Archief | COLUMNS RSS feed for this section

I want it all, I want it NOW!

8 feb

geld

’s Avonds schenk ik een restje wijn in, het laatste glas van dit heerlijke, maar dure, vocht deze week. Volgend weekend de volgende pas weer. Allemaal in het kader van bezuinigingen, het moet! We hebben te veel geld uitgegeven het afgelopen halve jaar, we gaan budgetteren. Vol goede moed zijn we begonnen, hebben een overzicht gemaakt in Excel, doen boodschappen bij de Lidl, gaan de komende maanden niet uit. Dat moet gaat lukken, dacht ik vanmorgen……voordat ik boodschappen ging doen.

boosZo, de krant – de enige uitspatting dit weekend, heb ik. Even afrekenen. De weg naar de kassa is in drie stappen af te leggen, het lukt me niet. Al die mooi uitgestalde boeken moeten door mijn handen, mijn ogen moeten een paar zinnen lezen, in mijn tas en in mijn boekenkast is er ruimte voor. ‘Nee, nee, nee!!’, zeg ik tegen mezelf en ga bijna stampvoeten.

Snel naar buiten en een voorraad groente en fruit halen op de markt. Daar is je gulden een daalder waard! Behalve de groenteboer en de poelier proberen ook de tassenverkoper, de spijkerbroekenhandelaar en de oorbellenboer je daarvan te overtuigen. Er hangen leuke jurkjes, een reuze handige kapstok en die bloemen…..  Hier word ik gek van, ik ga mijn boodschappen gewoon bij de supermarkt doen. Alles in één keer.

lidlTevreden kijk ik in mijn boodschappenkar, alle benodigdheden om een halve week te overleven. Bij de kassa heb ik tijd om uit te rekenen dat dit me niet meer dan 50 euro gaat kosten. ‘ Mmmm, ruim onder het budget…’ en denk verder ‘….één dvd, wat kost dat nou? Voor dat bedrag hebben we niet eens één bioscoopkaartje.’
‘Mevrouw, wilt u wel uw boodschappen in de kar leggen?’, zegt de dame achter de kassa voordat ik de dvd kan pakken. Gered!  Opgelucht pak ik de boodschappen in en reken af. Slechts 49 euro!

Trots ga ik naar huis. Het gaat goed komen met de studiekosten, een nieuwe keuken, een nieuwe bank en op een dag hebben we  geen schuld, zonder uitspattingen kom ik ook niets te kort. Maar het valt niet mee, ik ben gewoon verslaafd. Niet aan wijn, boeken of de bioscoop. Ik ben niet hebberig, ik wil gewoon wat ik wil zonder nadenken: I want it all, I want it now!

Gebakken lucht

26 jan

Een gezond eetpatroon is één van de onderwerpen die in de spreekkamer van de praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk besproken wordt. Als een chronische ziekte, zoals suikerziekte meespeelt, kan een gezond eetpatroon gezondheidsvoordeel opleveren. Eetgewoontes worden van allerlei kanten beïnvloed, niet altijd gunstig

groente‘Nou, ik eet wel drie of vier keer per week groente!’, meldt Kees. Natuurlijk prijs ik hem daarvoor en probeer te achterhalen waarom er die andere drie of vier keer per week geen groente op tafel staat. ‘Dat past niet zo goed bij de patat en frikadellen, we nemen wel eens een tomaatje bij de kaassoufflé.’, is zijn antwoord. ‘Maar…’, zegt hij trots. ‘In de bami van de chinees zit toch ook wat groente? Prei enzo?’

Kees eet de maaltijden vaak op de bank, televisiekijkend met het bord op schoot. Al die programma’s over koken vindt hij wel leuk. Bij die teleshopping-programma’s ziet hij vaak handige dingen; apparaatjes om groente- en fruitshakes te maken en om groente te snijden. Misschien is dat wat, vraagt hij zich hardop af. Als dat Kees helpt, juich ik dat alleen maar toe. Ik zie meer in een advies van een diëtist, waar Kees gelukkig voor te motiveren is.

Tweemaal per week frituren

Na het bezoek van Kees kijk ik anders televisie, blijf hangen bij de teleshopping programma’s. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Heel geconcentreerd kan ik die programma’s niet kijken, dus laat ik de televisie aan staan terwijl ik lees, kook of werk. Een groot scala aan artikelen trekt voorbij, niet allemaal even interessant. Snijden doe ik gewoon met een mes en voor sporten wil ik geen apparaten in huis. ‘….minder vet. Hier ziet u wat een gezin met vier personen bespaart op frituurolie als zij slechts tweemaal per week frituren…..’ Ik kijk op en zie een rijen flessen frituurolie voorbijgaan, de gesproken tekst dringt langzaam door: ‘….slechts tweemaal per week frituren….’

Rekensommetje

gebakken lucht2Slechts tweemaal per week! Hier kijkt Kees ook naar, logisch dat hij drie of vier maal per week patat normaal vindt. Dit product schaft hij misschien ook wel aan, de dry-fryer. Ik ben nieuwsgierig. Dit apparaat bakt of frituurt patat, aardappelen, vlees en allerlei frituurhapjes met lucht. Een soort oven of magnetron, lijkt me. Een klein zoektochtje op internet leert me dat frituren in dit wonderlijke apparaat per maaltijd 80% minder vet oplevert. Mooi, maar  zo’n portie patat levert nog steeds ongeveer 10  gram vet op, zonder mayonaise! Een portie aardappelen met jus levert zo’n 6 gram vet . Reken maar uit! Keer tweemaal per week -minstens-, keer 52 weken…..jarenlang.

Nieuwe norm

Maar ja, dat doet Kees niet als hij deze reclame ziet. Ik normaal gesproken ook niet. En u ook niet. We horen een beter alternatief voor een patatje mayo bij de friettent, prima! Wat we niet horen is de boodschap: minstens twee keer per week frituren! Het lijkt gebakken lucht, maar voor we het weten is het de norm. In elk geval voor Kees.

Dikke bult, eigen schuld? Ik weet het niet. De reclamecampagnes voor voeding en aanverwante producten werken schijnbaar beter dat die voor gezonde voeding vanuit overheid en gezondheidsinstellingen. Het lijkt soms dweilen met de kraan open.

Kees heeft door zijn gezondheidsproblemen de weg naar de diëtist gevonden. Hoe bereiken we al die anderen, werken we aan een nieuwe norm? Voordat het te laat is….

Wie eerst?

27 dec

vinger

‘Daar heb je haar weer, dat wordt nooit wat!’, ze zegt het niet maar het klinkt door in haar houding, in haar begroeting. De patiënte, gespeeld door één van de cursisten voelt het en kruipt in haar schulp. Ze zitten tegenover elkaar, de actrice gaat nu praten: ‘Nou, je bent wel flink aangekomen zeg! Weet je wel hoe slecht dat voor je is? En ja, sorry dat ik het zeg maar ik ruik het gewoon. Je rookt ook nog!’

De groep cursisten barst in lachen uit. Natuurlijk is dit niet de aanpak als je patiënten naar gedragsverandering wilt begeleiden. ‘Toch herken ik het, zij zegt wat ik denk.’, zegt één van de cursisten. Hij krijgt veel bijval. ‘Dat snap je toch niet, een hartinfarct en nog roken!’,  ‘Als je nergens meer in past, ga je toch vanzelf wel nadenken?’ of  ‘Ik kan daar zo boos om worden, waarom komen ze dan?’

Nu kruip ik in mijn schulp. Ben ik gek dat ik daar niet boos over word, dat ik het soms ook wel snap. Erger nog, dat ik soms tegen iemand zeg dat ie maar een sigaretje moet gaan roken.

In andere omstandigheden, in een andere rol maak ik kennis met Peter. Peter vertelt me dat hij net gedotterd is in zijn bovenbeen. ‘Door het roken.’, zegt hij. ‘Het is mijn eigen schuld, dat weet ik wel.’ Ik ontken het niet, vraag hoe het met hem gaat en of hij nog voor controle naar de chirurg gaat. Dat hoeft niet, vertelt hij. In één adem vertelt hij verder. Over hoe hij ook door eigen schuld besmet raakte met het HIV-virus, daar medicatie voor gebruikt. Over hoe hij door geldproblemen en verslaving zijn huis kwijtraakte, drie jaar onder een brug leefde en de donkerste periode van zijn leven meemaakte. Over hoe hij opkrabbelde, clean is, af en toe een jointje rookt, zijn verslaafde vrienden verbiedt in zijn huis drugs te gebruiken, een vriendin heeft en alles nu op orde heeft. ‘Nou ja, alles. Eigenlijk moet ik hier ook mee stoppen.’, zegt ie terwijl hij zijn shaggie omhoog steekt.

Ik ontken het. Potverdomme, wat een leven! Wat een veranderingen, wat een held! ‘Ga jij maar lekker een shaggie roken, ik zie je zo weer.’, hoor ik mezelf zeggen.

Niet alle patiënten in de spreekkamer hebben zo’n verleden als Peter, hebben ook niet allemaal het zelfinzicht dat Peter inmiddels heeft. Natuurlijk ben ik, zeker in mijn professionele rol als praktijkondersteuner, voorstander van gezond gedrag.  Net zo natuurlijk wil ik, ook in mijn professionele rol, een medemens zijn. Gelukkig komt dat tijdens de workshop ook aan bod; stel vragen, toon belangstelling en zoek naar (on) mogelijkheden. Tijdens een oefening merken we zelf hoe anders, opener en bereidwilliger we reageren als er oprechte belangstelling is.

Gedragsverandering is vaak nodig, bij hulpverleners en bij hulpvragers. Wie begint?

Uitgedroogd

18 dec

In de wachtkamer van de huisartsenpraktijk hangt Sammy tegen haar vader aan. Het tweejarige peutertje kreunt en reageert nauwelijks als de huisarts haar naam noemt. Terecht heeft de assistente besloten Sammy te laten komen, ze heeft de hele dag nauwelijks gedronken, heeft koorts en de luiers blijven droog. De andere patiënten moeten maar even wachten. De huisarts constateert een flinke uitdroging en stuurt haar naar het ziekenhuis.

uitgedroogdDe draagdoek spant rond haar borsten, haar zwangere buik zit in de weg. Haar ogen zijn rood, haar lippen schraal door het zoute water dat van haar voorhoofd loopt. Zodra de zon opkwam om vier uur is ze vertrokken om vroeg bij het ziekenhuis te zijn. Bantu, haar zoontje van anderhalf is ziek. Zijn ogen zijn droog en gezwollen, de tranen die hij gisteren liet lopen zijn op. Zijn lippen lijken verkreukeld papier. De bolle billetjes die zijn moeder vertederd nakijkt als hij achter de kippen aanrent, zijn ingevallen en schraal. Zijn voetjes die normaal zijn moeder omklemmen, hangen slap in de draagdoek.

 Zieke en vermoeide mensen hebben zich verzameld voor de deur van het ziekenhuis, sommigen zitten er al een paar uur. Het vocht dat ze nog in hun lijf hadden verdampt in de middagzon. Een zuster brengt water langs. Liefdevol bevochtigt Shanti de lippen van haar zoontje, hij reageert nauwelijks.

De reis terug zal ze niet meer redden vandaag, het wordt al laat. Hopelijk kan ze vannacht bij haar familie in de stad terecht. Als ze ze kan vinden. Het maakt haar niet uit, als haar kindje maar beter wordt. Ze wacht.

‘We gaan dicht, allemaal weg, ga maar….morgen gaan we weer open.’, roept een zuster. Vermoeid staan de zieken kreunend op, vertrekken op het laatste beetje eigen kracht of worden opgehaald door familieleden. ‘Sorry sissy, jij moet ook.’, zegt ze tegen Shanti en raakt haar schouder aan. Shanti valt opzij. Het kind kreunt zodra zijn moeders armen hem laten gaan. De zuster tilt hem op en neemt hem mee, haar hart huilt. Om de moeder, het ongeboren kind, maar dit kind zal ze proberen te redden. Ze doet niets liever dan dat: kinderen laten leven, laten groeien!

Sammy zit op de balie, haar vader komt de ontslagbrief brengen. Ze straalt en kan nu ziekenhuis zeggen. Vader vertelt enthousiast over hoe dapper zijn dochter was, ze kreeg een infuus, ging na een dag alweer eten en drinken en knapte snel op. De assistente is blij dat ze een week geleden de goede keuze kon maken. Sammy en ook haar vader realiseren zich niet hoe anders het had kunnen zijn. Gelukkig maar!

En Bantu? Nog voordat de zuster hem naar binnen kan dragen, is hij overleden en sterft de zuster een stukje mee. Voor Bantu, zijn moeder en haar ongeboren kind en voor de zuster had het anders kunnen zijn.

Dit hoeft toch niet meer!? Mijn verzoek? Draag een steentje bij:

header-sr13

Oudergesprek

16 okt

loesjeschool‘Waar is jullie zoon?’, vraagt ze niet al te vriendelijk. Zoon had zich al eens laten ontvallen dat hij bij het gesprek moest zijn, maar als doorgewinterde ouders, dit is inmiddels de vierde zoon in groep 7, namen we hem niet helemaal serieus. Van eerdere ouderavonden herinner ik me de meegekomen kinderen in de gang, zij mochten niet mee naar binnen. Bovendien wilden we samen rustig onze zoon bespreken met de juf, over zijn onzekerheid, de dyslexie en bovenal wat haar aanpak zal worden.  ‘Zoon is er niet, wij wisten niet dat hij mee moest. Hij gaat toch nooit mee?’, zegt lief. ‘Nou, dan gaat het niet door…..’, moppert ze.

Lief gelooft zijn oren niet, hij heeft er twee uur vrij voor opgenomen. Mijn maag keert zich om, de druk loopt op, nog even en de stoom komt uit mijn oren. Ik raap al mijn moed bij elkaar en blijf netjes, onze zoon moet nog het hele jaar in haar klas doorbrengen. ‘Toch willen we nu een gesprek, wij zijn hier, wij  zijn betrokken ouders en willen onze zoon met u bespreken.’, stotter ik.  Zuchtend haalt ze haar schouders op. ‘Kom dan maar, maar we maken wel meteen een nieuwe afspraak.’

Ik voel me weer tien, onzeker omdat  ik de tafel van 7 niet foutloos op kon zeggen. Zittend op een te klein stoeltje probeer ik in razend tempo op te groeien naar de volwassen vrouw, de mondige moeder die ik ook kan zijn. Dit moet snel, we hebben maar 10 minuten en het gaat om ons kind. Het lukt ons een zinvol gesprek te hebben, wij waren goed voorbereid en hadden onze vragen klaar.

Een week later volgt de afspraak samen met zoon. Het gaat er om dat zoon zelf leerdoelen opstelt, eigenaar wordt van zijn leerproces. Ademloos en sprakeloos kijk ik toe hoe de juf zoon zo gek probeert te krijgen een leerdoel te formuleren: ‘…maar wat wil je dan leren?’ Zoon kijkt haar met grote ogen aan, voelt zich tien jaar, is onzeker, en zwijgt. Ik zwijg mee.

Nadat vooral juf aan het woord is geweest staan er toch een paar leerdoelen op papier; oefenen met de tafels, veel lezen, veel spelling. Niet verrassend, gezien de scores die we vorige week al hadden besproken.

Fietsend naar huis vraag ik waarom hij niks gezegd heeft: ‘Wil je niks leren, dan?’

‘Daar heeft de juf toch voor geleerd, die weet toch wat ik moet leren!’, moppert hij.

Voorzichtig probeer ik het nog: ‘Straks op de middelbare school is het best handig en bij mij op het werk bespreken we ook wat we nog willen leren.’ Mijn afkeer van functioneringsgesprekken en POP-formulieren probeer ik niet door te laten klinken.

‘Nou, ik word maar niet groter, niks aan!’, zegt hij.

Ik zwijg, hij heeft helemaal gelijk!

Seks verkoopt

29 sep

images

‘De geur van seks drong in zijn neusgaten,de nasmaak tintelde op zijn lippen en het puntje van zijn tong.’ Mooie tekst bij het ontbijt op bed! En het werkt, ik lees door. Dit boek, Cruise van Suzanne Vermeer lees ik wel uit. Seks verkoopt, dat weten we al lang. Wie werd er niet opgewonden van DE scene uit de film Basic Instinct en het boek Vijftig tinten grijs is een bestseller. Op mijn eigen site, waar heel veel onderwerpen besproken worden, krijgt het verhaal ‘ hoge hakken, korte rokjes’ de meeste hits; het gaat niet eens over seks.

Ben ik er gevoelig voor, raak ik opgewonden van seks? Ja natuurlijk! Draait mijn leven om seks? Ha, zelfs al zou ik het willen: nee! Net als de meeste mensen besteed ik de meeste tijd aan werk, gezin, studie, huishouden en probeer ik nog wat te sporten, te schrijven en mijn sociale contacten te onderhouden. Daar word ik moe van, te moe! In elk geval te moe om er een avontuurlijk, spannend seksleven op na te houden met mijn lief, in elk geval niet zoals je in boeken leest of in films ziet. Na de heerlijke verplichtingsloze, kinderloze periode aan het begin van onze relatie, het ongestoord samenzijn en op elk willekeurig moment van de dag de liefde kunnen bedrijven, brak een andere periode aan. Kinderen zijn een geschenk, maar als de baby huilt terwijl je je hoogtepunt bijna bereikt, voelt dat even anders. Met pubers in huis voeren de weinig lustopwekkende rapteksten de boventoon en is tijd met zijn tweeën schaars.

Fantaseren lukt wel natuurlijk, daar heb je niet zoveel tijd en energie voor nodig. Bij het zien van bepaalde mannen raak ik opgewonden, ik hoef ze niet eens in een seksscene te zien.  Zo heb ik Intouchables twee keer moeten kijken om het verhaal te volgen, ik was afgeleid door de lach van verzorger Omar Ry. Hij bracht me helemaal van mijn stuk. Barry Atsma, ook onweerstaanbaar.  Soms hoef ik zo’n man niet eens te zien, de stem van Jonathan Jeremiah op de radio bracht me in vervoering. Toen ik hem eenmaal zag was de verliefdheid over.

En toch, in mijn dagelijkse leven kom ik niks te kort. Ik beleef mijn hoogtepunten -niet alleen seksueel-  al meer dan twintig jaar met dezelfde man. Soms aanschouw ik hem van een afstandje, als hij zit te lezen, staat af te wassen of met anderen praat en fantaseer……………weten dat het niet tegen gaat – of kan-  vallen is onbetaalbaar en niet te koop! Dat is pas opwindend en sexy! Dat is liefde!

P.S. Ben natuurlijk wel nieuwsgierig of de titel van dit stukje meer hits gaat opleveren…..ik laat het weten!

Wij willen stoeprandje!

11 sep

SAM_1982

De wijk Poelenburg wordt heringericht en knapt mooi op. Rechte straten, parkeerhaventjes zijn een lust voor het oog, maar er ontbreken stoepranden!

De deurbel gaat en als ik opendoe kijk ik naar twee verwachtingsvolle snuitjes. ‘Komen ze spelen?’, vragen ze. Twee van onze zonen – bijna tien jaar ouder en drie koppen groter dan deze buurkindjes- laten zich geregeld strikken voor een balspelletje.

De omgeving leent zich goed voor gezamenlijk spelen, er is een groot grasveld en de straat is rustig. De enige discussie die steeds terugkomt is of het voetballen of stoeprandje wordt. Ze komen er altijd wel uit en gelukkig hebben ze wat te kiezen. Maar dat duurt niet lang meer.

De wijk Poelenburg, ooit een Vogelaarswijk wordt na een grootscheepse vervanging van het riool heringericht. Aan de zuidkant is al begonnen met de bestrating en het ziet er op het eerste oog prachtig uit. Na bijna twee jaar door kuilen fietsen lijkt het me geweldig om in een keurig recht straatje te wonen.  Van mij mogen ze meteen beginnen, maar….

Nu een deel van de wijk al bestraat is, weten we hoe het eruit gaat zien. Parkeren moet straks op parkeerhaventjes die op gelijke hoogte van de stoep zijn; met de auto moet je dat even dat hobbeltje over. Geen probleem natuurlijk, niet voor de auto. De stoepranden hebben een ander model dan voorheen,  in plaats van rechtopstaand zijn ze schuin. Maar hoe speel je zo nog stoeprandje?

Speelgelegenheid genoeg in de wijk, daar klaag ik niet over. Er zijn talloze speeltuintjes, sporttoestellen, picknickplaatsen en voetbalveldjes; er is echt geïnvesteerd in de wijk. Onze kinderen en de buurkindjes maken weinig gebruik van al die voorzieningen in de wijk, ze zijn tevreden met het grasveld en de stoep. Hoe geweldig is dat!? Ik weet niet wat rechtopstaande stoepranden kosten, maar mogen we er een paar in ons straatje?

SAM_1987

Wie redt de overbelaste mantelzorger!

21 aug

mantelzorg

Maandagochtend acht uur in de huisartsenpraktijk, er gaan acht lijnen en de spoedlijn.  Ita aan de telefoon, schoonvader kan vandaag terecht in een verzorgingshuis in een ander deel van de stad als de dokter maar een briefje schrijft. Voor tien uur!

De dwingende toon waarop dit gevraagd wordt en het onterechte gebruik van de spoedlijn levert direct irritatie op bij de assistente.  Terecht ook wel, maar als professional weet ze dat er misschien meer aan de hand is. Ita is een schoolvoorbeeld van een overbelaste mantelzorger. Zij en haar gezin zorgen al jaren zonder tegenzin voor schoonvader. De familie is hecht, bij elkaar betrokken, doen veel samen en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Drie jaar geleden overleed haar schoonmoeder, dat schoonvader daarna elke avond kwam eten was een logische stap. Toen dat niet meer ging door een gebroken heup, brachten Ita en haar gezin elke avond eten langs. Ook een logische stap.

Schoonvader kan steeds minder en vergeet steeds meer. De kinderen van Ita hebben inmiddels geen zin meer om voor opa te rennen, ze hebben hun eigen leven en  opa is het laatste jaar ook niet zo vriendelijk meer. Henk, Ita’s echtgenoot vindt dat Ita veel te veel doet voor zijn vader en blijft steeds vaker op zijn werk hangen. Ita runt twee huishoudens en zorgt er bovendien voor dat schoonvader zich wast, aankleedt en eet. Ita is op!

En Ita is niet de enige. In de huisartsenpraktijk komen we veel mensen tegen die zorg dragen voor een familielid. Een verhuizing naar een verzorgings- of verpleeghuis, tijdelijk of permanent is vaak een opluchting, alhoewel dat niet altijd meer tijd oplevert. Zeker als de partner is verhuisd, voelt de achterblijver zich verplicht elke dag langs te komen. Een kennis ging elke week wandelen met haar invalide vader en haalde hem elk weekend op om bij haar te komen eten. En ik durf te wedden dat Ita straks elke dag haar schoonvader gaat bezoeken, hem helpt bij het eten en zijn was blijft doen.

De  krantenkop ‘Zorginstelling maakt mantelzorg verplicht’ deed me opschrikken. Dit kan niet waar zijn. Natuurlijk zijn er mensen die het laten afweten, maar om mantelzorg af te dwingen?  In het artikel bleek het minder dwingend dan de kop deed vermoeden, gelukkig.  Op zich is er niets mis mee om de vier gevraagde mantelzorguren per maand te structureren in een zorginstelling. Na het lezen van het artikel ben ik er zelfs gematigd enthousiast over.

Maar voor de mantelzorgers voor wie vier uur mantelzorg maar een fractie van de tijd is, die ze daaraan besteden, moet er misschien een andere regeling komen.  Een beperking van mantelzorguren? Time-out? In de huisartsenpraktijk proberen we in elk geval begrip te hebben voor alle vermoeidheid en spanningen die er bij komen kijken.

Zingend naar Spanje

15 aug

auto

Duizend kilometer met de auto naar het zuiden is ver. Het streven is om rond vier uur ’s middags de tent op te zetten, dus we vertrekken vroeg en zullen om de beurt rijden. Kwart over vier ’s morgens installeren drie slaperige zonen zich op de achterbank, prop ik mij tussen koek, drop en flesjes water op de passagiersstoel en kruipt lief achter het stuur.

Het ontbijt genieten we in Frankrijk. We zijn nog maar een paar uur onderweg en voelen ons al helemaal weg van het normale saaie leven. Lief begint de korte nacht te voelen, het is mijn beurt om te rijden. Lief sukkelt al snel in slaap. Het programma op de radio is voor ons, ondanks alle franse les op school niet meer te volgen; vanaf de achterbank wordt er geroepen om muziek. Voor de reis hebben we een mooie selectie gemaakt van rap,pop, franse soul en nederlandstalige muziek. Op de achterbank hebben ze een voorkeur voor de rap, maar gunnen papa zijn rust. Na wat discussie zijn ze er uit: ‘…die ene mam, daar staat een goed vakantieliedje op voor jou….’.  Blof wordt het. Ik ben er niet eens zo’n grote fan van, de teksten kan ik niet altijd volgen, maar de samenwerking met the Counting Crows heeft een mooi resultaat opgeleverd. Het is een invoelbare tekst. Nou ja, het refrein dan.

Deze cd  ligt al sinds de vorige vakantie in de auto en is toen veel afgespeeld. De zonen kennen de teksten.  Hoe langer de harde regen bezongen wordt , hoe harder de jongens meezingen.  Als ik alleen in de auto rijd doe ik dat ook vaak, maar met pubers die hun moeder vooral stom vinden als ze meezingt hou ik me in. Maar….als ik de cd-speler gewoon wat harder zet, horen ze het niet! Lief heeft schijnbaar geen last van het geluid, de ogen blijven dicht. Weet je wat! Ik doe lekker mee en bij nummer drie ga ik helemaal los: ‘ Ik neem Spanje als besluit en laat mijn schepen achter. Ik ga er stiekem tussenuit, een vluchtweg naar een nieuw begin….’  Wat heerlijk, samen met mijn zonen helemaal uit onze dak gaan, ik voel me vrij!

Moe gezongen storten de zonen weer in. Lief schuift wat op zijn stoel, maar blijft slapen. Al rijdend ik fantaseer over Spanje, altijd warm weer, geen hypotheek, geen scholen, geen werk en een zorgeloos bestaan.  Een vluchtweg zoek ik niet- ik ben dik tevreden met mijn leven- maar af en toe ontsnappen is heerlijk. Naast me schuift lief nog een keer de andere kant op, zijn ogen half open. Blij verrast ziet hij dat we flink zijn opgeschoten, hij heeft echt lang liggen snurken. ‘Lekker geslapen?’, vraag ik. ‘Ja wel wat..’ zegt hij en kijkt achterom naar wat slapende jongens. ‘Maar wat maakten zij daar een klereherrie! Heb jij daar geen last van gehad?’

Mijn antwoord blijft achterwege, ik voel me nog vrijer: ‘Meteen door naar Spanje, schat?’

Auto versus kind

11 aug

auto

Een oude bolide hebben we. Dat heeft een aantal redenen; er moeten zes, liefst zeven mensen inpassen en we moeten de auto kunnen betalen. Daar heb ik vrede mee, behalve vandaag. Daarnet heb ik aangehoord wat er allemaal nog meer stuk ging tijdens de herstelwerkzaamheden:  Murphy’s law in het meervoud. Monteur Jeremy vertelt hoeveel extra reparaties er nodig zijn en is zichtbaar trots op alle oplossingen die hij aandraagt. Onze bolide is nu zijn project en is bij Jeremy in goede handen, daar ben ik van overtuigd.  Ivo, de man van de centen in deze garage gebaart me even te wachten. Ondertussen loopt Jeremy van en naar onze auto en maak ik me steeds meer zorgen over hoeveel dit gaat kosten.

Het wachten hoef ik niet alleen te doen, naast me komt een man staan. We babbelen wat over wachten, het weer, auto’s natuurlijk en dan in het bijzonder auto’s die in reparatie zijn. Hij heeft opgevangen dat er met onze bolide meer aan de hand is dan een kleinigheidje en toont belangstelling. Dat doet me goed, deze autoliefhebber begrijpt me. ‘Echt vervelend….’, zegt hij en geeft me een bemoedigend schouderklopje. ‘…als je auto zo op de brug staat, dat voelt alsof je kind in het ziekenhuis ligt.’

Met stomheid geslagen mompel ik iets over dat dat toch iets anders is, deze man begrijp ik niet. Opgelucht zie ik dat de vorige klant het gesprek met Ivo afrondt, ik ren bijna het kantoor binnen. Het schrikbarende bedrag hoor ik zonder blikken of blozen aan, rustig vraag ik na of een afbetalingsregeling mogelijk is en de ontzetting die ik verwachte te voelen blijft uit.  De auto laat ik met een gerust hart achter bij Jeremy  en ik wandel  steeds sneller naar huis…..naar mijn kinderen.

%d bloggers liken dit: