie kijken. Baywatch.

Schoorlse Reddingsbrigade: hopelijk nog steeds vol romantiek!

Rabarberlimonade

31 mei

Drie of vier keer per jaar ondernemen we de reis naar Groningen. Met zijn vijven in de auto. Zusje slaapt, broertje kan niet stilzitten, mama praat en papa rookt. Het liefst zit ik in het midden, vooroverhangend tussen de stoelen van papa en mama. Veiligheidsgordels zijn nog niet verplicht.

De reis duurt altijd lang. De afsluitdijk is zo ontzettend saai. Mama zegt dat we niet naar het bewegende water moeten kijken, daar word je misselijk van. Onderweg moet er altijd wel iemand plassen of erger nog, spugen. Bij het ontbijt waarschuwt mama ons om niet te veel te eten. Maar dat helpt niks.

Bij aankomst op de plek van bestemming is al het leed vergeten. We zijn bij de opa en oma van mama en dat is heel bijzonder. Bij mij in de klas heeft niemand overgrootouders, ik ben er best trots op.

Opa en oma wonen in een wit huisje met een grote kei in de voortuin. Opa laat altijd zien wat er in zijn tuin groeit. Bonen, aalbessen, kruisbessen en rabarber. Binnen ruikt het altijd lekker; hout, touw, gedroogde spek. Opa maakt allerlei dingen van hout, ook poppenmeubels. Oma breit poppen, met en zonder baarden en altijd met kleertjes. De poppen ruiken naar het touw waar opa matten van maakt.

Oma kletst en slaat haar arm om mama heen, ze houdt van mama. Opa zit op zijn stoel, rookt een pijp, kijkt en geniet. Wij spelen met de poppen, met de waterputten en auto’s  van hout. We lezen boekjes, kleuren, maken tekeningen en uisteren naar de grote mensen, die met elkaar praten over dingen die wij niet begrijpen of die ons niet interesseren.

Er wordt goed voor ons gezorgd. Oma geeft ons lekkere koekjes en de maaltijd die ze kookt is zo heerlijk. Mama zegt dat we niet te veel mogen eten, straks worden we nog ziek. Oma maakt de heerlijkste limonade van rabarber, dat krijgen we nergens anders. In glaasjes van dun groen glas. Zusje hapt een keer het glas stuk. Omdat het zo lekker is, denk ik.  Ze huilt van de schrik, maar ze houdt er niets aan over.

Op de terugreis hoeft niemand te spugen.

 

Borsthaar

23 mei

Broek strak om de heupen, satijnen overhemd met flink decolleté, borsthaar zichtbaar en een smachtende blik. In de schoolbanken vind ik het toppunt van geluk. Verscholen in mijn agenda zit hij, een echte man. John Travolta. Stiekem geef ik hem een kus, en ’snachts wandelen mijn vingers door zijn borstharen op mijn kussen. De mannelijke helft van de klas lijkt een clubje hysterische meisjes naast deze man, kansloos.

Mijn vier giechelende pubers van het mannelijke geslacht houden elkaar en mij in de gaten. Een moeder is niet aantrekkelijk, maar moet wel een beetje voor de dag komen. Mijn okselstoppels worden door hen eerder gezien dan dat ik ze voel groeien en daar wijzen ze me fijntjes op. En nu de zon schijnt verwijten ze me dat ik mijn benen niet heb geschoren.

Bij elkaar kijken ze of de donsharen op de bovenlippen onder invloed van hormonen zich ontwikkelen tot echte stoppels. Er wordt tegen elkaar opgeboden. ‘Ik heb me vandaag alweer moeten scheren!’ De oudste doet nu verwoede pogingen een baardje, ofwel een bosje haar onder zijn kin te kweken. Zoon van dertien vindt dat bosje wel cool, maar is minder te spreken over al het haar dat zijn oudste broer op de onderbuik heeft. Demonstratief gaat zijn shirt omhoog en zijn gezicht in serieuze stand. ‘Kijk, bij mij begint het ook. Dat ga ik scheren! En mijn borsthaar ook! Dat is vies!’

In mijn huishouden zijn geen pubermeisjes, ik heb geen idee wat zij van die hele harenkwestie vinden. Mijn hoofd ligt vanavond op de borst van mijn lief en mijn vingers wandelen door zijn borstharen. Heerlijk.

Slachtofferhulp

16 mei

Er rijdt een politiewagen voorbij, natuurlijk kijken we op. Het is een heerlijke voorjaarsmorgen, inmiddels al bijna middag. We zijn allemaal vrij, lezen lekker de krant, de broodjes op tafel zijn zowel ontbijt als lunch. Politiewagens rijden wel vaker door de wijk, gewoon patrouille of het benzinestation aan de andere kant van het park is weer overvallen. Deze lome zaterdagmorgen kan wel wat actie gebruiken dus we vinden het niet erg dat de auto voor onze deur stopt. Misschien willen ze wat vragen. We hebben niets gezien maar willen altijd wel behulpzaam zijn. Manlief is al aangekleed en wandelt naar buiten.

‘Kan ik iets voor u doen?’ , vraagt hij. De oudste agent  heeft duidelijk de leiding en houdt het gezicht strak. Hij vertelt dat er een melding is van huiselijk geweld en vraagt of hij binnen mag komen. Natuurlijk mag dat.

Voor manlief er erg in heeft staan er twee agenten in de huiskamer. Ik trek snel mijn badjas recht, hier was ik helemaal niet op voorbereid. ‘Is alles hier in orde?’, vraagt de oudste agent, terwijl zijn jongere collega de omgeving inspecteert. ‘Hier wel’, zeg ik. ‘Wat is er aan de hand?’

Inmiddels staan er ook nog twee jongere agenten in de gang en hangt onze jongste zoon met zijn hoofd boven aan de trapleuning. Zoveel agenten bij elkaar ziet hij niet vaak en zeker niet in huis.

De agent heeft het over een melding van huiselijk geweld en wil weten of er nog meer mensen in huis zijn en of wij ruzie hebben gemaakt. Verbaasd schudden we van ja, er zijn nog twee zonen boven en nee, wij hebben geen ruzie gemaakt. We maken een grapje over de gewelddadige muziek van de buren, het staat zo hard dat we de teksten kunnen verstaan. Het gezicht van de oudste agent blijft strak: ‘Hebben de buren ruzie gemaakt?’  We schrikken, straks gaat ie naar de buren.

Zo goed en kwaad als het kan legt manlief uit dat het een grapje is. De agent kan het niet waarderen, moppert dat de politie dit soort meldingen zeer serieus neemt. Dat is te bewonderen, maar ondertussen voelt de aanwezigheid van al die agenten wel heel dreigend. Nog één grapje te veel en ik kan mijn man in het gevang bezoeken. We schakelen om, nemen de zaak serieus. De agent lijkt er eindelijk van overtuigd dat er een vergissing in het spel is. Manlief dringt er op aan na te vragen waar de melding vandaan is gekomen.

In de meldkamer blijkt een fout te zijn gemaakt. Ons huisnummer twee is verward met de tweede verdieping waar het drama zich afspeelt. Manlief merkt op dat ze wel op mogen schieten, ze zijn hier inmiddels twintig minuten verder. De agent kijkt hem lelijk aan: ‘We nemen dit heel serieus, meneer.’

De agenten verzamelen zich, één van hen komt tot onze verbazing vanaf de zolder naar beneden, en vertrekken.

Onze jongste zoon vraagt ons wat we hebben gedaan en waarom die agenten hier waren. De oudste komt van zolder, hij is geschrokken. Hij zat met een koptelefoon op een computerspelletje te spelen, keek op en zag ineens een agent in zijn kamer staan.

Wij voelen ons slachtoffers.

Maar erger: een slachtoffer op de tweede verdieping is langer slachtoffer geweest.

Wij leven in een veilig, fijn gezin en onze kinderen zijn emotioneel in staat dit met enige humor te verwerken. De jongste heeft er nog wel eens een droom over gehad, daar is het gelukkig bij gebleven. Het had ook anders kunnen zijn.

Hoe het is afgelopen op die tweede verdieping, is maar de vraag. We hopen dat het slachtoffer geholpen is.

http://www.slachtofferhulp.nl/Actueel/nieuwewebsite/

Loes lacht

13 mei

Loes lacht als ik een woordgrapje maak, als enige. Kees blijft onverstoorbaar in zijn thee roeren, Berend wrijft zijn lappenpopje nog eens onder zijn neus, Janneke en Thomas concentreren zich volledig op het klaarzetten van kopjes voor de koffieronde.  Loes lacht, of verbeeld ik me dat.

 

In dit huis wonen volwassenen, verstandelijk beperkt. Kees en Janneke hebben het syndroom van Down, Berend en Thomas zijn verstandelijk beperkt door problemen bij de geboorte. Zij wonen hier al heel lang, vanaf het moment dat hun ouders de zorg niet meer aankonden. Zij hebben veel beperkingen, maar kunnen lopen en gaan zelfs elke dag naar een activiteit of werk.

Loes niet. Loes zit in een rolstoel, totaal gefixeerd anders valt ze om. Ze kan wel drinken als ik de beker met het rietje voor haar vasthoudt en alles wat ik in haar mond doe kauwt en slikt ze door. Praten doet ze niet, ze laat haar ongenoegen blijken door wat gegrom en door te schudden met haar hoofd. Wat er aan de hand is, moet je raden.

Kees, Janneke, Berend en Thomas hebben familie. Niet alle familie komt even vaak, maar er is contact. Er zijn bezoekjes, uitstapjes en de verjaardagen worden gevierd. De families hebben met ze geleefd, voor ze gezorgd en kennen ze met al hun (eigen)aardigheden.

Loes heeft familie. De familie komt nooit. Loes heeft met ze geleefd. Loes hield met hart en ziel van Fred en kreeg met hem twee kinderen, Tom en Lisa. Tom is zestien en Lisa is twaalf. De moeder van Loes is twee jaar geleden overleden, of Loes dat weet is maar de vraag. Het leven was goed en vol belofte. Tot het auto-ongeluk vijf jaar geleden.

Fred, Tom en Lisa kenden Loes, maar nu niet.

Ik ken  Loes zoals ze nu is. Als ze lacht, krijg ik een vermoeden wie ze zou kunnen zijn.

Even.

Dat verbeeld ik me graag.

Χάπια στρες

8 mei

Mijn moeder snapt niet meer wat ze in moet nemen. Lang geleden was het lasix, dat kon ze nog uitspreken. Nu heet het furosemide en ziet het er ook nog anders uit. Ze kreeg ze in een potje, dat vond ze wel fijn. Nu zitten ze weer in een doordrukstrip, die pillen krijgt ze daar nooit uit. Bovendien moet ze maar aannemen van de apotheek dat het deze pillen zijn, de teksten op het doosje zijn grieks!

Natuurlijk moeten we op de centen letten. Als het goedkoper kan, graag. Af en toe een ander merk uitproberen, daar is iedereen wel voor te motiveren.  Dan moet je wel zeker weten wat er in dat pakje zit.

Wie bedenkt het dat mensen die vier keer per jaar hun medicijnen bestellen, vier keer een andere verpakking zien? De zorgverzekering, de farmaceutische industrie, de politiek?

Heeft iemand daar al berekend wat het kost als eerst de apothekersassistente het uit moet leggen, dan de doktersassistente bij de huisarts en als het dan nog niet begrepen is de huisarts zelf.  En als mijn moeder er niet meer uitkomt met die pillen, schakel ik ook nog de thuiszorg in.

Nog even het etiketje Χάπια στρες vertalen: pillenstress!

Nooit meer

4 mei

Voor mij is dat altijd de strekking geweest van dodenherdenking. Onschuldige slachtoffers, op een vreselijke manier benadeeld, mishandeld en gedood. Helden, die gedood zijn  om ons te bevrijden. Deze mensen moeten we respectvol herdenken en daar doe ik van harte aan mee.

Dit nooit meer, dat is respectvol!

We hebben gefaald. De apartheid is een uitvinding van na de Tweede Wereldoorlog. Martin Luther King leefde na de Tweede Wereldoorlog. Joegoslavië. Rwanda. Twin Towers. Vrienden die zich denigrerend uitlaten over mijn turkse buren.

Dit nooit meer, dat is respectvol!

We kennen en herdenken de slachtoffers en dat moeten we blijven doen. Kennen en herkennen we de daders?

De  oudoom van Auke de Leeuw mag niet genoemd worden bij de plechtigheid. Hij maakte een foute keuze in de oorlog. Vanwege armoede, vanwege uitzichtloosheid en misschien vanwege liefde voor zijn familie. Zijn daden zijn niet goed te praten,  zeker niet.

Ik heb ouders, ik heb een man, ik heb kinderen en overlevingsdrang en sorry…….ik begrijp de oudoom van Auke. Het besef dat ik dader kan zijn, het besef dat wij allemaal dader kunnen zijn kan misschien meer voorkomen dan het besef dat we slachtoffer kunnen zijn.

 

Nooit meer, dat is respect!

Hoe pijnlijk ook, laat horen hoe het wel kan gebeuren. Uit armoede, uit overlevingsdrang en zelfs uit liefde. We zijn allemaal mensen.

 

Met respect, het gedicht van Auke:

Mijn naam is Auke Siebe Dirk

Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe

Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt

 

Koos voor een verkeerd leger

Met verkeerde idealen

Vluchtte voor de armoede

Hoopte op een beter leven

 

Geen weg meer terug

Als een keuze is gemaakt

Alleen een weg vooruit

Die hij niet ontlopen kan

 

Vechtend tegen Russen

Angst om zelf dood te gaan

Denkend aan thuis

Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet

Zijn moeder is verscheurd door de oorlog

Moeder van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten

En een vechtend aan het oostfront

Alle elf had ze even lief

 

Dirk Siebe kwam nooit meer thuis

 

Mijn naam is Auke Siebe Dirk

Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe

Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden

%d bloggers liken dit: