Bier en pannekoeken

5 nov

20141105_154424Zonder me aan te kijken geeft ze een hand. Haar zoon pakt mijn hand stevig vast en stelt zich voor. We gaan zitten en ik stel me voor. Het is de eerste keer dat we elkaar zien. Diabetesspreekuur. Ze komt voor de suikercontrole, dat begrijpt ze wel. Op mijn vraag of ze nederlands kan verstaan krijg ik een wijfelend antwoord. ‘Een klein beetje.’, zegt ze. ‘En spreekt u nederlands?’, vraag ik. Ze gromt wat onduidelijks en kijkt me nog steeds niet aan.

‘We proberen het gewoon en als het niet lukt vragen we uw zoon te helpen.’, zeg ik. Haar zoon vertaalt. Zichtbaar opgelucht dat ze niet alles hoeft te begrijpen, kijkt ze me aan. We kunnen aan de slag. De bloeddruk. Het gewicht. De voetcontrole levert een gesprekje op over feestelijke henna-versieringen. Vervolgens stel ik ook wat vragen over de leefstijl. De beweging. De voeding. Rookgedrag. Alchoholgebruik. Griepprik. Sommige antwoorden denk ik al te weten, maar ik vraag het toch.

De antwoorden zijn kort en ook als haar zoon de vragen stelt, krijgt hij weinig los. Hij schuift wat op zijn stoel, hij praat steeds harder tegen zijn moeder. ‘Ze zegt niet veel, hoor.’, moppert hij. Hij wijst naar zijn moeder. ‘Ik weet zeker dat ze elke dag bier drinkt. En eten? De hele dag pannekoeken, werkelijk waar! Moet je zien hoe dik ze is!’

‘Wat?’ wordt gevolgd door een lange tirade in een taal die ik niet begrijp. Ze slaat haar zoon op zijn bovenbeen, kijkt me aan, lacht en vertelt me in één lange adem over haar dagelijkse bezigheden. Ze wandelt, eet boterhammen, kookt groente, drinkt water. Een voorbeeldige leefstijl.

En spreekt nog aardig nederlands ook! Volgende keer komt ze vast alleen.

Advertenties
%d bloggers liken dit: